Werkgroep Congo-Ned
Nieuwsbrief 12 : augustus 2006
````````````````````````````````````````````````````````````````````
Het is moeilijk om van de gebeurtenissen in Congo van de afgelopen drie maanden een eenduidig beeld te geven. Alles staat in het teken van de verkiezingen, waarvan de eerste ronde op 30 juli heeft plaats gehad en de tweede ronde op 29 october moet volgen. De inzet is hoog: in de eerste plaats voor de Congolezen zelf. De meesten kunnen zich niet herinneren ooit hun leiders te hebben mogen kiezen, iets wat inderdaad meer dan 40 jaar geleden is. Maar, hoe reageert de politieke elite in Kinshasa, die de afgelopen drie jaar de macht onder elkaar heeft verdeeld, op een verkiezingsuitslag die sommigen buiten spel zet en anderen ineens politieke macht toekent? Ook in de internationale gemeenschap wordt het proces met spanning gevolgd. Het land is rijk aan stoffen die voor de wereldeconomie van enorme waarde zijn. Niet voor niets wordt het verkiezingsproces beschermd door een VN-vredesmacht van 17.000 man die maandelijks 1 miljard dollar kost, waaraan de Europese Unie nog eens een snelle interventiemacht EUFOR-RDC heeft toegevoegd om Kinshasa en omstreken te bewaken. Tenslotte kijken ook de leiders van de vele buurlanden met argusogen naar de ontwikkelingen in de DRC, omdat ze beseffen dat hun eigen economische ontwikkeling voor een flink deel wordt bepaald door de vraag of Congo een stabiele partner wordt.
In deze nieuwsbrief doen we eerst een rondje door het land aan de vooravond van de verkiezingen. Dan geven we een indruk van de verkiezingsdag zelf en wat inmiddels bekend is van de uitslag. Tenslotte staan we stil bij de manier waarop, met name in Kinshasa, op de voorlopige uitslag is gereageerd.
Situatie in Oost-Congo
In Noord-Kivu manifesteert het leger van de dissidente generaal Nkunda, vriend van Kagame, steeds duidelijker dat hij zich aan verkiezingen niets gelegen laat liggen. De zwaarbewapende 83ste brigade onttrekt zich volledig aan het opperbevel van het Congolese leger. De International Crisis Group (ICG) waarschuwt in een rapport in mei dat Nkunda met andere officieren zoals Mutebusi en Bosco een grootschalige oorlog voorbereidt, een "troisieme guerre" waarvoor Congolese organisaties al langer waarschuwen. Hoewel tegen Nkunda een internationaal arrestatiebevel geldt, beweegt hij zich vrij door Goma onder de neus van de VN-vredesmacht MONUC en het Congolese leger (FARDC), zonder dat iemand iets doet. Zijn opstandige troepen beheersen gebieden rond Rutshuru bij de oostgrens waar ondermeer het mijnbedrijf Sominki ligt dat strategische grondstoffen als niobium en pyrochloor produceert die illegaal worden geëxporteerd. Volgens berichten is hierbij de Duitse ondernemer Karl Alberts betrokken, die ook zou bemiddelen bij wapenaankopen voor de rebellen.
In Zuid-Kivu, waar de bevolking nog steeds zwaar te lijden heeft onder overvallen van schimmige milities probeert de MONUC meer bevolkingscentra onder controle te krijgen door militaire acties samen met de FARDC. Deze milities worden vaak aangeduid als 'interahamwe', van origine Rwandese hutu's die zich nu in leven houden met het plunderen van de lokale bevolking en niet terugschrikken voor moord en verkrachting. Helaas is het optreden van de soldaten van de FARDC jegens de bevolking vaak weinig beter.
In Ituri lijken de VN-organisaties hun greep op de situatie steeds meer te verliezen. In een interview klaagt bisschop Uringi van Bunia dat jongeren die via het demobilisatie/reïntegratieprogramma DDR het leven als militielid vaarwel hadden gezegd zich bij gebrek aan perspectief weer laten recruteren door de nieuwe rebellengroep MRC die bestaat van illegale mijnbouw en handel in goud en wapens. Het Congolese leger plundert op haar beurt de bevolking, en de MONUC reageert niet of te traag op serieuze klachten van de bevolking. De bisschop krijgt steun van de districtcommissaris van Ituri, mw Petronille Vaweka, die het mislukken van het DDR programma ook wijt aan gebrek aan overleg over prioriteitsstelling met de plaatselijke bevolking.
