Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 11 : april 2006

``````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````

In onze laatste Nieuwsbrief schreven we erg blij te zijn met de uitspraak van het Internationale Gerechtshof (CIJ) in Den Haag, waarin Oeganda wordt veroordeeld voor de mensenrechtenschendingen in Oost-Congo, met name in de stad Kisangani en het district Ituri. Volgens het Hof hebben de burgers die geleden hebben recht op schadevergoeding waarvan de omvang en de afwikkeling in overleg tussen de regeringen van Oeganda en de RDC moet worden vastgesteld. Het gaat er nu om dat dit eerlijk gebeurt en dat de vergoeding werkelijk bij de slachtoffers terecht komt. Maar hoe te voorkomen dat dit door druk van buitenaf of onbetrouwbaarheid van Congolese functionarissen op niets uitloopt? Deze kwestie wordt ook aan de orde gesteld in een verklaring van aartsbisschop Monsengwo van Kisangani die tevens voorzitter is van de Congolese bisschoppenconferentie. Hij spreekt van een "medeplichtig stilzwijgen" van de Internationale Gemeenschap ."Het is onaanvaardbaart van de Congolezen (…) te vragen hun land weer op te bouwen, terwijl de agressoren ongemoeid worden gelaten", aldus Monsengwo. Teleurstellend is de conclusie van het Hof dat het inzake het conflict met Rwanda 'niet bevoegd' is. Dat Rwanda tot de landen behoort die de jurisdictie van het Hof niet erkennen, was bekend. Er zijn echter voldoende aanwijzingen dat bij de misdaden van Rwanda in Congo sprake is van poging tot genocide op delen van de Congolese bevolking. Maar, hoewel Rwanda wel partij is bij het Genocideverdrag, heeft het land een voorbehoud gemaakt bij het artikel dat het CIJ bevoegdheid geeft inzake geschillen tussen staten . Het is een schande dat een regime dat het woord 'genocide' zo vaak hanteert als het zijn tegenstanders betreft, zichzelf via een juridische vluchtweg onttrekt aan een oordeel over gefundeerde verdenking van volkerenmoord in Congo! Zolang straffeloosheid door de Internationale Gemeenschap wordt aanvaard als het Rwanda aangaat zal naar onze mening van duurzame vrede in het Grote-Merengebied nooit sprake zijn.

Verkiezingen

De voorbereiding voor de verkiezingen, die vóór 30 juni 2006 - het einde van de 'transitie' - , moesten plaats vinden, heeft grote vertraging opgelopen. Pas eind februari was het parlement gereed met de behandeling van de Kieswet. Volgens de voorlopige 'kalender' van de onafhankelijke kiescommissie (CEI) zijn vóór eind juni alleen de eerste ronde van de verkiezing van de president en de verkiezingen voor een nieuw parlement mogelijk; gemikt wordt op 18 juni 2006. Het is al met al logistiek en administratief een enorme operatie. Er zijn 169 kiesdistricten en 53.000 stembureaus. Verder zijn er 33 presidentskandidaten en zullen bijna 10.000 personen strijden om de 500 parlementzetels, waarbij alle kiesdistricten verschillende kandidatenlijsten hebben! De vertraging is vooral het gevolg van pogingen van de huidige machthebbers greep te krijgen op de uitkomst van de parlementsverkiezingen. Door zogenaamde 'geblokkeerde lijsten' zouden partijen kunnen zorgen dat kandidaten die de voorkeur hebben van de partijleiding de beste kansen hebben op een zetel. Deze (met name door de EU gesanctioneerde) manipulatie werd na veel discussie door het parlement afgewezen, evenals een poging van de RCD-fractie om in Kivu een paar nieuwe districten in te voeren die Rwandeessprekende Congolezen meer kansen op zetels zouden geven.

Het enthousiasme voor de verkiezingen is bij de bevolking nog steeds groot. Vooral eenvoudige mensen verwachten van de nieuwe gekozen leiders verbetering van hun leefsituatie, en in de aanloop van de verkiezingen zullen de kandidaten weinig doen om deze mensen zulke illusies te ontnemen. Een smet op het proces vormt de gang van zaken rond de politieke partij UDPS. Onbegrijpelijke manoeuvres van de leider Tshisekedi hebben ertoe geleid dat duizenden aanhangers, vooral in Kasai en Kinshasa, zich niet hebben laten inschrijven in het kiesregister, en de leider zelf niet kandidaat staat voor het presidentschap, hoewel hij wellicht de enige zou zijn die Joseph Kabila van een overwinning kan afhouden.

