Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 25: december 2013

`````````````````````````````````````````````````````````````

Het heeft weinig gescheeld of het Congolese volk had een 'vredesregeling' moeten accepteren waarbij een groot deel van Oost-Congo de facto onder bestuur van de buurlanden Rwanda en Oeganda zou zijn komen te staan. Dat dit (althans voorlopig) is afgewend is primair te danken aan de Congolese bevolking zelf die met manifestaties, oproepen van ngo's, krantenberichten, enz. de regering heeft duidelijk gemaakt dat voldoen aan de wensen van de regeringen van de oostelijke buurlanden zou neerkomen op landverraad. In deze 25ste Nieuwsbrief geven we een beschrijving van de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, met bijzondere aandacht voor Oost-Congo.

De voorgeschiedenis

De tragedie die zich het afgelopen jaar in Oost-Congo, met name in Noord-Kivu heeft afgespeeld begon in april 2012 toen Bosco Ntaganda, tegen wie een internationaal arrestatiebevel liep maar die niettemin tot de Congolese legertop behoorde, zich aan het hoofd van een groep ontevreden tutsi-officieren stelde en een gewapende confrontatie met de rest van het leger aanging. Voorzien van wapens uit Rwanda bezetten ze, onder de naam M23, een groot deel van Noord-Kivu langs de grens met Rwanda en Oeganda met bevolkingscentra als Rutshuru, Kiwanja en de belangrijke grensstad Bunagana. Daar vestigden ze een terreurregime waar roof, moord en verkrachtingen aan de orde van de dag waren, die ook in de internationale media steeds meer aandacht kregen. Tienduizenden bewoners ontvluchtten de streek. Ze voegden zich berooid bij degenen die zich reeds langer onder de hoede van intenationale hulporganisaties hadden gesteld in grote kampen zoals bij Mugunga ten Noorden van Goma.

In november 2012 veroverde M23 met steun van het Rwandese leger na een korte veldslag met het Congolese leger (FARDC) Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu. De stad is het belangrijkste handelscentrum van de regio, en ook een essentieel coördinatiepunt van internationale hulpverlening, Bovendien beschikt de stad over een vliegveld dat onder controle staat van de VN-vredesmacht Monusco die echter geen vuist wenste te maken tegen de aanvallers. De verovering van Goma bleek een brug te ver: onder internationale druk werd M23 gedwongen zich terug te trekken tot enkele kilometers buiten de stad terwijl onderhandelingen met de regering in Kinshasa in het werden gesteld.

Kampala en Addis-Abeba

De onderhandelingen vonden plaats in het kader van de CIRGL , een al langer bestaande overlegstructuur van staten van het Grote-Merengebied, waarvan behalve de RDC, ondermeer Rwanda en Oeganda leden zijn. De Oegandese president Museveni trok als scheidend voorzitter van de CIRGL de bemiddelaarsrol naar zich toe: de besprekingen tussen M23 en de regering in Kinshasa heetten voortaan het overleg van Kampala. De discussies startten in december 2012 en zouden bijna een jaar duren. Intussen werd de humanitaire nood in de bezette gebieden en in de ontheemdenkampen steeds groter. Het duurde tot begin 2013 voor ook in de VN-Veiligheidsraad het besef doordrong dat M23 een gevaar was voor de hele regio dat gestopt moest worden. Sindsdien werd M23 steeds vaker aangeduid als force négative, net als haar gevreesde antipool de FDLR.

De ernst van de situatie was inmiddels wel zodanig dat de leiders van de Afrikaanse Unie (AU) die rond 24 februari in Addis-Abeba vergaderden een groot deel van hun tijd wijdden aan de situatie in Congo. Dit overleg leidde tot een 'Peace, Security and Cooperation Framework', waarin ondermeer staat dat in de RDC institutionele hervormingen moeten plaats vinden (met name in het openbaar bestuur en het leger) en dat alle AU-leden zich verplichten zich te onthouden van steun aan opstandige beweging in buurlanden. Het Framework werd later door de VN-Veiligheidsraad bekrachtigd, en ging de geschiedenis in als 'Kader-overeenkomst (Accord Cadre) van Addis-Abeba. Mary Robinson werd benoemd tot speciaal afgezant van de Secretaris Generaal van de VN met de opdracht namens de Verenigde Naties toe te zien op de uitvoering van de overeenkomst.

