Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 28: januari 2017

`````````````````````````````````````````````````````````````

Bezien vanuit politiek oogpunt kan 2016 voor Congo gerust een verloren jaar worden genoemd. In het zicht van het definitieve einde van de ambtsperiode van Joseph Kabila had volle aandacht besteed moeten worden aan de verkiezing van een nieuwe president. Maar de voorbereiding daartoe werd totaal geblokkeerd door het onwrikbare voornemen van Kabila om ook na afloop van zijn wettelijke ambtstermijn (19 december) aan de macht te blijven. Tegelijkertijd namen in Oost-Congo de gevechten en moordpartijen in hevigheid toe en werd de bevolking daar aan haar lot overgelaten. In het Zuiden kreeg de bevolking van mijnstreek Katanga keihard te maken met de wereldwijde economische crisis, zonder dat overigens de gewonnen delfstoffen zelf aan belang voor de wereldeconomie inboetten. Hiermee zijn tevens de drie onderwerpen aangeduid die we in deze 28ste Nieuwsbrief zullen aanstippen.

Kabila wil niet weg

Het afgelopen jaar had het Congolese volk "het feest van de democratie" moeten vieren. Maar zo is het niet gegaan. Op 19 december 2016 verliep de uiterste datum dat Joseph Kabila zich nog wettig president van de RDC mocht noemen. Maar hij heeft alles uit de kast gehaald, van juridische trucs tot keiharde onderdrukking van opposanten om te voorkomen dat hij en zijn kliek hun lucratieve machtsposities aan het hoofd van de staat moesten opgeven. Vanaf januari al werd in politieke kringen openlijk gesproken over de zg glissement: met hulp van de kiescommissie (CENI) zouden belemmeringen moeten worden opgeworpen om te voorkomen dat (presidents)verkiezingen gehouden werden, waardoor bij gebrek aan een alternatief het presidentschap zou worden gecontinueerd. Nu zijn die verkiezingen een uiterst complexe zaak: het gaat niet alleen om de president, maar ook om het nationale parlement, de 26 provinciale parlementen en lokale overheden. Het kiesregister dat bij de verkiezingen in 2011 al rammelde moet worden aangevuld; het bevat naar schatting anderhalf miljoen namen van overleden personen en ook ontbreken de namen van de miljoenen jongeren die sindsdien meerderjarig zijn geworden. Erger nog: het ontbreekt het land aan een betrouwbare bevolkingsadministratie, waarop het kieregister zou moeten worden gebaseerd. Er zou dus een volkstelling moeten worden gehouden, een klus die enkele jaren in beslag neemt.

De consequenties hiervan begonnen gaandeweg bij de bevolking, vooral in de arme wijken van de grote steden, zoals Kinshasa, Lubumbashi, Goma door te dringen. De gedachte dat Kabila, die als president voor zijn volk niets heeft gepresteerd, na het einde van zijn ambtstermijn op 19 december gewoon in het zadel zou blijven was voor de meesten onaanvaardbaar. Gaandeweg kwam het volksverzet op gang, vooral in de vorm van massademonstraties en villes mortes, waarbij markten en winkels gesloten bleven: De eerste actie van formaat was op 16 februari, de herdenkingsdag van de bloedige onderdrukking van de grote mars tegen het regime van Mobutu. Ook nu reageerde het regime met repressie: hard uiteenslaan van de demonstranten en arrestaties, waardoor de woede alleen maar toenam.

De toenemende spanning was ook in het buitenland niet onopgemerkt gebleven: een burgeroorlog in Congo zou voor de regio onoverzienbare gevolgen hebben. Daarom schoof de Afrikaanse Unie (AU), die wordt geleid door mevrouw Dlamini Zuma, een bemiddelaar naar voren: de Togolese oud-premier Edem Kodjo die als opdracht kreeg een brede politeke dialoog tot stand te brengen over een vreedzame afloop van de tweede ambtstermijn van Kabila. Terwijl Kodjo probeerde met iedereen in gesprek te komen ter voorbereiding van zijn 'dialoog' , verhardden zich de politieke verhoudingen en werd het wantrouwen over de bedoelingen van Kabila steeds groter. Zo liet hij alvast aan het Constitutionele Hof de vraag voorleggen of hij conform de Grondwet na 19 december president kon blijven als er op die datum nog geen nieuwe president was aangewezen. Dit zou erop neer komen dat hij levenslang zou kunnen aanblijven! Een gedetailleerde weerlegging kwam van enkele juristen waaronder Firmin Yangambi. Niettemin kreeg Kabila van het Hof het groene licht.
