Op pagina 6 lezen wij: "De Rwandese regering heeft (…) in maart 2003 in Noord- en Zuid Kivu nieuwe contingenten ontplooid ter ondersteuning van operaties en onder dekmantel van RCD-Goma " [onze cursivering]. Hiermee maakt president Kagame duidelijk dat hij, afspraken over terugtrekking van alle buitenlandse troepen ten spijt, absoluut niet van plan is zijn greep op de Kivu-provincies op te geven.
De nieuwe contingenten staan los van de Rwandese militairen die al zijn geïntegreerd in het leger van RCD-Goma, van de milities van gouverneur Eugene Serufuli van Noord-Kivu, en van degenen die dienen als bewakingspersoneel bij coltan- en diamantmijnen in het bezette gebied.
Bij deze harde opstelling, die zich in Rwanda zelf uit door het monddood maken van iedere binnenlandse oppositie bij de naderende verkiezingen, past ook de verwerping van een dialoog met de politieke oppositie in het buitenland.
De ICG maakt duidelijk dat dit een onverstandige en op den duur mogelijk desastreuze koers is. Die oppositie, verenigd in de CPODR (Concertation Permanente de l'Opposition Démocratique Rwandaise) die zes politieke partijen omvat, zowel Hutu als Tutsi, is goed georganiseerd en distantieert zich nadrukkelijk van genocidaire filosofieën, waarmee Kagame hen voor zijn gemak associeert.
Een van die partijen is de FDLR, die in Oost-Congo een leger van, naar schatting, 15.000 man bezit. De CPODR verlangt een politieke dialoog met de Rwandese regering en deelname aan de verkiezingen die voor het einde van dit jaar in Rwanda gehouden zullen worden. In afwachting daarvan ontplooit het leger van de FDLR geen militaire activiteiten, maar duidelijk is dat deze terughoudendheid zal eindigen als de oppositie buiten spel gehouden blijft.
Het rapport besteedt veel aandacht aan het door MONUC opgezette DR-programma (ontwapening & herintegratie). Dit is volgens de ICG op dit ogenblik " slechts een slogan". In het kader van het DR-programma (waaraan door ons ministerie van ontwikkelingssamenwerking een bedrag van $ 100 miljoen wordt bijgedragen) zijn tot nu toe slechts een paar honderd strijders ontwapend en tot de opbouw van ontwapeningscentra is het nauwelijks gekomen.
De crux is dat men er, tegen iedere logica is, van uitgaat dat strijders zich vrijwillig willen laten ontwapenen en terugsturen naar Rwanda waar de elite rond Kagame de dienst uitmaakt. Of, met de woorden van het rapport, "Het akkoord van Lusaka (…) heeft het probleem strikt uit een gezichtshoek van veiligheid en niet van politiek bekeken. Bovendien is het puur uit een Congolese gezichtshoek benaderd, terwijl de aanwezigheid van de FDLR in Congo het gevolg is van export van het Rwandese conflict."
Als Kagame een politieke dialoog met de oppositie in het buitenland - inclusief de FDLR - blijft weigeren, is het DR-proces ten dode opgeschreven, en komt een harde militaire confrontatie (op Congolees grondgebied) tussen het Rwandese leger en dat van de FDLR naderbij. " De internationale gemeenschap moet gezamenlijk de Rwandese regering ervan overtuigen dat de oplossing om de dreigende spiraal te stoppen is een politieke opening, voorafgegaan door een werkelijk nationaal debat."
Het zou goed zijn als ook de Nederlandse regering zich van dit standpunt liet overtuigen.
Nico Dekker
Congo-Ned
3 juni 2003