
De Congolese bevolking heeft genoeg reden om bitter te zijn. De ondergrondse en bovengrondse rijkdommen van het land verlaten nog steeds op grote schaal het land. Tegelijk leeft in de steden de meerderheid in armoede, zijn in het Oosten ongeveer anderhalf miljoen ontheemden afhankelijk van internationale liefdadigheid en zwoegen honderdduizenden kinderen in Ituri, Katanga, Kivu en Kasai in de mijnen. Vooral in Noord-Kivu gaat het van kwaad tot erger. Steeds meer Congolezen vragen zich af of er, verborgen onder een hoop vruchteloos nationaal en internationaal palaver een masterplan wordt uitgevoerd waarbij een groot deel van de provincie etnisch wordt gezuiverd om straks als een 'Kosovo' van Congo te worden losgescheurd. Intussen probeert de Congolese regering het land te ontworstelen aan de wurggreep van het IMF. Door een rechtvaardig deel van de mijninkomsten ten dienste van het land te doen komen en tegelijk corruptie en fraude binnen het staatsapparaat aan te pakken, is het mogelijk op korte termijn het land te bevrijden van de verslaving aan internationale hulp.
Bedrijven op de schop?
Het is al weer een jaar geleden dat het rapport werd gepubliceerd over de contracten tussen Congolese staatsmijnbedrijven - Gécamines in Katanga, Miba in Kasai, Okimo in Orientale, en andere - en internationale mijnondernemers. De conclusie was dat, volgens internationaal erkende normen, in 48 van de 60 beoordeelde gevallen de Congolese staat schandelijk was benadeeld en dat die contracten heronderhandeld of geannuleerd dienden te worden. Kenmerkend is dat de enorm gestegen wereldmarktprijzen voor koper en veel andere mijnproducten niet hebben geleid tot hogere inkomsten voor de staat. De regering heeft inmiddels besloten dat per geval afzonderlijk zal worden onderhandeld. Volgens het Amerikaanse persbureau Bloomsberg is het initiatief gelegd bij de Congolese staatsbedrijven in kwestie, die zullen onderhandelen op basis van 'terms of reference' vastgesteld door de minister van mijnbouw. Als eerste liet het Canadese bedrijf Katanga Mining weten een aangepaste joint venture met Gécamines te zijn overeengekomen. Directeur Fortin van Gécamines zei te verwachten dat zijn bedrijf alle onderhandelingen in september zal afronden. Hoewel over de inhoud van de nieuwe contracten nog niets bekendgemaakt is, kan ervan worden uitgegaan dat het aandeel van Gécamines in de joint venture flink wordt verhoogd zodat via die weg de jaarlijkse inkomsten voor de staat zullen stijgen.
Het hoofdtraject waarlangs inkomsten aan de staat toevloeien is dat van de belastingen (DGI), royalties (DGRAD) en douanerechten (OFIDA). Hoewel sommige mijnbedrijven stellig beweren in 2006/7 te hebben betaald, blijkt daarvan niets bij de schatkist te zijn gearriveerd! Dit heeft de regering ertoe gebracht een audit te laten doen door de zogeheten Interministeriële Commissie voor Good Governance. Tegelijk moest worden gekeken naar de belangrijkste openbare nutsbedrijven die nog helemaal in staatshanden zijn, zoals SNEL (electriciteit), Régideso (water), en ONATRA (transport). In haar rapport toont de commissie aan dat in de periode 2006-2007 door fraude tenminste $ 1,3 miljard is verdwenen, terwijl door 'administratieve slordigheid' nog eens $ 1,8 miljard niet is geïnd. Minister Mayobo (de 'rechterhand' van premier Gizenga) heeft strafvervolging aangekondigd tegen degenen die zich aan malversaties hebben schuldig gemaakt. Een aantal dossiers is reeds gedeponeerd bij de justitiële autoriteiten. Maar bestraffing achteraf van enkele verantwoordelijken (als die er komt) is niet genoeg; de corruptie binnen het hele apparaat van de financiële diensten en nutsbedrijven moet worden aangepakt. Hetzelfde geldt voor de wanprestatie van de nutsbedrijven, met name bij SNEL dat niet in staat blijkt Kinshasa en andere grote steden ononderbroken van electriciteit te voorzien, en Régideso dat steeds weer hele stadwijken van Kinshasa met honderduizenden inwoners zonder drinkwater zet.