Een positieve ontwikkeling wordt gemeld uit Noord-Katanga waar de rebellenleider Gédéon zich onder druk van MONUC en FARDC heeft overgegeven. Hij stond aan het hoofd van een als 'Mai-Mai' aangeduide bende die de bevolking terroriseerde. De meer dan 50.000 ontheemden beginnen naar hun woonplaatsen terug te keren.
Financieel-economische situatie
Sinds 1 april hebben Wereldbank en IMF, die garant stonden voor de helft van het overheidsbudget, de geldkraan dichtgedraaid. Gebleken is dat de regering het afgesproken uitgavenplafond verre heeft overschreden en dat ongeveer $ 29 miljoen op onverklaarbare wijze is zoek geraakt. Hiermee is tevens het perspectief van spoedige kwijtschelding van een groot deel van de staatsschuld achter de horizon verdwenen. De regering heeft te verstaan gekregen dat het tot december een "Program Relais de Consolidation" (PRC) zal moeten volgen om te laten zien dat de staat zijn uitgaven kan beheersen. De regering schijnt zich er weinig zorgen over te maken; het is een kwestie die na de verkiezingen maar moet worden bekeken! De directeur van de Nationale Bank, Masangu, ziet bovendien een lichtpuntje: de olie-inkomsten voor de staat zijn hoger dan verwacht.
Die staatsinkomsten hadden aanzienlijk meer kunnen zijn. De koperprijs op de wereldmarkt is enorm gestegen, zodat Gécamines in Katanga goede zaken had kunnen doen. Maar het bedrijf is onder druk van de Wereldbank geprivatiseerd en in handen geraakt van een groot aantal joint-ventures met buitenlandse bedrijven die gemeen hebben dat de inkomsten voor Gécamines zelf en de Congolese staat minimaal zijn.
Verkiezingen op komst
De datum van 18 juni voor de eerste ronde van de verkiezingen is niet gehaald. Met de nieuwe datum, 30 juli, is tevens de uiterste grens van de "transition" (30 juni 2006) definitief overschreden. Door sommige politici in Kinshasa wordt daarom een nieuwe politieke regeling voor een verlengde overgangsperiode geëist. Anderen, met name in Oost-Congo, vrezen dat met besprekingen hiervoor de verkiezingen voorlopig uit het zicht zullen verdwijnen. Zij houden vast aan de datum van 30 juli waar de internationale gemeenschap ook voor opteert. Malu-Malu, de president van de Onafhankelijke Kiescommissie (CEI), die wettelijk gerechtigd is de verkiezingskalender vast te stellen, wordt door de tegenstanders dictatoriaal optreden en collaboratie met de partij van Kabila, de PPRD, verweten als hij de voorbereidingen onverstoorbaar voortzet. Het verschil van inzicht tussen de oostelijke bevolking en de opiniemakers in Kinshasa doet ook binnen de Katholieke Kerk opgeld. Mgr Monsengwo, voorzitter van de bisschoppenconferentie (CENCO), die zich al eerder voorstander toonde van een nieuwe politieke dialoog, roept een week voor de verkiezingsdatum zelfs op tot een boycott daarvan als niet aan een aantal eisen wordt voldaan. Hij krijgt echter lik-op-stuk van de aartsbisschop Maroy van Bukavu die, verzekerd van het gezag van de paus, juist oproept tot massale deelname aan de verkiezingen, waarna Monsengwo publiekelijk zijn woorden terugneemt.
De campagnes
Het gaat op 30 juli om de eerste ronde van de presidentsverkiezing en verkiezingen voor het parlement, de Assemblée Nationale. De laatste gaan per district: ieder district heeft zijn eigen kandidatenlijst voor een vast aantal zetels. Voor het presidentschap komt een tweede ronde als niemand meer dan 50% haalt. Met het oog op de verkiezingen zijn een aantal nieuwe formaties ontstaan die een bepaalde presidentskandidaat steunen en aankondigen later in het parlement te zullen samenwerken. Zo steunt de AMP (Alliance pour la Majorité Présidentielle) de zittende president Joseph Kabila, die overigens zelf zegt de 'kandidaat van het volk' te zijn. Rond Bemba ontstaat de Renaco die steeds meer het convergentiepunt vormt van allen met slechts één doel: Kabila uit het presidentschap te houden {"tout sauf Kabila!"). Verder zijn er de Codeco rond de mobutist Pay-Pay uit Noord-Kivu en de Urec-groep rond de nieuwkomer
Oscar Kashala. Deze laatste heeft een imposante carrière als hoogleraar geneeskunde en in functies in VN-organisaties achter de rug. Hij ziet zijn entrée in de Congolese politiek echter belemmerd door trucs van de kant van de ambtenarij, zoals het opzettelijk blokkeren van zijn campagnemateriaal in een douaneloods.

