
Dit jaar heeft de Werkgroep Congo-Ned geen nieuwbrief verzonden. Niet, dat er in Congo niets is gebeurd dat de moeite van het vermelden waard is of dat we ons niet meer actief met wat daar gebeurt hebben bezig gehouden. Maar terwijl we in het verleden de indruk hadden, door aandacht te vragen voor de politieke machinaties die ten doel hebben land en volk van Congo eronder te houden, een bijdrage te kunnen leveren aan versterking van positieve krachten, is daarvan sinds begin dit jaar geen sprake meer. De meerderheid van de bevolking zakt steeds verder weg in armoede en de economie draait vooral ten bate van een kleine politiek/militaire bovenlaag die zich in dienst heeft gesteld van buitenlandse investeerders en ondernemingen. Deze zijn tegenwoordig niet meer uitsluitend van westerse origine, maar ook Aziatische landen (China, India, Thailand, Emiraten) hebben zich gevoegd bij de economische machten die graag profiteren van wat Congo te bieden heeft. Dit laatste niet alleen ondergronds (mijnbouw) maar ook bovengronds, nu miljoenen hectaren land worden verpatst aan vreemde landbouwbedrijven om er voedsel of biobrandstof te gaan produceren voor het thuisland of voor de wereldmarkt. Terwijl in Azië en Latijns-Amerika regeringen zich steeds meer inzetten voor de eigen bevolking, zien we dat Congo wordt geherkoloniseerd en zijn bevolking uitgeleverd aan de macht van het internationale kapitaal. Toch willen we bij wijze van eindejaarsgroet u iets schrijven van de dingen die ons het afgelopen jaar hebben bezig gehouden, ook al zien we weinig licht aan het einde van de tunnel.
De situatie in Oost-Congo
Sinds het begin van dit jaar is het volop oorlog in Noord- en Zuid-Kivu. Dit is het gevolg van een overeenkomst tussen president Kabila en zijn collega Kagame van Rwanda, om samen deze provincies met militaire middelen onder controle te brengen. Die stap was nodig geworden na de opschudding die in westerse landen was ontstaan door een VN-rapport dat de (allang bekende) misdaden van de CNDP onder leiding van Laurent Nkunda op de politieke agenda had geplaatst. De noodzakelijke koerswijziging moest voor de sponsors van Kagame (vooral VS en Engeland) een vooral kosmetische aanpassing behelzen, maar geen bedreiging betekenen voor de export van de (illegaal gewonnen) strategische grondstoffen (tantalum, niobium, colombium, cassiteriet e.d.), die al meer dan 10 jaar vanuit Kigali wordt gecontroleerd. Zo werd Kabila gedwongen zijn oorlogsspel tegen Rwanda (alias CNDP) te staken en een broederlijke relatie met Kagame aan te gaan. De overeenkomst werd in januari jl. beklonken in Gisenye, en onmiddellijk gevolgd door een gezamenlijke militaire actie van de FARDC (het Congolese leger) en de RDF (het Rwandese leger) onder de naam Umoja Wetu (Onze Eenheid), die - hoe kan het anders -- officieel gericht was tegen de FDLR, het akroniem voor de tienduizenden Rwandese Hutu die in 1994 naar Congo zijn gevlucht en hun nakomelingen. Zij zijn weliswaar sinds jaar en dag de handelspartners van de Rwandese en andere buitenlandse ondernemers bij de export van de genoemde strategische grondstoffen, maar blijven niettemin, in het buitenlands-politieke credo, onverminderd de 'genocidaire hutu', die naar zeggen de veiligheid van Rwanda bedreigen en dus verdelgd moeten worden. Dit credo ter discussie stellen zou de positie van Kagame, onmisbare steunpilaar van de VS in Centraal-Afrika, ondergraven, en hem verplichten tot een op verzoening gerichte 'inter-rwandese dialoog' en daarmee de 'stabiliteit' [lees: de internationale commerciele belangen] bedreigen.
Zo trok Kabila (in een door de jonge Obama-ploeg geredigeerd plan) samen met Kagame ten strijde tegen de FDLR, een strijd die inmiddels militair gesproken, op een volledige mislukking is uitgelopen, wat een vervolg-operatie noodzakelijk maakte. Die operatie is nog steeds gaande, nu onder de naam van Kimia-2. Het verschil is dat het nu een operatie betreft van de FARDC tezamen met de VN-vredesmacht MONUC en moet gaan zorgen voor vrede en veiligheid. Het onderscheid is echter kleiner dan het lijkt: de CNDP, voornamelijk miliairen van Rwandese origine, is integraal met bevelstructuur en al opgenomen in de FARDC, na te zijn verrijkt met Rwandese soldaten die zijn achtergebleven na Umoja Wetu. En als grote bedreiger van 'vrede en veiligheid' wordt opnieuw de FDLR gezien.