Hoewel boze jonge UDPS-ers getoond hebben voor flinke ongeregeldheden te kunnen zorgen, wordt de vreedzame afloop van het verkiezingsproces vooral bedreigd door militaire acties uit de achterban van de vice-presidenten Jean-Pierre Bemba (MLC) en Ruberwa (RCD), op het moment dat ze hun huidige macht moeten opgeven. Het zal een krachtproef worden voor de VN-macht, de MONUC, die met 17.000 blauwhelmen, vooral geconcentreerd in Noord- en Zuid-Kivu en Ituri, zal moeten proberen militaire avonturen in de kiem te smoren en het land voor uiteenvallen te behoeden.

Daarnaast heeft de EU op verzoek van de leiding van de VN besloten rond de verkiezingsdatum een kleine, maar goed bewapende, 'snelle interventiemacht' ter beschikking te stellen: circa 400 franse soldaten in Kinshasa en nog ongeveer 1.200 andere EU-soldaten, op afroep, in naburige landen. Die interventiemacht wekt in de Congolese pers gemengde reacties: is het aantal manschappen niet te klein voor als het echt misgaat, of gaat het dan alleen om evacueren van buitenlanders? Of, heeft men in het Westen wellicht al uitgemaakt wat de uitslag van de verkiezingen behoort te zijn en moet de interventiemacht helpen die zo nodig af te dwingen door protesten tegen fraude de kop in te drukken? Zelfs de Congolese bisschoppenconferentie (CENCO) maakt zich hierover zorgen, en roept de internationale gemeenschap op "zich ervan te onthouden een uitkomst van de verkiezingen op te leggen, maar het volk te steunen in zijn vrije keuze van nieuwe leiders".

Veiligheid

In Oost-Congo wordt nog steeds oorlog gevoerd. Eenheden van het nationale leger, de FARDC opereren daar doorgaans gezamenlijk met die van MONUC: In Ituri, tegen Congolese rebellengroepen, thans onder de vlag van de Congolese Revolutionaire Beweging (MRC), en ook tegen het 'Verzetsleger van de Heer' (LRA) uit Oeganda, dat onder druk van het leger is uitgeweken naar het Congolese Garamba-park. In Kivu, vooral tegen de FDLR, het leger van Rwandese Hutu die zich al 12 jaar in Congo in het leven houden door het exploiteren van mijnen en het beroven van de lokale bevolking. Tenslotte opereert het FARDC alléén in Noord-Oost Katanga in de buurt van het Mweru-meer, waar zich Mai-Mai noemende bendes - overblijfsel van het verzet tegen de Rwandese invasie van 1998 - dood en verderf zaaien. De operaties van de FARDC hebben de situatie alleen maar verergerd, zodat nu meer dan 150.000 mensen ontheemd zijn en in, volgens Artsen zonder Grenzen, mensonwaardige omstandigheden proberen te overleven. Het Wereld Voedsel Programma (WFP) van de VN is begonnen met voedsel-droppings, omdat de wegen onbegaanbaar zijn. De hoop is nu gevestigd op een nieuw contingent van MONUC, bestaande uit soldaten uit Benin, dat in aantocht is.


laarzen van een VN-soldaat

Helaas is de FARDC nog steeds geen professioneel leger. Er zijn slechts 7 'gebrasseerde', door buitenlandse instructeurs getrainde, brigades, terwijl het er inmiddels 18 hadden moeten zijn. De overige soldaten vormen meer een bedreiging voor de veiligheid dan een bescherming voor de bevolking. Inmiddels is onder EU-toezicht begonnen met de reorganisatie van het leger, met name ook het systeem van soldijbetaling. Volgens de Franse generaal Joanna die dit project (genaamd Eusec) leidt, is vastgesteld dat er circa 100.000 soldaten zijn (in plaats van 340.000, zoals de legerleiding beweerde), wat betekent dat, zonder verhoging van het budget, de soldij kan worden opgetrokken van $10,- tot $ 23,- per maand. Als dit geld nu werkelijk bij de soldaten terechtkomt, en niet grotendeels in de zakken van de commandanten verdwijnt, kan de betrouwbaarheid van het leger ook toenemen.