Hervormen van corrupte bureaucratieën is verre van eenvoudig, zoals het voorbeeld van de afdeling van OFIDA in Matadi, de cruciale zeehaven aan de westkust, leert. Door het invoeren van een geautomatiseerd 'één-loket systeem' bij de inklaring dacht men de rompslomp te beperken, transparantie te bevorderen en corruptie uit te bannen, maar de praktijk bleek anders: in de eerste 6 maanden van 2008 werd geen franc aan douanerechten aan de schatkist afgedragen: het geld blijkt nog steeds spoorloos te verdwijnen. De regering heeft nu besloten OFIDA voor vijf jaar onder curatele te stellen van een duur betaald (volgens de pers, bovendien schimmig) Amerikaans consultancy-kantoor CTC, dat pretendeert het hele douanebedrijf spoedig te kunnen saneren. Het contract met CTC is op 30 augustus ingegaan.
Ook de nutsbedrijven ontkomen niet aan sanering van hun bedrijfsvoering. De Wereldbank wil daar graag bij helpen en zijn recept is bekend: privatisering! Maar wat het grote electriciteitsbedrijf SNEL aangaat, wil de Congolese regering daar voorlopig niet aan. Het bedrijf speelt een cruciale rol niet alleen voor de bevolking van Congo zelf, maar in feite voor de ontwikkeling van heel Zuidelijk Afrika. Het beheert immers de Inga-centrales die stroom leveren tot in Zimbabwe toe, en is hoofdspeler in het Westcor-project dat, uitgaande van een nieuw te bouwen waterkracht-centrale (Inga-3) van 4.320 megawatt ondermeer Zuid-Afrika van electra moet voorzien. Wel zal SNEL, een grondige herstructurering ('stabilisering' heet dat) doormaken, waarvoor de Wereldbank $ 120 miljoen ter beschikking stelt.
Oliecode?
Ook de aardolie, speelt een steeds grotere rol in de internationale discussies rond Congo. De laatste tijd zijn de spanningen hoog opgelopen met name over de winning onder het Albertmeer op de grens van Ituri met Oeganda. Dit land dat aanspraak kan maken op ongeveer de helft van de voorraad onder het meer wil dat Congo de winning toevertrouwt aan het bedrijf Tullow dat, naast Heritage Oil, reeds aan de Oegandese zijde olie wint. Maar de regering geeft er de voorkeur aan de samenwerking te verbreden door de helft van het Congolese deel toe te vertrouwen aan een joint venture met de Zuid-Afrikaanse oliegigant PetroSA. De tijd dringt want aan Oegandese kant zal het pompen binnenkort beginnen en onderaardse oliestromen zijn moeilijk te controleren. Intussen maakt de bevolking van Ituri zich zorgen. Met verwijzing naar, ondermeer, de gang van zaken bij de oliewinning in het kustgebied bij Muanda (Bas-Congo), waar de oliewinning gepaard gaat met vervuiling van het milieu en verarming van de bevolking, eist de Société Civile van Ituri in een verklaring van 19 juni jl. dat geen besluiten over oliewinning worden genomen zonder voorafgaand overleg met de lokale gemeenschappen. Zij zegt niet te zullen accepteren dat sommigen in Congo straks schatrijk worden van de olie terwijl de bevolking van de streek in grauwe armoede achterblijft.