stadsbeeld Bukavu met verkiezingsaffiches
Steeds duidelijker wordt dat geld een doorslaggevende rol speelt bij een kans op het presidentschap. Een concept-wet op de partij-financiering die een basis had moeten vormen voor gelijke kansen op verkiezingssucces is in het overgangsparlement nooit behandeld. Dus geven de rijkste kandidaten de toon aan, dat wil zeggen:Joseph Kabila en Jean-Pierre Bemba die beiden enkele tientallen miljoenen dollars te besteden hebben. Zij zijn het, die het land per vliegtuig rondreizen om toespraken te houden, en die beschikken over schier onbeperkte televisiezendtijd waarbij Kabila gebruik maakt van de staatszender RTNC en DigitalCongo en Bemba van zijn privé-zenders CCTV en KCTV in Kinshasa. Deze zenders maken zich, ondanks een daarop betrekking hebbend convenant, met regelmaat schuldig aan laster, intimidatie, grove taal en belediging van de tegenstander. Zo tambouren de Bemba-zenders op 'congolité' (het zuivere Congolees-zijn) en beschuldigen zij Kabila ervan een 'buitenlander' (namelijk Rwandees) te zijn. Enkele malen maakt de HAM, de hoge autoriteit voor de media, gebruik van zijn recht een zender een dag uit de ether te nemen, met als gevolg dat Bemba-aanhangers het gebouw van de HAM enkele dagen voor de verkiezingen plunderen en vernielen.
Zorgwekkend is de militaire dreiging achter de campagne. Het Congolese leger is maar ten dele tot een eenheid gesmeed; verschillende onderdelen gehoorzamen veeleer hun 'oude' commandanten dan het militaire opperbevel, dit geldt in het bijzonder voor de presidentiële garde.
De verkiezingsdag zelf
Door organisaties van de société civile, al of niet met kerkelijke achtergrond, is in het hele land enorm veel werk verricht met het informeren van de burgers over het waarom en hoe van de komende verkiezingen, Ze werden daarbij ondersteund door de CEI die vormingsmateriaal leverde en door de CDCE, het overlegorgaan van de société civile dat is opgericht met het oog op de verkiezingen en onder leiding staat van de energieke en toegewijde père Minani. De CDCE zorgde ook voor het recruteren en opleiden van een groot aantal 'onafhankelijke verkiezingswaarnemers' die overal in het land volgens nauwkeurig omschreven protocollen eventuele onregelmatigheden bij de verkiezingen moesten noteren. Gezien de onervarenheid in het land met verkiezingen en de felle weerstand ertegen van sommigen (bijvoorbeeld van de politieke partij UDPS) zou zo'n onafhankelijk oordeel over het verkiezingsproces voor de aanvaarding van het resultaat van groot belang zijn. Europese NGO's, verenigd in de EurAc, steunden dit werk van de CDCE ondermeer door het sturen van een aantal Europese onafhankelijke waarnemers, die gedurende de cruciale dagen gezamenlijk optrokken met Congolese collega's.
De conclusie van de CDCE, evenals van meer 'officiële' verkiezingswaarnemers bijvoorbeeld van de EU, de SADC en de Carter stichting, is dat de verkiezingen, op incidenten na, correct zijn verlopen, en daarom de vermelding 'vrij en transparant' verdienen. Van grootschalige fraude, die door sommige (verliezende) politici werd geclaimd, was noch op de verkiezingsdag zelf, noch bij het tellen en compileren van de resultaten sprake.
