Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 13 : december 2006

````````````````````````````````````````````````````````````````````

Op 7 december 2006 is Joseph Kabila Kabange voor een ambtsperiode van 5 jaar beëdigd als president van de Democratische Republiek Congo. Hoge vertegenwoordigers van regeringen uit de hele wereld woonden de plechtigheid bij. Bij velen van hen, met name die uit een aantal Europese landen waaronder Nederland, zal sprake geweest zijn van gevoelens van opluchting. Zelden is een nieuw presidentschap van een staat met zoveel internationale betrokkenheid - financieel, politiek en militair - tot stand gekomen. Dit weerspiegelt het belang dat allerwege wordt gehecht aan een stabiel Congo, natuurlijk in het belang van van de Congolese bevolking, die gemiddeld tot de allerarmste behoort, maar ook, of wellicht vooral, als bron van welvaart voor de landen in de hele regio en ten behoeve van de ongestoorde winning en uitvoer van onmisbare grondstoffen naar de geïndustrialiseerde wereld. De eindstrijd om het presidentschap, die ging tussen Kabila en Jean-Pierre Bemba Gombo, heeft niet alleen in Congo zelf, maar ook in de Congolese diaspora, diepe sporen achtergelaten. De verkiezingscampagne is gepaard gegaan met laster, misleiding en dreigementen, aangewakkerd door sommige in het buitenland wonende Congolezen, die met elkaar een intense afkeer van Kabila als kandidaat voor het presidentschap deelden. In deze nieuwsbrief zullen we het hebben over het verloop de verkiezingen en over de perspectieven voor de nabije toekomst. Belangrijk is daarbij de situatie in de Oostelijke provincies, met name in Noord-Kivu waar de dissidente generaal Nkunda met steun van voormalige (pro-rwandese) RCD-soldaten nog steeds slachtoffers maakt onder de burgerbevolking en daar de chaos in stand houdt. Mede van de ontwikkelingen in dit deel van het land zal ook afhangen of de overheid kan beschikken over voldoende belastinginkomsten om het land te ontwikkelen en de schaarse middelen niet hoeft te besteden aan oorlogvoering.

De tweede ronde

Tenminste zo belangrijk als de uitkomst van de presidentsverkiezingen is de uitslag van die voor het nieuwe parlement, die op 8 september door de onafhankelijke Kiescommissie (CEI) werd gepubliceerd. Van de 500 beschikbare zetels gingen er 111 naar de PPRD, de partij van Kabila, en 64 naar de MLC van Bemba. De overige gingen naar 67 andere partijen en partijtjes en 93 onafhankelijke afgevaardigden. De aanhang van de PPRD, verenigd in de Alliance pour la Majorité Présidentielle (AMP) vormt tezamen met hun bondgenoten, de PALU en de UDEMO een meerderheid van ongeveer 300 afgevaardigden in het parlement. Een belangrijke rol speelt de oude Antoine Gizenga, leider van de PALU die, als derde partij, 34 zetels haalde. Gizenga wordt waarschijnlijk premier in de nieuwe regering van Kabila. De Renaco, de tegenhanger van de AMP rond de MLC van Bemba, heeft veel minder parlementariërs aan zich weten te binden. Hij vormde onder de nieuwe naam van Union pour la Nation (UN) het convergentiepunt-'anti-Kabila' bij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen op 29 october. Tegelijk daarmee werden verkiezingen gehouden voor de 11 provinciale parlementen die van groot belang zullen zijn voor de sociaal-economische ontwikkeling van het land. Het landsbestuur is onder de nieuwe grondwet sterk gedecentraliseerd en de provincies mogen 40% van de eigen inkomsten zelf besteden. Bovendien worden door de provinciale parlementen binnenkort de leden van de Senaat en in elke provincie een gouverneur en vice-gouverneur aangewezen.