Er is reden met het sluiten van nieuwe contracten te wachten op de "code des hydrocarbures" (aardoliecode) die in voorbereiding is. Volgens de deskundige, prof. Bakandeja, zal deze worden gebaseerd op het beginsel van "opbrengstdeling", wat betekent dat de staat een afgesproken deel (bijvoorbeeld 40%) van de ruwe olie krijgt en die zelf kan laten verhandelen en verwerken. Deze regeling staat in contrast tot het regiem van de huidige mijncode waarin de overheid concessies verleend tegen betaling van royalties en belastingen. Opbrengstdeling geeft betere perspectieven, ook voor lokale bevolking, omdat de provinciale overheden zeker zijn van inkomsten waarmee ze kunnen werken aan openbare voorzieningen.
Confrontatie met IMF
Het IMF heeft besloten de budgetsteun aan Congo met ingang van 2008 stop te zetten. Daarmee ontvalt de Congolese regering in één klap 42% aan de inkomstenzijde van de staatsbegroting. De reden voor dit besluit is niet zozeer gelegen in tekortkomingen in de Congolese staatshuishouding van de afgelopen 6 maanden. In tegendeel, de (vertrekkende) permanente vertegenwoordiger van het IMF in Kinshasa, Xavier Maret, geeft toe dat het macro-economisch beleid van de regering alleszins bevredigend is geweest. Weliswaar is de inflatie meer gestegen dan gepland, maar dat is te wijten aan oorzaken waar de regering geen greep op heeft, zoals de stijging van de prijzen voor aardolie en voedselproducten en de aftakeling van de koers van de dollar. Een nieuw driejarenprogramma met het IMF in het kader van de zogeheten 'faciliteit ter vermindering van de armoede en voor economische groei' lag dus voor de hand. De reden is dan ook niet financieel-economisch maar geopolitiek: de samenwerkingsovereenkomst China-Congo. Bij de afwijzing wordt gezegd dat eerst moet worden afgewacht wat de consequenties daarvan zijn voor de ontwikkeling van de staatsschuld, waarvoor de resultaten worden afgewacht van een 'haalbaarheid'-studie, wat nog zeker 6 maanden gaat duren. In feite gaat het om een confrontatie tussen de rijke landen, verenigd in het IMF, en de opkomende economische machten waarvan China de grootste is, die wordt uitgevochten met de bodemrijkdommen van Congo als inzet.
Maar de Congolese regering is niet van zins de afspraken met Chinese bedrijven op te zeggen. Scheepsladingen machines en apparatuur zijn al aangevoerd en een aantal projecten is al gestart. Binnen enkele jaren moet men, om een voorbeeld te noemen, via een geasfalteerde autoweg van Lubumbashi via Kivu naar Kisangani kunnen rijden, en per trein rechtstreeks van Lubumbashi naar Kinshasa. In een artikel in Le Potentiel van 23 mei schrijft de bekende pater Rigobert Minani in verband met de tussenkomst van China over een "onverwachte indringer" op het geostrategisch toneel, een "reddingsboei" voor de Congolese regering om aan de houdgreep van de westerse machten te ontsnappen. China is de enige macht ter wereld "die onmiddellijk geld ter beschikking heeft maar die zijn samenwerking niet bindt aan een lange lijst conditionaliteiten".
De gang van zaken betekent op de korte termijn wel dat de regering kampt met een groot tekort aan financiële middelen. Het verbaast dus het niet dat Congo al maanden achterligt bij zijn aflossingstermijnen van de buitenlandse schuld, waarvan de lasten ongeveer 1/3 van het staatsbudget uitmaken. Het drama van de verdwenen miljarden bij de overheidsdiensten toont tegelijk aan dat het land het, mits goed geleid, heel wel stellen kan zonder de verslavende buitenlandse hulpgelden.