De grootste bedreiging van de vrede in Kivu komt niet van de FDLR, maar van voormalige RCD-militairen die niet wensen te integreren met de rest van de FARDC. Een flink aantal van hen heeft zich verenigd rond de voormalige RCD-generaal Nkunda, tegen wie een internationaal arrestatiebevel wegens oorlogsmisdaden loopt. Zijn legermacht is zwaar bewapend, en het is algemeen bekend dat hij zijn orders van president Kagame van Rwanda krijgt. Hoewel MONUC zegt te weten waar Nkunda zich bevindt en beweert sterk genoeg te zijn hem te arresteren, ziet men daarvan af zolang de Congolese regering daartoe geen opdracht geeft; dezelfde regering dus die het arrestatiebevel tegen Nkunda heeft uitgevaardigd!

Eind februari maakte de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, mr António Guterres, samen met vertegenwoordigers van het WFP en van UNICEF een rondreis in het gebied. Na afloop zei Guterres tot ambassadeurs van donorlanden in Kinshasa: "De schaal, de complexiteit en de aard van het probleem zijn zodanig, dat al onze hulpbronnen gezamenlijk haast ontoereikend zijn om ze oplossen". Hij waarschuwde voor "het reusachtige risico dat het conflict opnieuw begint", en benadrukte dat de problemen van de DRC in de aanloop van de verkiezingen niet zijn op te lossen zonder ook die van Rwanda en Burundi aan te pakken.

Economie

Hoewel daar met het oog op de komende verkiezingen door de politieke machthebbers liever niet over wordt gesproken, is het een feit dat het economisch programma van de regering (het PEG) van vier jaar bezuinigingen en structurele aanpassing op een echec is uitgedraaid. Het eindpunt van het door de internationale financiële instellingen opgelegde programma wordt niet gehaald, en daarmee vervalt de in het vooruitzicht gestelde vermindering van de buitenlandse schuld met 90%.

Met het in april 2002 gestarte PEG verplichtte de Congolese regering zich tot een beleid van stabilisering (lage inflatie, stabiele wisselkoers), sociaal en economisch herstel en op gang brengen van ontwikkeling. De verrichtingen werden halfjaarlijks gecontroleerd door een team van deskundigen van het IMF. Bij voldoende beoordeling volgden nieuwe giften en leningen om de staat draaiende te houden. Tegelijk werd gewerkt aan het beleidsdocument DSRP (Document de Stratégie pour la Réduction de la Pauvreté) dat volgens zijn titel ten doel heeft in aansluiting op het PEG de bestrijding van de armoede voor jaren zeker te stellen.

Eind 2004 ging het mis: de inflatie steeg, de binnenlandse prijzen vlogen omhoog, de wisselkoers steeg van 400 naar 500 Congolese franc per dollar. De oorzaak is duidelijk: de uitgaven van de regering voor haar eigen functioneren overschreed verre de grenzen van de rijksbegroting. De onmogelijke samenstelling van de overgangsregering volgens het model '1+4' maakte de besteding van de middelen onbeheersbaar. Niet het landsbelang maar dat van de eigen 'composant' en de eigen uitgangspositie bij de verkiezingen waren doorslaggevend. Met de kategorische afwijzing door de internationale donoren, van de eindversie van het DSRP, waaraan jarenlang was gewerkt, was de afgang van de regering compleet.

Na jaren van voortvretende verpaupering is het Congolese volk dus weer terug bij af. De externe schuld waarvan rente en aflossing nu reeds 25% van de begroting uitmaken blijft als een molensteen om zijn nek hangen. De machthebbers weten niet beter dan bij het IMF nieuwe bezuinigingen te bepleiten in ruil voor nieuwe kredieten. De winnaar van de verkiezingen erft een brandend huis!

Mijnbouw

Bij het begin van de 'transitie' in 2003 heeft een breed samengestelde parlementaire commissie onder voorzitterschap van Christophe Lutundula de opdracht gekregen onderzoek te doen naar de mijncontracten die door de regering in Kinshasa en door rebellenleiders met buitenlandse bedrijven zijn afgesloten. Het omvangrijke rapport kwam in juni 2005 gereed en verdween onmiddellijk in de bureaulade om pas in februari 2006 openbaar te worden. De consternatie bij de machthebbers na lezing ervan is begrijpelijk. De sinds 1997 afgesloten contracten in alle delen van het land zijn door de onderzoekers nageplozen op legitimiteit, handhaving van de contractverplichtingen, evenwichtigheid in de verdeling van voor-en nadelen tussen partijen, rol van overheidsfunctionarissen e.d.

