
Nieuwsbrief 22: december 2010
`````````````````````````````````````````````````````````````
Aanknopingspunt voor deze nieuwsbrief vormen twee rapporten uit de Verenigde Naties. Het één gaat over de actuele situatie in Congo, met name in het Oosten van het land en komt van de Expertgroep van de Veiligheidsraad die het wapenembargo controleert. Het andere, ruim 500 pagina's dik, gaat over het verleden (1993-2003) en komt van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten in Geneve, het z.g. Mapping Report. Het omvat de periodes van oorlog (1996-1997 en 1998-2002) die vooral in de Oostelijke provincies heeft gewoed en daar miljoenen slachtoffers gemaakt. De straffeloosheid voor de verschrikkelijke misdaden die toen zijn gepleegd heeft een trend gezet die nog steeds niet is ingedamd en waarvan vooral de zwaksten, zoals vrouwen op het platteland, slachtoffer zijn. Het rapport is daarom een dringend appèl om de misdadigers uit die periode eindelijk voor de rechter te brengen. Maar we beginnen met een proces dat in Congo wel wordt gevoerd, namelijk dat tegen mr Firmin Yangambi, een mensenrechtenactivist die in aanmerking zou moeten komen voor de Nobelprijs voor de Vrede!
Het proces Yangambi
In onze laatste nieuwsbrief (mei 2010) berichtten we over het proces tegen mr Firmin Yangambi, president van de stichting "Paix sur Terre", die door het Militaire Gerechtshof in Kinshasa ter dood is veroordeeld. Hij staat, tezamen met drie vrienden Ben, Eric en Elia, terecht op grond van vermeende organisatie van een gewapende opstand tegen het bewind van Joseph Kabila.
Op 8 juli is de behandeling van hun zaak in hoger beroep begonnen voor het Militair Hooggerechtshof. Het Hof wordt voorgezeten door een rechter in de rang van generaal waardoor de aanklager, generaal Tim Munkutu, in de rechtszaal nu niet automatisch de doorslag geeft. De rechtzaak krijgt gelukkig flink wat aandacht van diverse internationale organisaties van advokaten. Een paar advokaten hebben Yangambi bezocht in de Makala-gevangenis, o.a. M. Pradel van de CIB en J. Peirera van de AIJA . Uit de kring van de UIA is Mr Joel Paka uit Brazzaville toegevoegd aan het team van advokaten dat de vier verdedigt. De juristenorganisaties zijn het erover eens dat de procesgang tot nu toe een aanfluiting is van het recht en er in feite geen enkel wettig bewijs is geleverd dat hun veroordeling rechtvaardigt. Dit beamen ook mensenrechtenorganisaties, zoals de Fédération Internationale des Droits de l'Homme (FIDH) en de Groupe Lotus uit Kisangani, die de gang van zaken van nabij volgen.
Intussen sleept het proces zich voort. Veiligheidsagenten die volgens het proces-verbaal in de auto van Ben en Eric wapens hadden aangetroffen bij een routinecontrole hebben voor de rechter toegegeven dat er sprake was van een vooropgezette valstrik en dat ze de bedoelde wapens nooit gezien hebben. Een videoverslag van het verhoor van de verdachten waarop hun bekentenis geregisteerd zou zijn, bleek een doorzichtige montage die iedere bewijskracht mist. Het eind van het proces is nog niet in zicht. Voor de vier is het allereerst van belang ondanks de barre omstandigheden van de Makala-gevangenis de moed erin te houden. Daarbij helpt gelukkig de 'gsm' die moeiteloos over de gevangenismuren klimt. Namens Congo-Ned steunen we hen verder zoveel mogelijk, ondermeer door sturen van studieboeken.
Rapport VN-experts: lood om oud ijzer?
Het bijna achter ons liggende jaar hebben, althans naar het schijnt, troepen van het Congolese leger (FARDC) tezamen met de VN-Vredesmacht Monusco (voorheen Monuc) met overgave strijd gevoerd tegen wat volgens de Westerse voorstelling de grootste bron van ellende in Oost-Congo is, namelijk de Rwandese rebellenorganisatie FDLR. De militaire operatie getooid met de hoopgevende naam 'Amani Leo'(Vrede nú) beloofde door het ontwapenen van de FDLR de weg vrij te maken voor herstel van vrede en veiligheid voor de bevolking en voor fatsoenlijke exploitatie van de grondstoffenmijnen als basis van welvaart voor de hele regio.
Echter, wie kennis neemt van het kort geleden uitgekomen rapport van de groep VN-experts inzake Congo (S/2010/596) zal moeten vaststellen dat daarvan weinig is terecht gekomen. Het rapport beschrijft gedetailleerd en gedocumenteerd de gang van zaken bij de belangrijkste mijn- en handelscentra van Noord- en Zuid-Kivu, zoals Bisié en Omate in Walikale, Masisi, Kamituga en Zombe in Mwenga, Shabunda, enzovoorts. Het gaat allemaal om rijke vindplaatsen van cassiteriet, goud en andere kostbare mineralen, waar arme 'creuseurs' met schep en emmer de ertsen opgraven, die vervolgens hun weg vinden naar de wereldmarkt en rijke gebruikers.