De campagneperiode is gepaard gegaan met onregelmatigheden en geweld, vooral in Kinshasa waar de anti-Kabila sentimenten sterk zijn. Kabila werd door de NU afgeschilderd als 'buitenlander' (namelijk 'rwandees') in tegenstelling tot Bemba, die als 'mwana mboko' (echte congolees) werd gepresenteerd. Er werd brand gesticht in een TV-station van Bemba, waarvan de achterban van Kabila werd beticht. Een vooraanstaand medewerker van Kabila, She Okitundu, werd in Londen door een knokploeg in elkaar geslagen. De openbare orde in Kinshasa werd, behalve door de (ongewapende) politie, bewaakt door MONUC-troepen, in de rug gesteund door EUFOR-militairen. Men kan zich echter afvragen of de dreigende aanwezigheid van EUFOR (bijvoorbeeld met rondcirkelende onbemande verkennings-vliegtuigjes) niet juist agressie heeft opgeroepen die uitmondde in de extreem nationalistische sentimenten die door Bemba konden worden uitgebuit. Na de verkiezingen, terwijl deelresultaten binnendruppelden, werd de situatie in Kinshasa steeds dreigender. Opgestookte jongeren maakten de straten in het centrum onveilig. Kardinaal Etsou gooide olie op het vuur door vanuit Brussel te verklaren dat hij betwijfelde of de verkiezingen wel 'vrij, transparant en democratisch' waren geweest. De voorlopige uitslag van 19 november, gaf aan dat Kabila 58% en Bemba 42% van de stemmen had behaald, een score die onmiddellijk door de verliezer werd betwist. De laatste beweerde bewijzen te hebben van omvangrijke fraude, ondanks eensluidende berichten van de inationale en internationale verkiezings-waarnemers dat zich geen serieuze onregelmatigheden hadden voorgedaan. De spanning in de stad bleef stijgen, en ontlaadde zich tijdens een schietpartij bij het gebouw van het Hooggerechtshof (CSJ) waar het hof vergaderde over de klachten van Bemba. In het gebouw werd brand gesticht, dat daardoor zwaar werd beschadigd. Het CSJ dat zich gedwongen zag zijn beraad elders voort te zetten, verwierp tenslotte het beroep van de MLC, waarmee de uitslag definitief werd.


De twee concurrenten

Inmiddels is de rust weergekeerd, vooral omdat Bemba (onder buitenlandse druk) heeft besloten verder van militant verzet af te zien. Hij heeft zich nu kandidaat gesteld voor een zetel in de senaat. Ook de dreiging van een aanklacht voor het Internationale Strafhof voor oorlogsmisdaden van zijn rebellenleger kan voor hem een reden zijn zich voorlopig gedeisd te houden.

Er is vanzelfsprekend in de Congolese pers veel gefilosofeerd over de consequenties van de uitslag. De laatste 40 jaar is het land geregeerd vanuit de optiek van Kinshasa, waar zich het politieke leven afspeelt en de (steeds schaarser wordende) rijkdommen worden verdeeld. Verwacht wordt dat onder het presidentschap van Kabila die zijn overwinning immers te danken heeft aan de overweldigende steun uit de verwaarloosde Oostelijke provincies, de belangen van dat deel van het land een groter gewicht in de schaal zullen leggen. Vrees voor een verschuiving van de macht naar het Oosten verklaart voor een deel het fanatieke verzet in Kinshasa en omstreken, dat Bemba - afkomstig uit de westelijke provincie Equateur - in de kaart heeft gespeeld.

" Les 5 chantiers"

De rede die Kabila bij zijn investituur heeft uitgesproken waarin hij de prioriteiten van zijn presidentsperiode aankondigt, is door de Congolese pers in het algemeen goed ontvangen, zij het vanzelfsprekend met een dosis scepsis. Zijn uitroep "Je mets fin à la récréation" ("Het is afgelopen met de spelletjes") is in het hele land doorgeklonken. De bevolking verlangt naar een omkeer in de politieke cultuur van het land, waarin nu nog straffeloosheid en corruptie gemeengoed zijn. Het opzetten van een werkelijk onafhankelijk en onbesteekbaar justitieel apparaat is een eerste vereiste. In zijn actieprogramma geeft Kabila een vijftal "chantiers" (letterlijk: bouwplaatsen) aan waaraan naar zijn mening met voorrang gewerkt moet worden: infrastructuur (wegen, spoor, bruggen), werkgelegenheid (door investeringen), onderwijs, water en electriciteit, en gezondheidszorg. De vraag is natuurlijk of Kabila de 'weg van de vrome wensen' zal weten te verlaten. Een oproep om de corruptie te bestrijden is zinloos als soldaten, politieagenten, rechters en verdere ambtenaren niet een redelijk salaris ontvangen. Als van de realisering van de voornemens niet op korte termijn wat zichtbar wordt, kan het land gemakkelijk in chaos vervallen. Maar de nieuwe president is vol vertrouwen: "Congo zal iedereen verbaasd doen staan, het land zich sneller herstellen dan wordt voorzien", aldus Joseph Kabila.