Dit incident vond plaats een week voor de start van de dialoog onder begeleiding van Edem Kodjo op 27 april. Daaraan deden per saldo alleen mensen mee die tot de politieke familie van Kabila horen, waardoor het resultaat al bij voorbaat "non-inclusief" was, en daarmee niet doorslaggevend kon zijn.

Een onverwachte gebeurtenis drukte halverwege het jaar zijn stempel op de verdere politieke ontwikkeling, het conclaaf van de Congolese oppositie in Genval, een vakantieoord in de buurt van Brussel. Op 8 en 9 juni waren daar op uitnodiging van de UDPS vertegenwoordigers van de belangrijkste oppositiestromingen bijeen, samen met enkele organisaties van de société civile. Onder de leiding van de inmiddels bejaarde leider Etienne Tshisekedi werden binnen 24 uur afspraken gemaakt over een gezamenlijke verkiezingscampagne die op 19 september zou worden gelanceerd. Hiermee was de Rassemblement de l'opposition geboren die voor de rest van het jaar de taaie tegenspeler van Majorité Présidentielle van Kabila zou worden. De Rassemblement wees de 'niet-inclusieve' dialoog van Kodjo van de hand en wilde alleen praten onder de voorwaarden van de resolutie 2277 van de Veiligheidsraad, een door de VS, Engeland en Frankrijk voorgekookte resolutie waarin handhaven van de Congolese grondwet en het aftreden van Kabila aan het eind van zijn mandaat centraal stonden. Geëist werd een 'inclusieve dialoog' onder onpartijdige leiding, waarmee tegelijk het werk van Edem Kodjo, dat op 18 october werd afgerond, werd afgeserveerd.

<>
demonstratie van Filimbi, afdeling Ituri

Daarop trad de CENCO, de Katholieke Bisschoppenconferentie, uit de schaduw. Reeds diverse malen had de RK Kerk, die in tegenstelling tot de protestantse kerken tegenover het regime een neutrale positie had behouden, zijn zorg uitgesproken voor grootschalig bloedvergieten als de gefrustreerde massa tegenover het veiligheidsapparaat van Kabila zou komen te staan. Een voorproef van wat zou kunnen komen vond plaats op 19 september toen overal in de steden manifestaties plaatsvonden en het leger, met scherp op de demonstranten schoot, met volgens de VN zeker 53 doden totgevolg. Na een lange consultatieronde bracht het hoofd van de CENCO, aartsbisschop Utembi van Kisangani, alle hoofdspelers om de tafel met als inzet, dat vóór het einde van het jaar er een voor allen bindend akkoord zou zijn. Het is zonder twijfel aan de overredingskunst van de bisschop te danken dat het akkoord er is gekomen. Hoewel nog niet alle details bekend zijn, is het door alle partijen in de late uren van 31 december ondertekend. Het komt erop neer dat vóór eind december 2017 presidentsverkiezingen zullen worden gehouden, dat Kabila aanblijft tijdens de transitieperiode maar dat de regering geleid wordt door iemand van de Rassemblement en dat een speciale commissie toezicht houdt op de naleving van de afspraken. Daaronder valt ook de vrijlating van politieke gevangenen, wat echter stapsgewijs zal gebeuren.

Moïse Katumbi opvolger?

De beste papieren voor de opvolging van Joseph Kabila heeft Moïse Katumbi, de rijke mijnondernemer en oud-gouverneur van Katanga. Hij heeft zich aangesloten bij de groep G7 die tot de Rassemblement behoort, maar houdt zich verder op de achtergrond. Wel reist hij rond om contacten te leggen, met name in de VS waar hij een lobbykantoor voor zich laat werken.