Hetzelfde patroon herhaalt zich steeds: de FDLR-milities, die tot voor kort de mijnplaatsen controleerden, zijn verjaagd en hebben zich teruggetrokken in minder toegankelijke gebieden. Ze zijn vervangen door militairen in FARDC-uniform die onder bevel staan van Tutsi-officieren van de voormalige CNDP-militie van Laurent Nkunda. Deze CNDP-officieren zijn na een akkoord tussen de presidenten Kagame en Kabila 'geïntegreerd' in het Congolese leger en hebben daarvan in Oost-Congo de leiding overgenomen.
Voor de Congolese bevolking, al of niet betrokken bij de mijnbouw, is dit geen verbetering. De FDLR-leden die met hun gezinnen leefden van het belasten van de mijnbouwactiviteiten en de commercialisering daarvan, zijn in kleine groepen verder het land ingetrokken. Ze doen overvallen op transporten van mineralen en andere goederen en op Congolese dorpen om in hun levensonderhoud te voorzien.
De uit CNDP-kring afkomstige FARDC-officieren en hun manschappen hebben weinig belangstelling voor hun hoofdtaken, zoals het beveiligen van de bevolking en hun eigendommen. De officieren zijn voornamelijk zakenlui geworden die het uitbaten van de mijnen in hun regio en het beveiligen daarvan tegen concurrenten veel belangrijker vinden. Het rapport van de VN-experts spreekt in dit verband van 'criminele netwerken' binnen de FARDC. Aan het hoofd van zo'n netwerk staat een commandant die de controle heeft over een militaire sector maar in feite vooral bezig is met de exploitatie, afvoer en verhandeling van mineralen uit zijn sector. Hij wordt gesteund door lagere officieren en manschappen die zijn orders uitvoeren en meeprofiteren van de opbrengsten.
Er is onder deze hooggeplaatste houwdegens veel rivaliteit, niet alleen om commerciële maar ook om politieke redenen. Globaal zijn de Tutsi-officieren te verdelen in twee groepen: pro-Ntaganda en pro-Nkunda. De eerste groep beschouwt 'generaal' Bosco Ntaganda als zijn leider en aanvaardt geen opdracht zonder zijn expliciete instemming. Hoewel er een arrestatiebevel tegen hem loopt van het Internationaal Strafhof, is hij nog steeds commandant van Amani Leo. Hij exploiteert landerijen bij Kitshanga in Masisi en is, naar zeggen, een beschermeling van Joseph Kabila.
De andere groep beschouwt de afgezette CNDP-leider Laurent Nkunda nog steeds als zijn leider, hoewel deze op last van Kagame al een jaar geleden is opgepakt en in Rwanda beperkte bewegingsvrijheid heeft. Onder de pro-Nkunda officieren is de vice-commandant van Amani Leo, generaal Sultani Makenga. Sommigen CNDP-ers vinden overigens dat ze niet echt deel uitmaken van de FARDC, maar slechts meevechten met 'Amani Leo', of, zoals een VN-expert het uitdrukt, dat deel uitmaken van de FARDC de prijs is die betaald moet worden om bij de grondstoffenmijnen te komen. Maar er zijn er ook die deze prijs niet hebben willen betalen zoals de ex-CNDP kolonel Emmanuel Nsegiyumva die nu leiding geeft aan de militie FPLC (Forces Démocratiques pour la Libération du Congo), die te velde de samenwerking van de FDLR en Congolese rebellengroepen niet schuwt.
Men zou bijna vergeten dat het de geïnstitutionaliseerde hebzucht van de wereldmarkt is die mens en milieu in Oost-Congo onderwerpt aan dit misdadige systeem van uitbuiting. Internationale handelshuizen maken gebruik van de toewijding van nietsontziende Rwandese Tutsi-officieren en immorele Congolese handlangers om te zorgen voor een ongestoorde toevoer van goud, tantaal, tinerts, enzovoorts.
Nu, bijna 10 jaar na het rapport van het VN-panel (2001), dat deze illegale handel aan de kaak stelde, gaat de roof nog steeds door. Wel is in de VS een wet aangenomen die handelaars van grondstoffenimport, vanaf juni 2011, verplicht om verantwoording af te leggen van de wijze waarop deze zijn gewonnen en aangeleverd. Wat daarvan het resultaat is moeten we nog afwachten. Ook de VN-experts besteden heel wat aandacht aan 'due dilligence guidelines', regels die aan bedrijven zouden moeten worden opgelegd om te voorkomen dat de consument 'bloed aan zijn mobieltje' heeft.
Mapping Report: eindelijk recht?
Een ander VN-rapport, in dit geval opgesteld op gezag van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, mevrouw Navi Pillay, heeft met recht heel wat stof doen opwaaien. De volledige titel is "Rapport van het Mapping Project inzake de ernstigste schendingen van de mensenrechten en van het internationale humanitaire recht, begaan tussen maart 1993 en juni 2003 op het grondgebied van de RDC". Het staat sinds zijn officiële publicatie op 1 october jl. bekend als het 'Mapping report'.(zie:http://www.ohchr.org). Tussen october 2008 en mei 2009 is een 20-tal onderzoekers het land doorgereisd en heeft aan de hand van verklaringen van ooggetuigen en mensenrechtenvertegenwoordigers 617 'incidenten' gedocumenteerd die representatief zijn voor de immense moordpartijen die in Congo (eerst nog Zaïre) hebben plaats gehad.
