Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 26: december 2014

`````````````````````````````````````````````````````````````

In dit nummer proberen we een indruk te geven van een aantal ontwikkelingen van het afgelopen jaar. Helaas is het beeld weinig inspirerend: politieke stagnatie in Kinshasa, veel moordpartijen vooral in Noord-Kivu. Intussen gaat het leegroven van de Congolese bodem ten behoeve van buitenlandse ondernemingen onverminderd door; onder de politieke en militaire elite zijn er altijd genoeg die dit willen faciliteren.. Maar er waait door Afrika een wind van verandering! Onze nieuwjaarswens is dat deze komend jaar ook Congo bereikt.

Artikel 220

Na eindeloze deliberaties binnen de politieke elite en bespiegelingen in de lokale pers heeft Congo per 7 december een nieuwe regering die, omdat Augustin Matata Ponyo als premier is gehandhaafd, de regering Matata II heet. Bij het ondertekenen van de 'kaderovereenkomst' op 24 februari 2013 in Addis-Abeba heeft president Kabila ondermeer beloofd een regering te zullen vormen die steunt op een bredere laag van de Congolese bevolking, waarbij destijds speciaal gedacht werd aan degenen die achter de M23- rebellie schuil gaan . Die toezegging moet ook gezien worden tegen de achtergrond van het gebrek aan legitimiteit van de president die in feite in 2011 via een administratieve staatsgreep aan de macht gebleven is. Of de nieuwe regering werkelijk het aangekondigde "gouvernement de cohésion nationale" is valt echter te betwijfelen.
Er is iets dat Kabila en zijn politieke elite veel meer bezig houdt: het grondwettelijk einde van de presidentiële ambtstermijn die behoort te worden afgesloten met verkiezingen in november 2016. Volgens het inmiddels in Congo befaamde artikel 220 van de grondwet kan een president maximaal twee termijnen van 5 jaar vervullen, en dit artikel is 'vergrendeld', d.w.z. het kan niet eenvoudig via een parlementaire procedure worden gewijzigd; daarvoor is een constitutioneel referendum nodig. Hoewel het organiseren van een referendum op korte termijn, zeker als dit eerlijk moet verlopen, vrijwel uitgesloten is, is de discussie in het politieke centrum zonder ophouden gegaan over art. 220 en over manieren dit te omzeilen. Want Kabila lijkt vastbesloten ook in 2017 en de jaren erna in het zadel te blijven, goedschiks of desnoods kwaadschiks.
De president beschikt (naast het gewone leger, de FARDC) over een zogeheten Republikeinse Garde, ook wel presidentiële garde genoemd die verspreid over het land gelegerd is op plekken die voor het regime van belang zijn. Volgens berichten uit de pers is de president bezig een aparte zwaar bewapende eenheid van 7.000 man te formeren (waarin kinyarwanda de voertaal is) die gelegerd is op voor Kabila cruciale plaatsen: het presidentiële buitenverblijf Kingakati en het internationale vliegveld N'jili.
In de loop van het jaar is de politieke klasse verdeeld geraakt in twee kampen: voorstanders van grondwetswijziging en tegenstanders ervan Onder die laatste bevindt zich uiteraard het merendeel van oppositie, maar ook een enkeling van het Kabila-kamp, zoals de invloedrijke senaatsvoorzitter Kengo wa Dondo, die vindt dat een ingreep in de grondwet enkel om de ambtstermijn van de president op te rekken te ver gaat. Intussen is het tij aan het verschuiven in het voordeel van de tegenstanders en is Kabila begonnen te bakens te verzetten. Dat heeft te maken met internationale druk op de president, met name van de Amerikaanse speciale gezant Russ Feingold die met regelmaat herhaalt dat een constitutie behoort te worden gehandhaafd, overal, dus ook de de RDC. Dezelfde boodschap kreeg Kabila te horen op de recente francofonie-top in Dakar, waar de verdrijving van de autoritaire machthebber Compaore van Burkina Faso, nog nazinderde.