Exit Bosco Ntaganda

Mogelijk heeft Bosco Ntaganda de tekenen verstaan: enkele dagen na 'Addis-Abeba' maakte hij zich een paar getrouwen en ongeveer 800 manschappen los van M23. Hij trachtte zich te handhaven in het Virungapark maar werd achterna gezeten door zijn collega en rivaal Sultani Makenga die de leiding van M23 had overgenomen. Tenslotte vluchtten hij en zijn manschappen naar Rwanda. Zelf dook hij kort daarna onverwachts op bij de Amerikaanse ambassade in Kigali waar hij verzocht te worden overgedragen aan het Strafhof in Den Haag. Makenga zette echter met circa 1500 man en (stelselmatig ontkende) steun van Kagame de militaire acties voort.

Resolutie 2098

Op 28 maart nam de VN-Veiligheidsraad resolutie 2098 aan. Daarin werd ondermeer besloten aan de vredesmacht Monusco een speciale interventiebrigade toe te voegen. Deze kreeg het mandaat samen met de FARDC de gewapende groepen die Oost-Congo onveilig maken, op te sporen en te 'neutraliseren'. Om die taak uit te voeren kreeg ze de beschikking over een sterkere bewapening en over onbemande verkenningsvliegtuigen (drones). De interventiebrigade bestaat uit 3069 man die geleverd werden door Tanzania, Zuid-Afrika en Malawi en onder commando staan van een Tanzaniaanse generaal.
Ook de opperste leiding van de vredesmacht is inmiddels vervangen: Voortaan is de Duitser Martin Kobler de speciale vertegenwoordiger van de Secretaris generaal van de VN, als opvolger van de Amerikaan Roger Meece en is de Braziliaanse generaal Carlos Alberto Dos Santos Cruz benoemd tot opperbevelhebber van Monusco.

Maar ook door het Congolese leger lijkt een nieuwe wind te waaien. Dit heeft klaarblijkelijk te maken heeft met de vervanging van de notoir corrupte generaal Gabriel Amisi (alias Tango Fort) door de ervaren generaal François Olenga als hoofd van de landstrijdkrachten en de aanstelling van generaal Bahuma als regiocommandant voor Noord-Kivu. Tegelijk met deze mutaties werden meer dan honderd officieren naar Kinshasa teruggeroepen, zogenaamd voor het bijwonen van een militair seminar.
De resultaten werden spoedig merkbaar. Als Makenga in mei met zijn troepen uit het Noorden oprukt met de bedoeling opnieuw Goma te bezetten, wordt hij bij het dorp Mutaho door het Congolese leger tegengehouden en na felle gevechten teruggedreven. In de maanden die volgen herovert het leger, met dekking van de interventiebrigade de ene plaats na de andere. Generaal Olenga is een bekwaam logisticus; terwijl de gevechten woeden ontbreekt het de manschappen niet aan ravitaillering, munitie en soldij. Opeens blijkt de FARDC, tot verbazing en vreugde van de bevolking, een betrouwbaar leger.