De aandacht van de wereldopinie - de Nederlandse niet uitgesloten - is het meest uitgegaan naar wat is gedocumenteerd over het uitmoorden van de Rwandese Hutu in 1996/97 bij hun vlucht door de Zaïrese bossen, achtervolgd door het leger van Paul Kagame o.l.v. zijn stafchef James Kabarebe. Het gaat om bekende feiten die destijds (1997) al werden aangeklaagd door mensen als VN-rapporteur Garretón, EU-commissaris Emma Bonino en vele anderen. Daarbij viel zelfs al het woord 'genocide', een affront jegens Kagame, dat snel uit de publieke aandacht verdween.
Als Werkgroep Congo-Ned zijn wij vooral blij met de aandacht die het Mapping Report besteedt aan de vreselijke misdrijven die in de periode 1998-2002 in Oost-Congo hebben plaats gehad , waarvoor de door de Rwandese bezetters opgetuigde rebellengroep RCD-Goma verantwoordelijk is. De plaatsnamen Makobolo, Kasika, Katogota, Mwenga, .. verwijzen naar even zovele bloedbaden op burgers, die geen ander doel hadden dan via terreur het verzet van de bevolking te breken. Ze staan nu allemaal beschreven in het Mapping Report.
In het rapport wordt uitvoerig stilgestaan bij vragen als: Hoe kan de bestaande straffeloosheid worden doorbroken? Door wie moeten de schuldigen worden berecht? In de RDC is van onafhankelijke justitie geen sprake; de procedures tegen Firmin Yangambi c.s. en tegen de moordenaars van Floribert Chebeya laten daar geen twijfel over bestaan. De internationale rechtspleging is een lappendeken van ad-hoc constructies, soms in de vorm van een echt internationaal tribunaal (Rwanda, Joego-Slavië), soms als gemengde (half internationale) rechtspleging (Cambodja, Sierra Leone). Het verzet onder de politieke leiders van de landen in de regio, met Kagame en zijn vriend Joseph Kabila, om internationale juristen (mede) de misdadigers te laten berechten, is sterk. We vrezen daarom dat van berechting weinig terecht zal komen zolang Paul Kagame en Joseph Kabila het veld niet hebben geruimd.
WikiLeaks: het belang van Congo
Steeds meer wordt duidelijk over de Amerikaans/Engelse verantwoordelijkheid voor de rampspoeden die Congo sinds de inval van Rwandese, Oegandese en Burundese troepen in 1998 hebben geteisterd. Zie bijvoorbeeld het goed leesbare recente boek van Pierre Péan, "Carnages, Les guerres secrètes des grandes puissances en Afrique" [Fayard].
Na de instorting van het communisme (1989) heeft de enig overgebleven supermacht besloten dat het ook uit moest zijn met de Franse invloed in het grondstoffenrijke centrale deel van Afrika. Er volgde een moorddadige oorlog in Rwanda 1990-1994, gevolgd door twee niet minder destructieve oorlogen in Zaire resp. Congo, 1996-1997 en 1998-2002, die uitmondden in de vestiging van een nieuw pro-westers bewind in Kinshasa.
In de tot nu toe door WikiLeaks geopenbaarde documenten wordt iets duidelijk van de plaats die Congo inneemt in de 'national interests' van de VS en van de vrees voor de toenemende invloed van China in dat land. Genoemd worden in één van de cables: de 'natural resources' , in het bijzonder cobalt, waarvan Congo 30% van de wereldreserves bezit. Het betreft hier waarschijnlijk de mijnconcessie van Tenke/Fungurume in Katanga waarover Congo en een Amerikaans mijnbedrijf het onlangs eindelijk eens geworden zijn. Kort daarna kreeg Congo van het IMF kwijtschelding van het grootste deel van zijn staatsschuld.
Congo is wellicht te rijk om vrij te zijn. De bevolking heeft na 5 jaar Kabila en heel veel ontwikkelingshulp nog weinig ontwikkeling gezien maar ziet wel rijkdommen van zijn land naar het buitenland verdwijnen. Misschien geschiedt er een wonder, en treedt na de verkiezingen van 2011 iemand naar voren die meer oog heeft voor het 'algemeen belang'.
Rappèl
In de Rwandese hoofdstad Kigali zit Victoire Ingabire gevangen op bizarre beschuldigingen, als divisionisme en het verspreiden van genocide-ideologie. In feite heeft zij niet anders gedaan dan zich tegenkandidaat te stellen bij de presidentsverkiezingen. Naar onze mening moet de Nederlandse regering, die nota bene vertegenwoordigd was in de kiescommissie van Rwanda die de schertsverkiezing van Kagame begeleidde, haar best doen om te zorgen dat Victoire vrijkomt.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
Tekst: Nico Dekker.
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.