Kivu
Het vredesproces AMANI dat begin van dit jaar met veel tamtam was opgetuigd, lijkt op sterven na dood. Tegenoverde BBC zegt Tim Shortley, de Amerikaanse regeringsadviseur die in Goma getuige was van de ondertekening van de Acte d' Engagement, erg bezorgd te zijn over de voorbereidingen voor een nieuw conflict. Over de oorzaak is hij duidelijk: "Generaal Nkunda en zijn CNDP-krijgsmacht spelen een spelletje met het Goma-proces, helaas." En: "zij willen het land bezet houden dat ze met militaire middelen verkregen hebben." In hetzelfde artikel van 1 augustus concludeert BBC Africa editor, Martin Plaut, dat Nkunda niet alleen de ronde doet in zijn gebied en zijn defensie versterkt; hij recruteert verse troepen in de eigen regio, maar ook in Rwanda en Burundi. Daarmee bevestigt hij de niet aflatende berichtenstroom van het lokale persbureau Beni-Lubero-Online (BLO) dat ondermeer meldt dat via de grensovergangen Bunagana (Rutshuru) en Kasindi (bij Beni) dagelijks vreemde troepen en militaire voorraden het land binnenkomen. Bovendien worden de douane-inkomsten in Bunagana in beslag genomen door Nkunda die daarmee meer dan $ 100.000 per maand verdient. Volgens de laatste berichten heeft de regering, na oveleg met de Oegandese regering en de gouverneur van Noord-Kivu, de grensovergang bij Bunagana gesloten.
De schermutselingen tussen de CNDP en lokale strijdgroepen, met name de Pareco, leiden tot steeds nieuwe vluchtelingenstromen die terecht komen in kampen zonder uitzicht op terugkeer. BLO maakte een lijst van meer dan 20 dorpen in de territoires Masisi en Rutshuru die door hun inwoners zijn verlaten, en wier plaats is ingenomen door nieuwkomers die onder gezag van de CNDP staan. Tevergeefs roept de CRONGD van Noord-Kivu (provinciaal overleg van ontwikkelings-NGO's) de internationale gemeenschap op de mensen niet in kampen te laten zitten maar hun terugkeer te faciliteren, wat immers de bedoeling was van het plan AMANI. Maar de recente toename van het aantal mensen in de kampen met ongeveer 100.000 heeft volgens de gedeputeerde Kenda Kenda, voorheen voorzitter van de Société Civile van Noord-Kivu, ook nog een andere oorzaak, namelijk de nieuwe instroom van mensen uit Rwanda en Oeganda die een plaats zoeken in Noord-Kivu; deze (oogluikend toegestane) infiltratie is volgens hem juist een reden waarom men de kampen niet wil sluiten. Op 28 augustus zijn zware gevechten uitgebroken tussen de CNDP en het Congolese leger die 3 dagen hebben geduurd De confrontatie begon in de vroege ochtend van 28 augustus met de beschieting van een legerkamp van de FARDC bij Kanombe in het territoire Rutshuru. Volgens FARDC-bevelhebber Vainqueur Mayele was het doel van de CNDP het leger uit het gebied te verdrijven om zo de controle over het hele territoire Rutshuru te krijgen. Dit klopt met de reactie van Alan Doss, hoofd van de VN-vredesmacht MONUC, "dat MONUC de gewapende groepen niet zal toestaan het territoire Rutshuru te controleren". Dat de lokale bevolking massaal op de vlucht is geslagen, zal Nkunda geen zorg zijn.
Aan welke kant staat MONUC?
Een ontluisterende inkijk in de opstelling van MONUC gaf het afscheid van de Indiase kolonel Chand Saroha bij diens vertrek 'na jaren van trouwe dienst'. Saroha was MONUC-bevelhebber over het gebied rond de stad Sake, ten Noorden van Goma. Daar hebben eind 2007 nog zware gevechten plaats gehad tussen de CNDP en de FARDC die door tussenkomst van MONUC onbeslist zijn geëindigd.