Expertrapport

Ook op diplomatiek vlak kreeg Rwanda met tegenwind te maken. Op 24 juli werd officieel het (al maanden eerder uitgelekte) rapport van de groep Experts voor toezicht op het VN-wapenembargo gepubliceerd (S/2013/433). Met veel details en beeldmateriaal wordt aangetoond hoe Rwanda (en in mindere mate ook Oeganda) bezig zijn geweest M23 op te tuigen met de meest geavanceerde (Amerikaanse) wapens en te voorzien van munitie en manschappen. Vaak betrof dit jongelui die in de grensstreek onder dwang werden geronseld. Uit het rapport blijkt ook dat de leiding van het Rwandese leger intensief betrokken was bij de militaire planning van M23: de FARDC vocht dus niet tegen een rebellengroep maar tegen een afdeling van het Rwandese leger.Trouwe bondgenoten, waaronder Nederland en Groot-Brittannië, schortten hun hulp aan Rwanda op, en uiteindelijk kondigde de VS zelfs de beëindiging van zijn militaire hulp aan.

De speciale gezant van de VS, Russ Feingold, begon zich samen met Mary Robinson en Martin Kobler in te zetten voor een politiek compromis in Kampala waarin de belangrijkste eisen van M23 (neerkomend op reïntegratie in het Congolese leger en bestuurlijke autonomie voor een groot deel van Oost-Congo) gerealiseerd zouden worden. Voor Congolezen rees het spookbeeld op van balkanisering, het verdelen van het land in autonome brokken die door buitenlandse machten gemakkelijk te overheersen zijn.
Zover kwam het niet door de eclatante overwinning van het Congolese leger dat begin november de restanten van M23 de grens over joeg naar Oeganda. Nog enkele weken probeerden de bemiddelaars in Kampala met internationale druk de Congolese regering te dwingen het reeds geprepareerde 'vredesakkoord' te tekenen, maar de bevolking, maakte met demonstraaties de machthebbers in Kinshasa duidelijk dit absoluut niet te aanvaarden. Het zou inhouden dat de verslagen rebellie M23 na dood en verderf te hebben gezaaid, zou herrijzen als medebestuurder van oostelijk Congo. Uiteindelijk werd het mislukte vredesoverleg op 12 december in Nairobi afgesloten met twee afzonderlijke verklaringen: één van M23, dat men de rebellie opgaf en verder wilde gaan als politieke partij, en een veel uitvoeriger verklaring van de regering in Kinshasa,.Daarin wordt ondermeer een amnestieregeling in het vooruitzicht gesteld, alsmede vrijlating van gevangenen en reïntegratie van voormalige rebellen in de samenleving. Velen vragen zich al af hoe deze toegeeflijkheid te rijmen is met het lijden van al degenen in Kivu wier levens door deze misdadigers en hun politieke leiders zijn verwoest.

Goud

M23 was geen Congolese rebellie in de gewone zin van het woord, evenmin als zijn voorgangers de CNDP (2008-2009) en RCD. (1998-2002) Het waren stuk voor stuk politiek-militaire organisaties in dienst van buitenlandse belangen. In het laatste rapport van de VN-experts wordt opnieuw duidelijk waarom het gaat: plundering van de bodemschatten van Oost-Congo ten behoeve van Rwanda, Oeganda en multinationale ondernemingen. In een recent rapport van de Amerikaanse ngo. Enough wordt vastgesteld dat M23 in één jaar al aan illegale handel in goud zeker $ 500 miljoen heeft verdiend, In het rapport worden de routes waarlangs het edelmetaal de grens overgaat gereconstrueerd: Kampala en Bujumbura zijn de bestemmingen van waaruit het goud verder wordt verhandeld. Jarenlang heeft deze handel, net als die in tin, coltan enz. de stilzwijgende instemming gehad van de producenten en gebruikers van moderne high tech apparatuur.
Maar dit is aan het veranderen: In navolging van de Dodd-Frank wet in de VS wordt ook in de EU wetgeving voorbereid waarmee geprobeerd wordt de invoer van mineralen uit conflictgebieden te beletten. Wie een smartphone nodig heeft kan terecht bij de Fairphone waarin gegarandeerd (naar vermogen) mineralen verwerkt zijn die mensvriendelijk zijn gewonnen.