De conclusie dringt zich op: veel contracten behoren direct te worden ontbonden omdat de wettelijke regels zijn genegeerd, veel andere zijn leonisch in de zin dat wat ze de gemeenschap opleveren in geen verhouding staat tot wat ingebracht wordt van Congolese zijde (bijvoorbeeld bij mijnconcessies) en moeten daarom worden herzien, verscheidene functionarissen dienen te worden vervolgd wegens corruptie, enzovoorts.

de "grote berg" bij Lubumbashi met resten koper, cobalt en andere grondstoffen

De meeste informatie heeft betrekking op de diamantwinning in Kasai, de koper/kobalt winning in Katanga en de goudwinning in Ituri. Weinig is te vinden over de contracten die door het RCD-bewind in Kivu zijn afgesloten rond de winning van coltan, cassiteriet e.d. De lokale autoriteiten weigerden iedere medewerking en bedreigden de commissieleden als ze zich ter plaatse wilden gaan informeren; de documenten worden bewaard in de Rwandese hoofdstad Kigali en waren ontoegankelijk voor de commissie.

De Commissie Lutundula doet speciale aanbevelingen met betrekking tot de mogelijke redding van wat over is van Gecamines, het enorme mijnbedrijf in Katanga dat ooit de kurk vormde waarop de staat dreef. Deze betreffen de rijke (nog niet vergeven) concessiegebieden van Kamoto en Tenke-Fungurume; alleen de laatste al heeft reserves ter waarde van 90 miljard dollar! Door deze adequaat te beheren kan Gecamines weer een bron van welvaart voor Congo worden. Het zijn juist deze concessies die na juni 2005 (terwijl het rapport in de bureaula lag) door de regering, met medeweten van de Wereldbank, in joint-venture gegeven zijn aan enkele multinationals zo dat Congo er weinig of geen profijt van trekt. De 15 miljoen dollar die Congo van de mijnonderneming Phelps-Dodge kreeg voor de mijnrechten van Tenke-Fungurume vormen flagrant voorbeeld van de verkwanseling van het nationale erfgoed.

Suggesties

De huidige machthebbers hebben land en volk uitgeleverd aan internationale financiers en multinationale bedrijven. Daardoor is de economie verzeild in torenhoge schulden en aflossingsverplichtingen en stromen de opbrengsten van de Congolese bodem het land uit. Zijn er alternatieven? We doen een paar suggesties:

- Congo moet stoppen met de betaling van de buitenlandse schuld die het gevolg is van wanbeheer door Mobutu c.s. en geen nieuwe kredieten meer aanvragen. Met de vrijkomende middelen kunnen onderwijs en gezondheidszorg op peil gebracht worden.
- Congo moet de tegoeden terugeisen die door Mobutu en zijn familie op westerse bankrekeningen zijn geparkeerd of belegd in vastgoed. Met dit geld kunnen de overheidsdiensten worden gemoderniseerd en het wegennet opgeknapt.
- Congo moet de leonische mijncontracten herzien en de opbrengsten gebruiken speciaal om de landbouw te stimuleren. Er liggen grote arealen prima landbouwgrond braak doordat investeringen ontbreken. Door alleen al het Plateau de Bateke goed te benutten kan de honger in Kinshasa worden uitgebannen.
- Congo kan genoeg voedsel produceren voor de eigen bevolking, maar dan moet men wel beginnen met het tegengaan van overbodige import uit de rijke landen.

Enkele activiteiten

- Eind maart bemiddelde Congo-Ned bij het tot stand komen van een ontmoeting van de Congolese diaspora in Nederland met mgr Simon Pierre Molingi uit Kasongo, die samen met prof. Malu-Malu in Nederland was met het oog op de aanstaande verkiezingen in de DRC.

- Congo-Ned neemt actief deel aan de voorbereidingen van het Nederlands Sociaal Forum. Dit Forum wordt gehouden van 19 tot 21 mei in Nijmegen. (Zie voor informatie de website http://www.sociaalforum.nl) In dit kader organiseert Congo-Ned op Zaterdag 20 mei een workshop over "De onrechtvaardige schuld van Congo"

. - Met leden van de 'société civile' in Kinshasa en Kisangani wordt overlegd over acties die ertoe moeten leiden dat aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof voldaan wordt om Congolese burgers schadeloos te stellen voor wat ze geleden hebben door de agressie van Oegandese militairen.

In Bukavu heerst de laatste tijd veel onveiligheid voor de bevolking

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984

Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice

Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

home