De uitslag
Daags na de verkiezingsdag (30 juli) was al duidelijk dat de uitslagen voor de presidentsverkiezing er in het oostelijk deel van het land heel anders zouden uitzien dan in het Westen. In het Oosten had men massaal, rond 80%, op Kabila gestemd. Dat was eenvoudig te zien, want conform de voorschriften waren bij elk stembureau de uitslagen onmiddellijk aangehangen. Waarnemers werd onomwonden duidelijk gemaakt dat naar de mening van vrijwel iedereen alleen Kabila hun de vrede en bescherming kon brengen, waarnaar iedereen daar reikhalzend uitziet. Aan Kabila schrijft men toe dat hij de eenheid van het land heeft gegarandeerd, en in juni 2004 Nkunda en Mutebusi uit Bukavu verdreven.
Heel anders was de situatie in het Westen, waar de stemmen veel meer verdeeld waren over een aantal kandidaten. In sommige districten, vooral in Kinshasa, bleek vice-president Jean-Pierre Bemba zoveel stemmen te hebben dat zijn aanhang meende dat hij als eerste zou gaan eindigen. Maar in de belangrijke provincie Bandundu, waar ooit Mulele c.s. hun maquis tegen Mobutu begonnen, ging PALU-leider
Antoine Gizenga aan kop. Naarmate meer uitslagen uit de 50.000 stembureaus door het centrum van de CEI werden verwerkt en deelresultaten gepubliceerd, werd duidelijk dat Bemba tweede zou eindigen achter Kabila.
De einduitslag van de presidentsverkiezing is hieronder vermeld. Hieruit blijkt dat Kabila niet de grens van 50% van de stemmen heeft overschreden, waardoor een tweede ronde nodig is. Wijzelf waren verbijsterd door het resultaat van Bemba wiens naam als rebellenleider en misdadiger nauwelijks ter discussie staat. Zijn regime in het door zijn MLC bezette gebied werd gekenmerkt door moord. roof, illegale grondstoffenexploitatie en witwaspraktijken.
________________________________________________
Aantal ingeschreven kiezers: 25 420 199
Opkomstpercentage: 70,54%
Joseph Kabila: 44,81%
Jean-Pierre Bemba: 20,03%
Antoine Gizenga: 4,77%
Oscar Kashala: 3,46%
Azarias Ruberwa: 1,69%
Pierre Pay Pay: 1,58%
Lunda Bululu: 1,40%
De officiele bekendmaking van de uitslag van de presidentsverkiezing door de voorzitter van de CEI, Malu Malu, is niet in kalmte verlopen. In de buurt van het kantoor van de CEI in Kinshasa vond een schotenwisseling plaats tussen soldaten van Bemba en Kabila, waarbij tientallen doden en gewonden vielen. Pas laat in de avond kon Malu Malu met MONUC-escorte naar het gebouw van de RTNC gaan voor zijn verklaring. De volgende dag werd geschoten bij het Palais de la Nation en later bij de residentie van Bemba waar op dat moment buitenlandse ambassadeurs en leden van de CIAT in conclaaf waren. Voor het eerst kwam bij het ontzetten van de diplomaten ook EUFOR in actie.
Inmiddels is de rust wel weergekeerd, maar de situatie in Kinshasa blijft gespannen.
Activiteiten
- Tijdens het Nederlands Sociaal Forum (NSF) op 19 tot 21 mei in Nijmegen organiseerde Congo-Ned een workshop over 'De onrechtvaardige Congolese staatsschuld'. Nelly Koetsier hield een inleiding, en Paul Mbikayi leidde de discussie.
- Nico Dekker nam deel aan de door EurAc/CDCE opgezette waarnemersmissie bij de verkiezingen van 30 juli. Hij observeerde de gang van zaken in Bukavu en omstreken. Zijn impressies zijn te vinden op onze website.
- Congo-Ned helpt bij de organisatie van het onderdeel 'Congo Trippin' van het filmfestival 'Africa in the Picture'. Het betreft een on-line discussie tussen groepen in Amsterdam en Goma (Noord-Kivu) naar aanleiding van een film over de verkiezingen, opgenomen door de Congolese cineast Petna Ndaliko Katondolo. Zijn film wordt op 15 september in Amsterdam vertoond.
- In het blad VD AMOK verscheen van onze hand in juni een artikel naar aanleiding van de EUFOR-missie.

Bukavu: stembureau met aangeplakte uitslagen
Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.
home