Verkiezingen of niet?

Als Kabila al afziet van zijn poging de grondwet te wijzigen dan betekent dat nog niet dat hij bereid is begin 2017 het stokje door te geven. Wat wel 'plan B' genoemd wordt is het vertragen van de verkiezingsagenda zo dat hij een beroep kan doen op het grondwetsartikel dat zegt dat de staat nooit zonder opperste gezagsdrager mag blijven, m.a.w. de zittende president blijft in functie zolang er geen opvolger is. Dat verkiezingen in Congo een complexe zaak is (met veel mogelijkheden voor fraude), is wel bekend uit de gang van zaken in 2011. Daarbij komt dat betrouwbare verkiezingen eigenlijk niet mogelijk zijn als niet eerst een volkstelling wordt gehouden: de laatste telling dateert uit de 80-er jaren onder het regime-Mobutu! Maar in een gedesorganiseerd land als Congo kan de "recensement" wel een jaar of langer nemen: er is een nationale commissie (onder leiding van prof. Dénis Nzita) en geld, maar het werk moet nog beginnen.
Er is wel een nationale verkiezingscommissie CENI met als voorzitter de bekende priester Apollinaire Malumalu die ook in 2006 de verkiezingen heeft geleid. Hij wordt gewantrouwd door de oppositie omdat hij te dicht bij Kabila zou staan. De CENI moet, liefst voorafgaande aan de presidents- en parlementsverkiezingen, ook lokale verkiezingen (raden van gemeenten en dorpen e.d.), en provinciale verkiezingen organiseren. De miljoenen dollars die de operatie gaat kosten moeten komen van internationale donoren. De CENI heeft daarover aan het parlement voorstellen gedaan maar die liggen al maanden te wachten op behandeling. Het parlement, maar ook de donoren die kosten moeten dragen, eisen van de CENI een uitgewerkte verkiezingskalender voor het héle traject tot en met de presidentsverkiezingen. En daar wringt de schoen: Kabila wil zich niet vastleggen op presidentsverkiezingen, dus geen kalender, dus geen geld .. Plan B komt dus steeds naderbij!

Maar zal de Congolese bevolking - merendeels jonge mensen die geen herinnering hebben aan de Mobutu-dictatuur- nog langer accepteren dat een kleine elite blijft potverteren op de rijkdommen van het land, terwijl de meerderheid in bittere armoede leeft? De gebeurtenissen in Senegal, Burkina Faso, Togo en Benin laten zien dat veranderingen niet zijn tegen te houden, hoe de machthebber zich ook bewapent tegen zijn eigen volk.

Hoe de heersende elite erover denkt blijkt uit de "operatie Likofi" die in opdracht van de president werd uitgevoerd in de volkswijken van Kinshasa. Ordetroepen met bivakmutsen gingen de wijken in op zoek naar vermeende "kuluna", jongeren die zich schuldig maken aan banditisme. Meer dan 50 werden opgepakt en zonder vorm van proces vaak ter plaatse gedood, tientallen verdwenen spoorloos. Het hoofd van het VN-mensenrechtenburo, dat in een rapport een onderzoek eiste, Scott Campbell, werd het land uitgezet. Het is vorige maand gevolgd door een gedetailleerder rapport van Human Rights Watch, "Operation Likofi".

ADF-Nalu

De laatste maanden is keer op keer de regio rond de stad Beni in Noord-Kivu in het nieuws vanwege moordpartijen op nietsvermoedende burgers. De moorden vinden meestal bij nacht plaats is de dorpen, doorgaans met grof geweld, gebruikmakend van hakmessen en bijlen. Afgezien van de buit die de aanvallers meenemen lijkt het doel ook te zijn de dorpsbewoners te traumatiseren en hen op de vlucht te jagen. Ondanks de frequentie van de overvallen is nog steeds niet met zekerheid vastgesteld welke bende erachter zit, en is het leger, hoewel gesteund door de VN- stabilisatiemacht Monusco, onmachtig gebleken de bevolking bescherming te geven.

