
Op 7 december 2006 is Joseph Kabila Kabange voor een ambtsperiode van 5 jaar beëdigd als president van de Democratische Republiek Congo. Hoge vertegenwoordigers van regeringen uit de hele wereld woonden de plechtigheid bij. Bij velen van hen, met name die uit een aantal Europese landen waaronder Nederland, zal sprake geweest zijn van gevoelens van opluchting. Zelden is een nieuw presidentschap van een staat met zoveel internationale betrokkenheid - financieel, politiek en militair - tot stand gekomen. Dit weerspiegelt het belang dat allerwege wordt gehecht aan een stabiel Congo, natuurlijk in het belang van van de Congolese bevolking, die gemiddeld tot de allerarmste behoort, maar ook, of wellicht vooral, als bron van welvaart voor de landen in de hele regio en ten behoeve van de ongestoorde winning en uitvoer van onmisbare grondstoffen naar de geïndustrialiseerde wereld. De eindstrijd om het presidentschap, die ging tussen Kabila en Jean-Pierre Bemba Gombo, heeft niet alleen in Congo zelf, maar ook in de Congolese diaspora, diepe sporen achtergelaten. De verkiezingscampagne is gepaard gegaan met laster, misleiding en dreigementen, aangewakkerd door sommige in het buitenland wonende Congolezen, die met elkaar een intense afkeer van Kabila als kandidaat voor het presidentschap deelden. In deze nieuwsbrief zullen we het hebben over het verloop de verkiezingen en over de perspectieven voor de nabije toekomst. Belangrijk is daarbij de situatie in de Oostelijke provincies, met name in Noord-Kivu waar de dissidente generaal Nkunda met steun van voormalige (pro-rwandese) RCD-soldaten nog steeds slachtoffers maakt onder de burgerbevolking en daar de chaos in stand houdt. Mede van de ontwikkelingen in dit deel van het land zal ook afhangen of de overheid kan beschikken over voldoende belastinginkomsten om het land te ontwikkelen en de schaarse middelen niet hoeft te besteden aan oorlogvoering.
De campagneperiode is gepaard gegaan met onregelmatigheden en geweld, vooral in Kinshasa waar de anti-Kabila sentimenten sterk zijn. Kabila werd door de NU afgeschilderd als 'buitenlander' (namelijk 'rwandees') in tegenstelling tot Bemba, die als 'mwana mboko' (echte congolees) werd gepresenteerd. Er werd brand gesticht in een TV-station van Bemba, waarvan de achterban van Kabila werd beticht. Een vooraanstaand medewerker van Kabila, She Okitundu, werd in Londen door een knokploeg in elkaar geslagen. De openbare orde in Kinshasa werd, behalve door de (ongewapende) politie, bewaakt door MONUC-troepen, in de rug gesteund door EUFOR-militairen. Men kan zich echter afvragen of de dreigende aanwezigheid van EUFOR (bijvoorbeeld met rondcirkelende onbemande verkennings-vliegtuigjes) niet juist agressie heeft opgeroepen die uitmondde in de extreem nationalistische sentimenten die door Bemba konden worden uitgebuit. Na de verkiezingen, terwijl deelresultaten binnendruppelden, werd de situatie in Kinshasa steeds dreigender. Opgestookte jongeren maakten de straten in het centrum onveilig. Kardinaal Etsou gooide olie op het vuur door vanuit Brussel te verklaren dat hij betwijfelde of de verkiezingen wel 'vrij, transparant en democratisch' waren geweest. De voorlopige uitslag van 19 november, gaf aan dat Kabila 58% en Bemba 42% van de stemmen had behaald, een score die onmiddellijk door de verliezer werd betwist. De laatste beweerde bewijzen te hebben van omvangrijke fraude, ondanks eensluidende berichten van de inationale en internationale verkiezings-waarnemers dat zich geen serieuze onregelmatigheden hadden voorgedaan. De spanning in de stad bleef stijgen, en ontlaadde zich tijdens een schietpartij bij het gebouw van het Hooggerechtshof (CSJ) waar het hof vergaderde over de klachten van Bemba. In het gebouw werd brand gesticht, dat daardoor zwaar werd beschadigd. Het CSJ dat zich gedwongen zag zijn beraad elders voort te zetten, verwierp tenslotte het beroep van de MLC, waarmee de uitslag definitief werd.

Er is vanzelfsprekend in de Congolese pers veel gefilosofeerd over de consequenties van de uitslag. De laatste 40 jaar is het land geregeerd vanuit de optiek van Kinshasa, waar zich het politieke leven afspeelt en de (steeds schaarser wordende) rijkdommen worden verdeeld. Verwacht wordt dat onder het presidentschap van Kabila die zijn overwinning immers te danken heeft aan de overweldigende steun uit de verwaarloosde Oostelijke provincies, de belangen van dat deel van het land een groter gewicht in de schaal zullen leggen. Vrees voor een verschuiving van de macht naar het Oosten verklaart voor een deel het fanatieke verzet in Kinshasa en omstreken, dat Bemba - afkomstig uit de westelijke provincie Equateur - in de kaart heeft gespeeld.