Nu, een half jaar later, blijkt het belangrijkste slachtoffer niet zozeer de FDLR als wel de Congolese bevolking: hun dorpen worden platgebrand, hun vee en bezittingen gestolen, hun vrouwen verkracht. Honderdduizenden zijn gevlucht naar provisorische kampen en bivakkeren onder zeiltjes van hulporganisaties. Intussen trekken tienduizenden kinyarwanda sprekende kolonisten uit Oeganda en Rwanda het land binnen om zich te vestigen in de platgebrande dorpen waarvan de bewoners in kampen zitten, een proces van etnische zuivering en kolonisatie waaraan hulporganisaties stilzwijgend medewerking verlenen. Ronduit "catastrofaal" voor de Congolese bevolking noemt de VN-mensenrechtenrapporteur Alston de gevolgen van Kimia-2, die de vredesmacht MONUC mede verantwoordelijk stelt voor de menselijke tragedie. In deze toestand van rechteloosheid zijn vaak de Mai-Mai groepen de enige die het, met de wapens, voor de bevolking opnemen en voorkomen dat deze op de vlucht moet met achterlaten van huis en haard. Daarom zijn zij mede doelwit van Kimia-2 en worden ze beschuldigd van 'samenwerking met de FDLR' (waarmee ze dikwijls noodgedwongen als sinds jaren samenleven).
Arrestaties
Voor de samenwerking met het Rwandese leger,dat verantwoordelijk is voor de dood van miljoenen Congolese burgers, wenste Kabila zich noch voor het Congolese parlement, noch voor het volk te verantwoorden. Het gevolg is dat het vertrouwen in de regering, niet alleen in het Oosten maar ook elders, is gedaald en het regime steeds spastischer reageert: kritsche journalisten, religieuzen, activisten worden vermoord of verdwijnen achter de tralies, soms in onbekende detentieplaatsen.
Zo werden we op 28 september opgeschrikt door het bericht dat iemand met wie we regelmatig samenwerken, de advokaat en mensenrechten-activist uit Kisangani, Firmin Yangambi, met enkele vrienden is gearresteerd. Hem wordt poging tot gewapende opstand ten laste gelegd, reden waarom men het drietal voor de militaire rechtbank heeft gebracht. Yangambi, die ook pleiter is bij het Internationaal Strafhof, heeft voldoende relaties en binnen-en buitenland zodat het regime hem niet geruisloos heeft kunnen laten verdwijnen, en hun proces zelfs regelmatig wordt verslagen in het dagblad Le Potentiel. Het is duidelijk dat het een politiek proces is, waarbij de aanklager een generaal is uit de directe omgeving van de president en waarvan de uitkomst onvoorspelbaar is.
Een nieuwe opstand is begonnen in de noord-oostelijke provincie Equateur, in de buurt van Gemena. Nadat zijn eigen troepen, ondanks hulp van MONUC waren verslagen door de opstandelingen heeft Kabila Rwandese soldaten erop af gestuurd, waarmee hij nog eens duidelijk maakt wie er in Congo tegenwoordig echt de macht heeft. De provincie is geopolitiek van belang: het tropisch regenwoud vertegenwoordigt (klimatologisch en commercieel) een grote waarde en de bodem bevat aanzienlijke oliereserves.
Blijvende afhankelijkheid
Bij zijn aantreden in 2006 had Kabila, onder de titel "5 chantiers" grote openbare werken aangekondigd, die hij dacht te financieren via een contract met China (ter waarde van $ 9 miljard) en door annulering van de oude staatsschuld via het armoedebestrijdingsprogramma PPTE van het IMF. Van die werken is maar weinig terecht gekomen. Hoewel het land allang aan alle eisen voor het PPTE-programma had voldaan, weigerde de Club de Paris, de groep van rijke krediteurenlanden, zijn fiat te geven. De VS eisten dat het contract met China werd beperkt tot $ 6 miljard, waardoor de claim van China op mijnconcessies in Katanga verminderd zou worden en geen bedreiging meer zou vormen voor de Amerikaanse belangen. Inmiddels hebben de VS, met tegenzin van China en de Congolese regering, hun zin gekregen en is op 11 december jl een overeenkomst voor 3 jaar met het IMF getekend. De voorwaarden van de overeenkomst laten zien dat de DRC in feite financieel-economisch een mandaatgebied van het IMF wordt: Zodra het land maar even afwijkt van de (door westerse landen gedicteerde) eisen gaat de beloofde kwijtschelding alsnog niet door en wordt de halfjaarlijkse steun van $ 78,5 miljoen gestopt. Zo blijft het land bungelen tussen een opgedrongen oorlog in het Oosten en mijnbelangen uit het Westen. Kabila raakt steeds meer in het nauw. De bevolking betaalt het gelag.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.