Er zijn natuurlijk wel vermoedens. De militie die in dit verband het vaakst wordt genoemd is de ADF-Nalu, of kortweg ADF, wat staat voor Allied Defense Forces. Het is een van oorsprong Oegandese militie, onder leiding van zekere Jamil Mukulu die zijn strijders (sinds 1996) rekruteerde onder de grotendeels islamitische bevolking in het grensgebied tussen Oeganda en Congo. In de strijd tegen het Oegandese leger hebben ze zich moeten terugtrekken op Congolees grondgebied, met name het noordelijk deel van Noord-Kivu Daar controleerden ze de laatste jaren een groot gebied, compleet met een legerplaats in het dorp Nobili en bijbehorende wapendepots met o.a. zware wapens. De leden hielden zich, behalve met minder legale activiteiten zoals smokkel van goud en hardhout, bezig met zaken, zoals tussenhandel, taxidiensten en exploitatie van winkeltjes in de centra. Althans, totdat het Congolese leger begin van dit jaar besloot de strijd met de ADF aan te binden.

Deze operatie, aangeduid met Sokola, was aanvankelijk een militair succes: de door ADF bezette dorpen werden veroverd, veel wapens buitgemaakt en verdedigingswerken vernietigd. Maar de overgebleven militieleden trokken zich terug in het grensgebied, het Ruwenzori-gebergte en het noordelijk deel van het Virungapark. Verband tussen de recente overvallen op dorpen en de nabijheid van de verbitterde ADF-strijders is dan snel gelegd...
Het aantal dodelijk slachtoffers is de afgelopen maanden opgelopen tot meer dan 250. Onder de bewoners van de streek neemt de woede toe, tegen het Congolese leger dat men verdenkt van collaboratie met de overvallers, en ook tegen Monusco die onmachtig lijkt iets voor de burgers te doen. Het hoofd van Monusco, de Duitser Köbler, heeft echter laten blijken zich de zaak wel degelijk aan te trekken en aangekondigd samen met de FARDC en met inzet van de zogeheten 'Interventie-brigade' een grootscheepse actie te zullen starten om de aanvallers op te sporen en uit te schakelen.

Virunga

Wat de situatie extra ondoorzichtig maakt zijn de grote economische belangen die er spelen. Naast goud, hout en zeldzame mineralen gaat het ook om de vermoede aanwezigheid van héél veel aardolie: Wie de controle over het noordoosten weet te bemachtigen wordt zonder twijfel rijk, zowel aan geld als aan politieke invloed.
De olie bevindt zich voor een aanzienlijk deel onder het internationaal beschermde natuurgebied, het Virungapark. Dit vormt een brede honderden kilometers lange strook langs de grens met Oeganda, ongeveer van Beni tot juist ten noorden van Goma..Ondanks felle protesten van het parkbeheer en internationale natuurbeschermingsorganisaties zoals het Wereldnatuurfonds en IUCN is de Britse maatschappij Soco begonnen met de voorbereiding van boringen in het park. De vaak gewapende confrontaties tussen parkbeheerders en door Soco ingehuurde milities culmineerden op 15 april in een aanslag op het leven van de directeur van het park, de Belg Emmanuel de Mérode. Sinds 1996 hebben al 140 Congolese parkwachters de dood gevonden bij de strijd tegen indringers, veelal op jacht naar bush meat of met het oog op de productie van houtskool. Inmiddels heeft ook de Britse regering een beroep gedaan op Soco om zijn exploratie te heroverwegen. Dit volgt op de publicatie van een rapport van de Britse ngo Global Witness, "Drillers in the mist" op basis van onderzoek ter plaatse en van een documentaire, getiteld 'Virunga' die via Netflix te zien is. Soco heeft de werkzaamheden, tenminste tijdelijk, stilgelegd.

Exit M23 of toch niet?