Olie

Aan de grondstoffentragedie dreigt een nieuwe acte te worden toegevoegd: die van de aardolie. Sedert decennia wordt in het uiterste Westen van Congo aardolie gewonnen, voor de kust vlak bij Cabinda waar Angola op grote schaal olie wint, maar ook onshore in een kuststrook van de provincie Bas-Congo bij de vissersplaats Moanda. De oliewinning is bescheiden maar economisch van groot belang voor het land,. Helaas zijn de gevolgen voor de bevolking rampzalig: het land wordt vervuild met olieresten, de visstand is gedecimeerd, mensen lijden aan ziekten die te maken hebben met gassen die vrijkomen bij de winning. Klachten van de bevolking, tot in de Senaat toe, vinden geen gehoor bij de overheid: De winning is in handen van de multinational; Perenco die zijn hoofdkantoor in Parijs heeft. Met steun van de katholieke organisatie CCFD-Terre Solidaire probeert de lokale ngo ADEV het oliebedrijf te dwingen de grond en kustwateren te saneren, tot nu toe zonder succes.

Het voorgaande lijkt slechts een voorspel op wat in de Oostelijke grensregio, de Albertine Rift, bezig is te gebeuren. Oliemaatschappijen staan te popelen om te beginnen met boren in en langs de oevers van de Grote Meren (Edwardmeer, Albertmeer). President Kabila heeft inmiddels al concessies verleend aan enkele gegadigden, met name aan het Franse Total en het Britse Soco. Bij natuurbeschermingsorganisaties is daarover wereldwijd grote onrust ontstaan. Zowel de ongerepte meren als het uitgestrekte bosgebied ten Westen daarvan zijn van enorme natuurhistorische waarde.
Dat omvat ondermeer het 7800 km2 grote Virungapark, het leefgebied van de zeldzame berggorilla's, dat op de werelderfgoedlijst van Unesco staat. Niet voor niets lopen, behalve de Congolese natuurbescheringsorganisatie ICCN,, internationale ngo's zoals WWF, IUCN en Greenpeace te hoop tegen deze presidentiele beslissing, die zelfs strijdig is met de Congolese wetgeving. De strijd richt zich ook op de oliewinningscode (oil code) die oude wetten moet vervangen maar naar zeggen nog meer ruimte laat voor aantasting van de natuur. Inmiddels heeft Total zich teruggetrokken, maar Soco (waarvan de concessie 85% van het park omvat) zet door ondanks een reprimande van de Britse regering. Ook Congolese natuurbeschermers hebben te lijden: enkelen zijn gevangengezet waaronder de conservator van het centrale deel van het Virungapark die Soco belette in het park een telefoonantenne te bouwen, en iemand uit Moanda in Bas-Congo die het waagde informatie door te geven over de ervaringen met Perenco.

Nationale cohesie

De Congolese regering - president Kabila in het bijzonder - kampt met een legitimiteitsprobleem. Kabila is in 2011 in het zadel gebleven dank zij grootschalige verkiezingsfraude. Voor veel Congolezen is Etienne Tshisekedi de "gekozen president", slechts een klein aantal (afvallige) leden van zijn partij UDPS hebben na de verkiezingen hun zetel in de Assemblee ingenomen. En dan is er nog Jean-Pierre Bemba, de rivaal van Kabila van de eerste verkiezingen (2006) die al jaren geparkeerd is bij het Strafhof in Den Haag om misdaden die zijn militie in 2002 bedreven zou hebben in de Centraal-Afrikaanse Republiek (die thans om weerl andere conflicten in het nieuws is).
De gebrekkige legitimiteit en het afbrokkelend staatsgezag in het Oosten vormen de achtergrond van het besluit van de president een 'nationaal beraad' (concertations nationales) bijeen te roepen om, zoals officieel werd aangekondigd, de ´nationale cohesie' te versterken Aan het beraad werd, behalve door politici uit het regeringskamp, ook deelgenomen door een aantal oppositieleden en afgevaardigden van de société civile.