Beseffend dat het 'nu of nooit' is hebben de Wereldbank en de Europese Unie al vele miljoenen, om niet te zeggen miljarden, in het vooruitzicht gesteld, bijvoorbeeld om de infrastructuur grondig aan te pakken en de energieproductie van de Inga-centrale te verveelvoudigen. Maar is het voor Congo wel zo verstandig op deze verleidelijke aanbiedingen in te gaan, en dan nog wel voordat een regeringsprogramma ter tafel ligt? Gaat het niet om leningen die de staatsschuld nog verder zullen verzwaren en het land nog afhankelijker maken van internationale financiële instellingen? En, is het voor de jonge democratie wel zo goed als de machthebbers zich, doordat geld van buiten binnenstroomt, onafhankelijk kunnen wanen van de eigen bevolking?

Financieel-economische situatie

Terug naar de werkelijkheid van alledag: De afgelopen maanden heeft de demissionnaire overgangsregering weinig aandacht meer besteed aan het landsbestuur. Voor de financiering van hun campagnes hebben vooral Bemba en Kabila grote bedragen onttrokken aan de staatskas, wat heeft geleid tot een stijging van de inflatie tot 20% op jaarbasis (in plaats van de voorziene 8,5%). Dit veroorzaakt een voordurende stijging van de kosten van eerste levensbehoeften op de markt in Kinshasa waar het meeste wat wordt aangeboden is geïmporteerd. Om hieraan een halt toe te roepen heeft de overheid, onder druk van het IMF, alle betalingen aan de provincies en aan binnenlandse crediteuren gestopt. Het ziet ernaar uit dat de nieuwe regering als gevolg van wanbeleid van het overgangsbewind voor grote macro-economische problemen zal komen te staan.

De prijsontwikkeling op de markt voor levensmiddelen illustreert hoe Congo vast zit aan de wereldmarkt die het land dwingt deviezen uit te geven voor import van goederen die het land heel goed zelf kan produceren. Dit is onderwerp van een rapport van onderzoekers van de Belgische organisatie GRESEA op basis van contacten met diverse Congolese instellingen: Alle brood wordt gebakken met geimporteerde granen, van de dierlijke eiwitten (inclusief vis en eieren) komt minder dan 10% uit Congo zelf, afval van de westerse pluimvee-industrie (vleugels, vel, nekjes, e.d.) wordt op de Congolese markt gedumpt en verdringt de locale pluimvee-productie. Toch heeft Congo een landbouwareaal dat ruim voldoende is om de eigen bevolking te voeden.

Voor het herstel van het land zal Congo moeten beschikken over een eerlijk deel van de inkomsten uit de mijnbouw, die onder druk van de Wereldbank in de afgelopen jaren grotendeels is geprivatiseerd. In een artikel in The Financial Times van 17 november wordt melding gemaakt van een intern memo van de Wereldbank waarin wordt toegegeven dat deze zich medeplichtig heeft gemaakt aan mining deals ter waarde van miljarden dollars die door de regering zijn getekend met "complete lack of transparency". Het openbreken van dit soort deals moet dus hoog op de agenda van de nieuwe regering staan, die daarbij kan voortbouwen op ondermeer het 'rapport Lutundula' van het Congolese overgangsparlement dat nog steeds wacht op behandeling.

Situatie in Oost-Congo

In Noord- en Zuid-Kivu hebben de enthousiast verwelkomde verkiezingen helaas geen eind gemaakt aan de gewapende acties van milities. De grootste bedreiging gaat nog steeds uit van de dissidente generaal Nkunda die door Rwanda wordt gesteund en die in Noord-Kivu een autonome staat wil stichten. Hij kan rekenen op de steun van militairen uit twee brigades van het Congolese leger (de 81e en 83e brigade) die zich aan het opperbevel hebben onttrokken. Belasting op mijnbouwactiviteiten in het gebied levert voldoende inkomen voor hem en zijn manschappen om het nog lang te kunnen uitzingen. Eind november overvielen zijn soldaten de plaats Sake, enkele tientallen kilometers ten noorden van Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu. Er volgde een gevecht met loyale troepen die werden gesteund door helicopters van MONUC. Tussen tien en twintigduizend burgers namen de vlucht. Noord-Kivu telt volgens een recente notitie van de VN meer dan 500.000 ontheemden die een enorme belasting vormen voor de VN-organisaties. Wel beginnen de bewoners van Sake en omliggende dorpen inmiddels terug te keren naar hun doorgaans geplunderde woningen. Echter, zolang Nkunda (wiens banktegoeden onlangs door de VS zijn bevroren) niet wordt aangepakt, zal er geen vrede in dit gebied zijn. De vraag is alleen hoe: is er nog een uitweg via onderhandelingen, zoals de RCD van Ruberwa en gouverneur Serufuli beweren, of wordt het opnieuw oorlog?

