
Werkgroep Congo-Ned
Nieuwsbrief 2: November 2002
In de vier maanden sinds onze eerste Nieuwsbrief is in de politieke constellatie, waarbinnen de conflicten in Oost-Congo plaatsvinden, heel wat veranderd. Helaas heeft dit voor de bevolking nog weinig positiefs opgeleverd. Als werkgroep Congo-Ned hebben we de afgelopen maanden de berichten die ons bereikten zoveel mogelijk doorgegeven.Vooral de ontwikkelingen in het Iturigebied hebben ons erg verontrust.
Belangrijk is het op 15 october uitgekomen eindrapport van het panel van VN-experts over de illegale exploitatie van Congo's bodemschatten, dat inmiddels al heel wat, vaak verbolgen, reacties heeft opgeroepen.
De politiek
De Intercongolese Dialoog in Sun City is op 19 april zonder concrete resultaten geëindigd. Een overgangregering waarin Jean Pierre Bemba premier zou worden is er niet gekomen. Wel lijkt bij het merendeel van de politieke klasse het besef te hebben postgevat dat men er op één of andere manier uit moet komen. Belangrijk is dat Zuid-Afrika en Angola, waar de binnenlandse vrede juist is hersteld, initiatieven hebben genomen om tot een vredesregeling in Congo te komen. Zo ligt er nu een akkoord van Pretoria tussen Congo en Rwanda dat op korte termijn moet leiden tot terugtrekking van alle Rwandese troepen en tot overdracht van de Interahamwe en ex-FAR aan MONUC (de vredesmacht van de VN). Ook is er een akkoord van Luanda op grond waarvan alle Oegandese troepen Congo moeten verlaten. Het is duidelijk dat Zuid-Afrika bezig is, zowel politiek als economisch, zijn stempel te drukken op het gehele zuidelijke deel van Afrika. Het krijgt bij zijn initatieven in het Grote-Merengebied de ruimte van de VS, die belang hebben bij het indammen van de chaos maar zelf op dit moment weinig aandacht hebben voor dit deel van de wereld.
Kivu
Het akkoord van Pretoria lijkt effect te sorteren. Onder toezicht van MONUC zijn Rwandese troepen in grote getale teruggetrokken, iets dat niemand tot voor kort denkbaar had geacht. Maar dat hiermee een einde is gekomen aan de militaire aanwezigheid van Rwanda in Kivu, is niet waarschijnlijk. Zo wordt bericht dat een deel van de Rwandese militairen nu dienst doet in het leger van RCD-Goma, terwijl anderen, als burger
vermomd, winplaatsen van coltan en andere delfstoffen bewaken. Het RCD-leger vecht nog tegen een strijdmacht van zogenaamde Banyamulenge (Congolese Tutsi) en tegen de Mai-Mai-volksmilities onder leiding van commandant Padiri. Van vrede waarnaar de bevolking verlangt is dus nog geen sprake.
Nieuwe dialoog
Intussen zijn in Zuid-Afrika opnieuw politieke besprekingen begonnen, waaraan ook afgevaardigden van RCD-Goma deelnemen.Deze moeten leiden tot een alomvattend akkoord en de instelling van een overgangsregering. De vraag is of een machtsdeling tussen de leiders in Kinshasa en die van de rebellenbewegingen wel een goede basis zal blijken voor vrede en eenheid in Congo. Wie kennis neemt van het pas uitgekomen rapport van het experts-panel van de VN over Congo, zal in die twijfel alleen maar gesterkt worden. Het rapport maakt ondermeer duidelijk dat Rwanda absoluut niet van plan is zijn greep op Oost-Congo los te laten. Het beschouwt dit deel van Congo als wingewest van kostbare delfstoffen en als overloopgebied voor Rwandezen die in het eigen land geen plaats vinden, precies het scenario waarvan ook sprake is in onze brochure "Opdat men niet vergete".
Ituri
Mogelijk nog rampzaliger is de situatie in het noordoostelijke Iturigebied Dit is sinds 1998 gekoloniseerd geweest door Oeganda, dat daar in de loop van de tijd verschillende krijgsheren heeft bewapend: Mbusa Nyamwisi (RCD-K-ML), Roger Lumbala (RCD-N) en nu ook nog Thomas Lubanga (UPC), die sinds kort de macht heeft in Bunia. De voortdurende strijd in dit gebied heeft wortels in oeroude etnische rivaliteiten om het bezit van grond of goudmijnen, maar leidt nu door de verspreiding van vuurwapens tot vreselijke bloedbaden. Het Oegandese leger heeft belang bij de oorlogstoestand, want deze legitimeert zijn aanwezigheid die dient om bescherming te bieden aan de commerciële activiteiten van Oegandese handelaren. De schaarse berichten die tot ons doordringen zijn huiveringwekkend. Ze spreken van geheel vernielde steden en dorpen, zoals de plaats Nyankunde, waar door een protestantse missie door de jaren heen een groot medisch centrum en ziekenhuis werd gedreven dat nu is vernietigd. Tienduizenden zijn gevlucht en afhankelijk van hulp; hoeveel doden gevallen zijn weet niemand. Een Congolese organisatie die berichten verzamelt en naar buiten brengt is de AMCP (Association des Médecins Congolais pour la Paix) in Kisangani. In hun rapport roepen ze ondermeer de hulp in van de IPPNW, de internationale organisatie van artsen voor vrede; we proberen die oproep te versterken.