De opbrengst was een omvangrijke collectie aanbevelingen over verbetering van het openbaar bestuur, reorganisatie van leger en politie, de oorlog in het Oosten, enz. Er was géén meerderheid voor het houden van een constitutioneel referendum dat de deur zou kunnen openen voor een langer presidentschap dan twee keer 5 jaar, een vurige wens van Kabila. Wel deed het beraad een dringend beroep om amnestie voor politieke gevangenen met daarbij een lijst namen van gevangenen die daarvoor in aanmerking zouden komen. Daarbij was ook Firmin Yangambi, met wie wij een bijzondere band hebben. Helaas is er nog geen teken dat aan deze wens tegemoet wordt gekomen. In Kinshasa worden de gemoederen meer bezig gehouden door de samenstelling van het aangekondigde 'gouvernement de cohésion nationale'. Het wachten is op de president.

Politieke gevangenen

Firmin Yangambi, Eric Kikunda en Ben Olangi zitten nog steeds opgesloten in de Makalagevangenis. Hun cassatieverzoek bij het Hoogste Gerechtshof is 'in het geheim' verworpen zonder dat de appellanten of hun verdedigers eraan te pas kwamen. Pogingen van Eric (die de Belgische nationaliteit heeft) om de Belgische minister van buitenlandse zaken Didier Reynders erbij te betrekken heeft nog niets opgeleverd. Firmin heeft een boek gepubliceerd dat de moeite van lezen erg waard is. Het is een literair-beschouwelijke beschrijving van het leven in de Makala. De titel is: "Entre les chaines: Prisonnier de carrière" [http://www.editions-epee-et-chemins.com/nos-livres/firmin-yangambi/]

In Rwanda is Victoire Ingabire in hoger beroep tot 15 jaar gevangenschap veroordeeld; het was eerst 8 jaar, maar Kagame vond dat blijkbaar niet genoeg! Net als Kabila wil Kagame geen last hebben van mensen die zijn alleenheerschappij kunnen aantasten. {Voor meer over haar lijdensweg, zie de site van Anneke Verbraeken: www.buitenpostdewereld.org]

Boeken

Raf Custers:"Grondstoffenjagers" (EPO, 2013).
Vrijwel alle Afrikaanse landen bezitten bodemschatten, Congo zelfs extreem veel. Ze zijn het startkapitaal van de natuur waarmee een land zijn economische ontwikkeling op gang moet brengen. Het is dus essentieel dat een land daadwerkelijk beschikt over zijn eigen bodemschatten, en deze niet illegaal of legaal, tegen een veel te geringe vergoeding door buitenlandse machten worden weggesleept. Dat is zo ongeveer de invalshoek van dit interessante boek. Het 'startkapitaal' heeft de meerderheid van de Congolese bevolking helaas nog niet veel welvaart gebracht.

Robin Philpot: "Rwanda and the New Scramble for Africa".
Alles wat zich in Congo sinds de negentiger jaren heeft afgespeeld en wat nog steeds aan de gang is, is een gevolg van de tragedie in Rwanda, die begon met de inval van de RPF vanuit Uganda, in october 1990. De Candese schrijver Philpot schrijft in heldere taal. Hij onderbouwt zijn betoog met niet eerder gepubliceerde documenten over de internationale achtergrond van de gebeurtenissen.
Nu het in 2014 twintig jaar geleden is dat Kagame aan de macht kwam, zal hij waarschijnlijk de wereld weer confronteren met wat hij ziet als het falen van de internationale gemeenschap bij de genocide op de Tutsi's. Het lijkt ons daarom goed dit onthullende boek te lezen.
Te bestellen via Baraka Books, [http://www.barakabooks.com/catalogue/rwanda-and-the-new-scramble-for-africa/]

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II, 1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
website www.congoned.dds.nl

Tekst: Nico Dekker.
Logo en ets: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.IBAN: NL39 INGB 0009 263303