Eind november 2013 was de militie M23 definitief verslagen en de harde kern ervan de Oegandese grens over gejaagd. Voor de lokale bevolking was de held van de overwinning kolonel Mamadou Ndala die had laten zien dat het Congolese leger, mits goed geleid wel degelijk tot gecoördineerde actie in staat was. Kort daarop werden de besprekingen tussen de Congolese regering en de politieke tak van M23, die zich maandenlang onder supervisie van president Museveni hadden voortgesleept in Kampala, afgesloten met een plechtige bijeenkomst op 12 december 2013 in Nairobi, bijgewoond door vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie (AU), de EU en vele andere. De delegatie van M23 beloofde van verdere gewapende strijd te zullen afzien en zich te beperken tot politieke actie. De toezeggingen van de Congolese regering, opgesteld onder flinke internationale druk, behelsden veel meer, zoals vrijlating van gevangenen en een amnestiewet waarvan de leden van M23 die geen oorlogsmisdaden hadden begaan zouden profiteren, sociaal-economische hervormingen, nationale verzoening.

De euforie over de nederlaag van M23 is inmiddels verdampt. In Oeganda bevinden zich nog 1.678 leden van M23 en in Rwanda 453. Er zijn berichten dat die zich opmaken voor nieuwe acties in Congo; volgens de société civile van Noord-Kivu is de infiltratie al begonnen in het gebied ten noorden van Beni. Met het oog hierop zou de fractie van Sultani Makenga (in Oeganda) zich hebben verzoend met de fractie (in Rwanda) die destijds onder leiding van Bosco Ntaganda stond, die nu onder arrest van het Strafhof is. In een communiqué één jaar na de 'verklaring van Nairobi' herinnert Human Rights Watch aan de vele oorlogsmisdaden die door M23 in Congo zijn begaan en aan de belofte van Congo en zijn buurlanden de daders voor de rechter te brengen.

Amnestie: voor wie?

Van de concretisering van afspraken van Nairobi is nog weinig terecht gekomen. Enkele malen zijn daartoe vervolgvergaderingen bijeengeroepen maar de afgevaardigden van M23 lieten het steeds op het laatste moment afweten, zeggend dat in Kinshasa hun veiligheid in gevaar was. Het enig tastbare resultaat is de aanvaarding van een nieuwe Amnestiewet. Die was speciaal bedoeld voor rebellen van M23 (voorzover ze geen oorlogsmisdaden hadden begaan) maar op sterk aandringen van de politieke oppositie en de société civile is hij ook van toepassing op andere 'politieke gevangenen'. De wet heeft betrekking op "verzetsdaden, oorlogsdaden en politieke overtredingen, begaan tussen 18 februari 2006 en 20 december 2013. Inmiddels zijn in dit kader (tot september jl.) in 5 'golven' ruim duizend gevangenen vrijgelaten, waarvan de helft leden van M23. Bij de derde golf was ook Ben Olangi, één van de twee metgezellen van Firmin Yangambi.

Echter Firmin Yangambi zelf en Eric Kikunda zitten nog steeds vast., hoewel beiden onweerlegbaar aan de voorwaarden van de wet voldoen. Maar de amnestieverlening is geen automatisme: alle gevallen worden stuk voor stuk beoordeeld, en het is duidelijk dat Firmin en Eric (die ook de Belgische nationaliteit heeft) politiek gezien 'moeilijke gevallen' zijn, en bovendien persoonlijke vijanden van de opperste aanklager Tim Mukuntu. Het is daarom belangrijk dat de naam van Firmin met enige regelmaat in de nationale pers genoemd wordt. Nog onlangs, op 18 november, hebben de verenigingen van Belgische en Franse advocaten een uitvoerige brief geschreven aan Joseph Kabila met het appèl om, in overeenstemming met de amnestiewet, Firmin en Eric vrij te laten. Vooralsnog zonder resultaat.