Kisangani
Over de situatie in Kisangani zelf, de stad waarmee we ons speciaal verbonden voelen, kunnen we weinig nieuws melden. Een kennis van ons die een privé-bezoek bracht aan de stad meldde dat er een sfeer van terneergeslagenheid heerste; het verzet was kennelijk ondergronds gegaan. Al met al zijn ook onze voornemens een partnerschap aan te gaan met een ngo in Kisangani nog niet gerealiseerd. We hopen een eerste stap te zetten als het onze contactpersoon Firmin Yangambi lukt half november een bezoek aan Europa te brengen.
Acties
*Op 22 juli stuurde Congo-Ned een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer. Naar aanleiding van ondermeer een bericht van de Congolese mensenrechtenorganisatie COJESKI vroegen we aandacht voor de dreigende situatie in Zuid-Kivu: Rwanda zou bezig zijn 15000 man troepen over te brengen naar het gebied rond Bukavu om het verzet van de Mai-Mai-volksmilities en Banyamulenge te breken. De bewoners vrezen dat het militaire ingrijpen van het Rwandese leger zal leiden tot het afslachten van burgers zoals in mei in Kisangani en, op termijn, de annexatie van een deel van Congo door Rwanda ten behoeve van exploitatie van bodemrijkdommen. Congo-Ned roept de regering op de ontwikkelingshulp aan Rwanda te stoppen zolang dit land troepen in Congo houdt en bij de VN aan te dringen op versterking van MONUC zodat deze de burgers daadwerkelijk kan beschermen. We ontvingen later als reactie op onze brief kamervragen die door de heer Koenders (PvdA) gesteld zijn aan minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken. Op 22 augustus kwam daarop een antwoord van de minister. Hieruit blijkt dat het ministerie tevreden is over het akkoord dat Rwanda en Congo gesloten hebben en dat Nederland een aanzienlijk bedrag ter beschikking stelt voor het ontwapeningsprogramma van het Grote-Merengebied (het zg. DDR-programma van de Wereldbank voor demobilisatie en reintegratie). De Hoop Scheffer is verder van mening dat versterking van MONUC niet aan de orde is en dat de illegale exploitatie moeilijk aan te pakken is.

De Hoop Scheffer ontvangt in een gouden doos 1681 handtekeningen tegen plundering van Congolese grondstoffen (febr.2002)
*Op 2 september waren twee leden van Congo-Ned aanwezig bij de internationale conferentie van People's Global Action te Leiden. In één van onze presentaties gingen we in op de gevolgen van de huidige vorm van globalisatie voor Congo: de (illegale) exploitatie van Congo's bodemschatten betekent winst voor de rijken, terwijl de bevolking in Congo arm blijft en slachtoffer is van de conflicten. In een tweede presentatie behandelden we de internationale wapenstromen naar het Grote-Merengebied en de militaire trainingsprogramma's van de VS aan Rwanda en Oeganda. Ook besteedden we aandacht aan het sexuele geweld tegen vrouwen in Oost-Congo naar aanleiding van een rapport van Human Rights Watch. Voor onze bijdragen was behoorlijke belangstelling. Naar aanleiding van onze presentaties werd ons gevraagd een artikel te schrijven voor het Tijdschrift voor antimilitarisme en dienstweigeren, VD AMOK.
*Op 14 october stuurden we een brief aan Chemie Pharmacie Holland. Dit bedrijf wordt genoemd als één van de bedrijven die betrokken zijn bij de handel in illegaal gewonnen coltan uit Congo. CPH werkt daarbij samen met het Amerikaanse Eagles Wings Resources (EWR), dat een kantoor in Kigali heeft en coltan uit Congo betrekt. We wezen met name op de gevolgen die de coltan-exploitatie voor de lokale bevolking heeft. In een reactie zegt CPH "niet meer actief" in de coltanhandel te zitten en de band met EWR "op dit gebied" te hebben beeindigd. Volgens het VN-rapport verleent CPH echter nog steeds financiële en logistieke steun aan Eagles Wings Resources. Op een tweede brief van ons reageerde CPH tot nu toe niet.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Werkgroep Congo-Ned
e-mail: congoned@dds.nl
Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking:kunst-service
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam. Giften aan de stichting zijn aftrekbaar, en hartelijk welkom!
home