Afgezien van de verkiezingen is de populariteit van Katumbi een bedreiging voor Kabila en zijn clan. De mijnen van Katanga zijn niet alleen de kurk waarop de staat drijft, maar ook een bron van zijn persoonlijke rijkdom (circa 15 miljard dollar). Onlusten in Lubumbashi, de hoofdstad van Haut-Katanga, worden door de Republikeinse Garde daarom net zo hard de kop ingedrukt als in Kinshasa. Hoe groot de bezittingen van de Kabila clan precies zijn, is duister. Door de Panama Papers is bekend geworden dat Mossack-Fonseka voor het duo Joseph-Jaynet bemiddelt bij het offshore bedrijf Keratsu Holding Ltd waarvan ze voor 50% eigenaar zijn en dat geregistreerd is op het eilandje Niue.

Genocide in Oost-Congo?

Bij zijn nieuwjaarstoespraak op 7 januari 2016 doet de populaire bisschop Sikuli van Butembo een dringend oproep tot een echte politieke 'dialoog', niet een dialoog waarover in Kinshasa sprake is maar één die gaat over de dingen die de gewone mensen aangaan, met name die in Oost-Congo. Na de afrekening met de rebellie van M23, eind 2013, leek daar een periode van rust en herstel aan te breken, maar sinds oktober 2014 worden de plaatsen in de regio rond Beni geconfronteerd met massale moordpartijen op burgers, waarvan het totaal aan slachtoffers nu reeds de 1.000 heeft overschreden. De manier waarop de moorden worden uitgevoerd zijn vaak extreem gruwelijk: met hakmessen en bijlen wordt op de lichamen van de slachtoffers, mannen, vrouwen en kinderen, ingehakt, op een manier die doet denken aan de Rwandese genocide. Hoewel militairen van het Congolese leger (FARDC) in de regio talrijk aanwezig zijn (circa 25.000) en ook de VN-macht Monusco er verscheidene posten heeft, wordt nooit duidelijk wie de gruweldaden op hun geweten hebben. Doorgaans wordt van officiële zijde gewezen naar de ADF, een radikaal-islamitische beweging van Oegandese oorsprong die al sinds 1995 in Oost-Congo huist. Nadat aan de M23 activiteit een einde was gekomen, deed de FARDC in april 2014 onder leiding van generaal Bahuma een succesvolle overval op hun centrum Madina, waarna de leider Jamil Mukulu vluchtte naar Tanzania en de resterende strijders verstrooid raakten in kleine groepjes. Kort hierop sterft de gevierde generaal Bahuma na een bespreking in Kampala (waarschijnlijk vergiftigd), net zoals eerder de bejubelde overwinnaar op M23, Mohammed Ndala de dood had gevonden.

De goed ingevoerde publicist Boniface Musavuli schrijft in zijn artikel "RD Congo-massacres: Qui sont les tueurs de Beni?" (16/08/2016) er niets van te geloven dat de ADF achter de moordpartijen zouden zitten. Zich baserend op een recent halfjaarlijkse onderzoeksrapport van de Groep VN-experts voor de RDC en het onderzoek van de Groupe d'Etude sur le Congo (GEC) onder leiding van Jason Stearns wijst hij de "ADF-hypothese" van de hand. Hij spreekt van een "valse ADF" , die bestaat uit een klein aantal leden van de oude ADF, aangevuld met Oegandese en Rwandese strijders en zelfs met in de buurt gelegerde soldaten van de FARDC. Ze communiceren in het kinyarwanda, een taal die de meeste ADF-leden niet machtig zijn. De kwade genius is generaal Akili Muhindo (alias Mundos), een vriend van Joseph Kabila, die Bahuma is opgevolgd als commandant. Met veel andere officieren van de FARDC behoort hij tot de voormalige leden van de CNDP van Laurent Nkunda die door Kabila in het leger zijn opgenomen. Hij zorgt ervoor dat moord-commando's vrij spel krijgen en de daders niet worden gepakt, dan wel direct weer worden vrijgelaten.

Op 20 maart 2016 wordt Pater Vincent Machozi vermoord tijdens een religieuze bijeenkomst in de buurt van Beni. Hij is al geruime tijd in woord en geschrift een felle criticus van het onheilige verbond dat zijns inziens gesmeed is door de 3K (Kabila, Kagame en Kaguta Museveni) en dat moet leiden tot de onderwerping van zijn volk (de Nande) en de bezetting van hun land. De motor daarachter vormen migranten die met hulp van de Rwandese overheid , voorzien van Congolese identiteitsbewijzen, via Rutshuru de grens overkomen met als opdracht zich goedschiks of kwaadschiks een plaats te veroveren in het noordelijk deel van Noord-Kivu en de provincie Ituri. Het is een gebied dat, behalve aan landbouwgrond, rijk is aan hardhout en aan goud en andere mineralen, zaken waarvoor in de wereld een schier onbeperkte markt bestaat. In feite gaat het om een herhaling van het plan achter M23, voor een flink deel door dezelfde mensen. Maar de alliantie is nu sterker, vooral ook omdat Monusco geen enkel tegenwicht biedt, gedwongen als ze is samen te werken met dezelfde FARDC die collaboreert met de vijand.