Beseffend dat het 'nu of nooit' is hebben de Wereldbank en de Europese Unie al vele miljoenen, om niet te zeggen miljarden, in het vooruitzicht gesteld, bijvoorbeeld om de infrastructuur grondig aan te pakken en de energieproductie van de Inga-centrale te verveelvoudigen. Maar is het voor Congo wel zo verstandig op deze verleidelijke aanbiedingen in te gaan, en dan nog wel voordat een regeringsprogramma ter tafel ligt? Gaat het niet om leningen die de staatsschuld nog verder zullen verzwaren en het land nog afhankelijker maken van internationale financiële instellingen? En, is het voor de jonge democratie wel zo goed als de machthebbers zich, doordat geld van buiten binnenstroomt, onafhankelijk kunnen wanen van de eigen bevolking?
De prijsontwikkeling op de markt voor levensmiddelen illustreert hoe Congo vast zit aan de wereldmarkt die het land dwingt deviezen uit te geven voor import van goederen die het land heel goed zelf kan produceren. Dit is onderwerp van een rapport van onderzoekers van de Belgische organisatie GRESEA op basis van contacten met diverse Congolese instellingen: Alle brood wordt gebakken met geimporteerde granen, van de dierlijke eiwitten (inclusief vis en eieren) komt minder dan 10% uit Congo zelf, afval van de westerse pluimvee-industrie (vleugels, vel, nekjes, e.d.) wordt op de Congolese markt gedumpt en verdringt de locale pluimvee-productie. Toch heeft Congo een landbouwareaal dat ruim voldoende is om de eigen bevolking te voeden.
Voor het herstel van het land zal Congo moeten beschikken over een eerlijk deel van de inkomsten uit de mijnbouw, die onder druk van de Wereldbank in de afgelopen jaren grotendeels is geprivatiseerd. In een artikel in The Financial Times van 17 november wordt melding gemaakt van een intern memo van de Wereldbank waarin wordt toegegeven dat deze zich medeplichtig heeft gemaakt aan mining deals ter waarde van miljarden dollars die door de regering zijn getekend met "complete lack of transparency". Het openbreken van dit soort deals moet dus hoog op de agenda van de nieuwe regering staan, die daarbij kan voortbouwen op ondermeer het 'rapport Lutundula' van het Congolese overgangsparlement dat nog steeds wacht op behandeling.
Een optimistischer bericht kwam eind november uit Ituri, waar de leiders van de grootste milities, FNI, FPRI en MRC, zich bereid hebben verklaard de wapens neer te leggen en gebruik te maken van de DDR-regeling voor demobilisatie en herintegratie in de maatschappij. De Congolese regering zou hebben toegezegd bij het parlement een amnestiewet te zullen voorstellen ten behoeve van alle militieleden, en de leiders een officiersrang in het leger te zullen geven. (!)

* Bij een Spaanse rechtbank is een procedure in voorbereiding tegen de regering van de Rwandese president Kagame wegens de moord op verscheidene Spaanse hulpverleners in Rwanda, alsmede op duizenden Rwandese Hutu-vluchtelingen en Congolese Hutu in 1996/97 door de FPR, het Rwandese leger.
* Van 20 tot 25 januari 2007 vindt in Nairobi het Wereld Sociaal Forum plaats, waarop tienduizenden deelnemers uit de hele wereld worden verwacht. Op initiatief van Peter Custers (XminY) wordt gepoogd in het kader daarvan een "Tribunaal over Oorlogen in Afrika" te houden. Het gaat erom dat de deelnemers aan de hand van twee concrete casus (Ivoorkust en Congo) zich bezinnen op de rol die de wereldhandel in grondstoffen en de gemakkelijke toegang tot wapens in Afrika spelen bij het ontstaan en voortduren van regionale oorlogen.
* Op 14 en 15 december had in Nairobi de Internationale Conferentie over het Grote Merengebied plaats, waarvan Nederland een van de initiatiefnemers is. Elf staatshoofden zetten dan hun handtekening onder een samenwerkingsverdrag, vergezeld van een reeks protocollen.
- De film "Dealing and Wheeling in Small Arms" van Sander Francken gaat in januari in premiere in verschillende bioscopen in het land. Deze film toont onder andere de gevolgen van de illegale wapenhandel in Oost-Congo. [Zie voor verdere informatie www.dealingandwheeling.com ]
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.