FDLR

Het lijkt erop dat er eindelijk een oplossing komt voor de gewapende aanwezigheid van de FDLR op Congolees grondgebied. Al meer dan 15 jaar vormde hun aanwezigheid voor Kagame een aanleiding met zijn leger Kivu binnen te rukken en,de belangrijkste mijngebieden onder controle te brengen. Maar de brutale steun van Kagame aan M23 heeft de internationale toegeeflijkheid jegens zijn bewind doen slinken, en de donoren van Rwanda hebben duidelijk gemaakt dat dit soort avonturen afgelopen moet zijn.
Tegelijk is het duidelijk dat de rust in het Grote Merengebied niet zal terugkeren als niet ook een duurzame oplossing wordt gevonden voor de FDLR. Een groot deel van de militieleden (circa 11.000) is de afgelopen jaren vrijwillig ontwapend en onder VN-begeleiding teruggekeerd naar Rwanda, maar de resterende 1.500 weigert terugkeer naar Rwanda. Volgens een onderzoeksrapport van de Amerikaanse ngo Enough verdienen ze goed (naar schatting 32 miljoen dollar per jaar) aan goudsmokkel naar Oeganda en aan het branden en vervoeren van houtskool in het Virungapark. Om deze groep, liefst zonder bloedvergieten, tot ontwapening te bewegen heeft Monusco, ver van de oostelijke grens, bij Kisangani een opvangkamp ingericht, een voormalig legerkamp, dat sinds kort de naam Camp General Bahuma heeft naar de onlangs vergiftigde legerleider die faam verwief in de strijd tegen M23 en de ADF. In de eerste week van juli heeft in de Angolese hoofdstad Luanda een beraad plaats gehad van SADC, de organisatie van landen van zuidelijk Afrika, en CIRGL van de landen van het Grote Merengebied, waarin is besloten de FDLR nog tot 2 januari 2015 de tijd te geven vrijwillig te ontwapenen. Aangespoord door de VS heeft Monusco aangekondigd al zijn middelen dan te zullen inzetten om de resterende nesten van FDLR te vernietigen. Inmiddels zijn 163 strijders met vliegtuigen van Monusco naar camp Bahuma, overgebracht tezamen met hun gezinnen 687 personen. Het wachten is op de rest.

Persoonlijke contacten in Congo

Onze contacten met Firmin Yangambi stonden de afgelopen maanden in het teken van de hoop op zijn vrijlating volgens de amnestie-wet. Die hoop is niet bewaarheid ondanks pogingen van buitenaf om de autoriteiten tot een besluit aan te drijven. De blokkade zit waarschijnlijk bij de 'Présidence', en die laat zich slecht beïnvloeden. Firmin is weer bezig met een boek, een filosofisch getinte beschouwing over de manier waarop Afrikaanse landen zouden moeten worden bestuurd. Af en toe sturen we wat geld, bijvoorbeeld als hij medicijnen nodig heeft.

Heri Njila is nu bijna twee jaar bezig met zijn project ten behoeve van de arme bevolking van streek waar hij vandaan komt, ten zuiden van Uvira in Zuid-Kivu. Het is een gebied waar de centrale overheid weinig greep op heeft, en dat regelmatig in het nieuws komt door gewapende confrontaties tussen de FARDC en lokale milities. Goede relaties met de gewone mensen en lokale leiders is essentieel. In het eerste jaar (2013) boekte hij goede resultaten, maar in begin van dit jaar ging het mis: Er ontstond heimelijke tegenwerking en de enige tractor van het project verongelukte op onverklaarbare wijze, waarbij zijn zoon, die achter het stuur zat, om het leven kwam. Van mislukking van het project is volgens hem geen sprake maar hij heeft wel behoefte aan bezinning over de richting waarin het verder moet.

Wat Victoire Ingabire betreft, de Rwandese oppositieleidster die al jaren in Kigali gevangen zit, voor haar en haar proces verwijzen we graag naar de website van Anneke Verbraeken: http://www.buitenpostdewereld.org

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II, 1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
website www.congoned.dds.nl

Tekst: Nico Dekker.
Logo en ets: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo,
KvK 34168881.
IBAN: NL39 INGB 0009 263303