Het is ook het gebied waarover Le Potentiel toevallig op 8 juli een artikel publiceerde: de oorspronkelijke bewoners zijn allemaal verjaagd door de CNDP; velen van hen zitten nu in een kamp bij Mugunga, hun vee is geroofd en wordt thans gehoed door soldaten van Nkunda. Een schoolvoorbeeld dus van etnische zuivering! [Zie over kamp Mugunga, de Korte Berichten]
Bij een afscheidsbezoek aan Kitshanga, het hoofdkwartier van Nkunda, prees kolonel Saroha zijn collega als een "broeder in de strijd voor een nobel doel en bereid tot offers zoals een waar revolutionair betaamt".
Dit incident maakt duidelijk waarom er twijfel is of er van MONUC onder de huidige leiding iets te verwachten is bij het herstel van het centrale gezag in Oost-Congo. Dat het MONUC-commando in New York zich formeel distantieert van het optreden van haar kolonel spreekt vanzelf maar doet aan de realiteit weinig af.
De bevolking heeft trouwens allang door hoe de verhoudingen liggen, zoals bleek bij de felle anti-MONUC demonstraties in Rutshuru op 3 september waarbij een MONUC-voertuig in vlammen opging. De bewoners willen af van de CNDP die hen het leven ondraaglijk maakt. Het VN-persbureau IRIN citeert een ooggetuige: "De mensen protesteren tegen MONUC omdat ze willen dat het leger (FARDC) oprukt en de rebellen (CNDP) het land uitdrijft, in plaats van (onder druk van MONUC) terug te keren op de vorige posities."
Heeft de journalist Jean N'saka gelijk als hij in Le Phare van 31 juli schrijft: "De Veiligheidsraad, MONUC en de EU, de peetoom van het proces, zijn het erover eens dat het van kwaad tot erger gaat, en wassen hun handen in onschuld."?
Korte berichten
- De Spaanse arresten: Samen met Congolese vrienden voerde Congo-Ned actie om bekendheid te geven aan de procedure voor het Spaanse hooggerechtshof tegen 40 medewerkers van de Rwandese president Kagame [Zie voor details Nieuwsbrief 17]. Van 3 tot 5 juni ontvingen we de advokaat van de slachtoffers, mr Jordi Palou Loverdos, en introduceerden hem bij diverse politieke en maatschappelijke instanties en de pers. Een verslag is te vinden op onze website. Eén van de beklaagden (die beschuldigd wordt van misdaden tegen de menselijkheid) is generaal Karake Karenzi, die namens de VN in Darfur als onderbevelhebber moet waken tegen misdaden tegen de menselijkheid! Tot ergernis van Kagame heeft de VN een probleem met de herbenoeming van de generaal.
- ASPD: Van de mensenrechten-NGO ASPD uit Goma kregen we een verslag over de toestand in het vluchtelingenkamp Mugunga II, waar meer dan 10.000 ontheemden verblijven op een terrein van 200 bij 400 meter. De onderzoekers noemen de situatie er 'inhumaan': er is te weinig voedsel, geen brandstof, geen bescherming tegen indringers en vrijwel geen voorzieningen. Veel vrouwen zijn verkracht bij het verzamelen van brandhout, waarschijnlijk ook door FARDC-soldaten.
- "Living with fear": Dit is de titel van het rapport van een breed opgezette enquete onder de bevolking van Ituri, Noord- en Zuid-Kivu. Eén van de initiatiefnemers is het International Center for Transitional Justice (ICTJ). De vragen zijn bedoeld om te documenteren wat de mensen hebben meegemaakt en hoe zij denken het leven weer te zullen oppakken zodra de gewapende conflicten voorbij zijn. Herstel van vrede en veiligheid heeft voor bijna iedereen prioriteit, maar er is weinig vertrouwen in internationale instituties om dit te bereiken. Dat MONUC er is om hen te beschermen gelooft vrijwel niemand. Veel meer verwacht men van de Congolese regering, die moet zorgen voor elementaire voorzieningen en toepassing van het recht, ook als het gaat om af te rekenen met de misdadigers die hun bestaan hebben verwoest en nu vrij rondlopen. Een oorlogstribunaal zou goed zijn, maar dan wel op Congolese bodem.
.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.