Een optimistischer bericht kwam eind november uit Ituri, waar de leiders van de grootste milities, FNI, FPRI en MRC, zich bereid hebben verklaard de wapens neer te leggen en gebruik te maken van de DDR-regeling voor demobilisatie en herintegratie in de maatschappij. De Congolese regering zou hebben toegezegd bij het parlement een amnestiewet te zullen voorstellen ten behoeve van alle militieleden, en de leiders een officiersrang in het leger te zullen geven. (!)

Terugkeer van vluchtelingen

De goed verlopen verkiezingen in Congo brengen duizenden Congolese vluchtelingen in de buurlanden ertoe terug te keren naar hun land. Volgens een bericht van UNHCR zijn in 2006 al ruim 13.000 Congolezen teruggekeerd naar Zuid-Kivu en ruim 7.000 naar Equateur. Maar er zijn nog 150.000 Congolese vluchtelingen in Tanzania, 60.000 in Zambia en 49.000 in het noordelijke buurland Congo. Als Congo-Ned zijn we wat meer betrokken geraakt bij de terugkeerders uit Tanzania die in groepen van ongeveer 500 na een oversteek over het Tanganyikameer met een ferry van UNHCR aankomen in Baraka (Zuid-Kivu). Het gaat hier om mensen die afkomstig zijn uit het zuidelijk deel van Zuid-Kivu, het gebied rond Uvira. Velen zijn al circa tien jaar geleden gevlucht en moeten in hun oorspronkelijke woonplaats hun leven opnieuw opbouwen.


Weg bij Uvira
We steunen een initiatief van iemand, die uit die regio afkomstig is. Dit heeft ten doel de terugkeerders zelfredzaam te maken door het geven van praktische cursussen en verstrekken van gereedschappen. Mensen die zich in de dorpen vestigen worden gestimuleerd als rurale gemeenschappen de werkzaamheden gezamenlijk aan te pakken en zo een motor te worden voor ontwikkeling van hun omgeving. Het plan behelst daartoe ondermeer het stichten van eenvoudige gemeenschapscentra voor cursussen en onderling overleg. Inmiddels is met financiële steun van de Stichting Eerlijk Delen een vrachtwagen vol apparatuur en gereedschappen, geleverd door Gered Gereedschap, na een moeizame reis over zee en over land, in Uvira aangekomen: een vrouwenorganisatie daar is al begonnen om met een partij naaimachines een atelier op te zetten.

Berichten

* In Frankrijk zijn arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen negen directe medewerkers van president Paul Kagame van Rwanda. Op grond van diepgaand onderzoek en talrijke getuigenverklaringen heeft onderzoeksrechter Bruguière aanklachten tegen deze personen ingediend wegens het mede beramen en uitvoeren van de aanslag in 1994 op het vliegtuig van president Habyarimana van Rwanda waarbij deze en ondermeer de president van Burundi en de Franse bemanning om het leven kwamen. [Meer daarover, op onze website]

* Bij een Spaanse rechtbank is een procedure in voorbereiding tegen de regering van de Rwandese president Kagame wegens de moord op verscheidene Spaanse hulpverleners in Rwanda, alsmede op duizenden Rwandese Hutu-vluchtelingen en Congolese Hutu in 1996/97 door de FPR, het Rwandese leger.

* Van 20 tot 25 januari 2007 vindt in Nairobi het Wereld Sociaal Forum plaats, waarop tienduizenden deelnemers uit de hele wereld worden verwacht. Op initiatief van Peter Custers (XminY) wordt gepoogd in het kader daarvan een "Tribunaal over Oorlogen in Afrika" te houden. Het gaat erom dat de deelnemers aan de hand van twee concrete casus (Ivoorkust en Congo) zich bezinnen op de rol die de wereldhandel in grondstoffen en de gemakkelijke toegang tot wapens in Afrika spelen bij het ontstaan en voortduren van regionale oorlogen.

* Op 14 en 15 december had in Nairobi de Internationale Conferentie over het Grote Merengebied plaats, waarvan Nederland een van de initiatiefnemers is. Elf staatshoofden zetten dan hun handtekening onder een samenwerkingsverdrag, vergezeld van een reeks protocollen.

- De film "Dealing and Wheeling in Small Arms" van Sander Francken gaat in januari in premiere in verschillende bioscopen in het land. Deze film toont onder andere de gevolgen van de illegale wapenhandel in Oost-Congo. [Zie voor verdere informatie www.dealingandwheeling.com ]

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl

Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice

Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

___________________________________________________________
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

home