Terwijl in de laatste maanden van het jaar alle aandacht uitgaat naar de politieke dialoog in Kinshasa gaan de massamoorden door: Luhanga (27 november), Bwalanda (21 december) … Kwade geesten uit het verleden treden weer op de voorgrond: de FDLR (leger van Rwandese Hutu), de Nyatura (de reïncarnatie van de TPD, de organisatie van de vroegere gouverneur Serufuli) die beide Congolese en Rwandese Hutu helpen land te veroveren ten koste van de lokale bevolking. Vaak valt in dit verband het woord genocide die onder hun hand het Nande-volk zou bedreigen. Als in het nieuwe jaar het centraal gezag niet wordt hersteld is alles mogelijk.

Kobalt

Dat de productie van elektronische apparatuur (smartphones, laptops, etc.) zwaar leunt op zeldzame mineralen (de 3T: tantalum, tin, en tungsten of wolfram ) en goud uit Congo is geen geheim. Evenmin de omstandigheden waaronder de winning daarvan veelal plaatsvindt en waarvoor in onze nieuwsbrieven vaker aandacht is gevraagd. Er is wat de 3T betreft langzaam vooruitgang; zo is bij de Europese Unie een regeling in voorbereiding om beter te gaan kijken of de opbrengsten niet goeddeels aan gewapende groepen ten goede komen. Of om een positiever initiatief te noemen, de succesvolle introductie van de Fairphone, waarvan de CEO Bas van Abel onlangs in Duitsland een eervolle onderscheiding kreeg.

Een voor onze maatschappij minstens zo belangrijke grondstof is kobalt, opnieuw een mineraal waarvan Congo de grootste producent (rond 60%) is en wereldwijd de grootste reserves bezit. Het vormt een hoofdbestanddeel van de oplaadbare lithium-ion (Li-ion) batterijen, die in de meeste draagbare electronica zitten. Maar Li-ion batterijen moeten ook zorgen voor de aandrijving van machines en voertuigen zoals de elektrische auto's die in de komende jaren in grote aantallen op de markt komen. Een Li-ion batterij heeft twee electroden een anode (de - pool), doorgaans van grafiet, en aan kathode (de + pool) waarvan kobalt het belangrujkste bestanddeel is. De electroden zijn gescheiden door een lithiumzout (de electroliet) waarin ( geladen) ionen van kathode naar anode stromen en waaraan dit type batterij haar naam ontleent. Een Li-ion batterij voor een auto moet echter veel vermogen leveren en is daarom vele malen groter en zwaarder dan een 'gewone' batterij. Dit betekent onvermijdelijk dat in de nabije toekomst de vraag naar kobalt enorm gaat stijgen. Daarmee gaat opnieuw Congo de spil vormen van de nieuwe ontwikkeling van de wereldeconomie.

De grootste kobaltmijnen bevinden zich in het zuid-oostelijk deel van Katanga, in de omgeving van Kolwezi, zoals de Mutanda-mijn en de TMF (Tenke Fungurume Mine), die allang bekend staan als giganten in de koper-winning. Inderdaad wordt kobalt altijd gewonnen als 'bijproduct' bij een andere delfstof, in dit geval tezamen met koper. Volgens de Congolese wet zou de raffinage om werkgelegenheid en inkomsten te creëren op het eigen grondgebied moeten plaats vinden, maar vooral omdat de levering van elecktriciteit nog steeds zeer te wensen overlaat, gaat het meeste erts onbewerkt het land uit. 's Werelds grootste afnemer van kobalt is China die behalve voor eigen gebruik batterijen en electronica produceert voor veel grote buitenlandse ondernemingen, als Panasonic, Samsung, Apple enzovoorts; 90% van wat China aan kobalt nodig heeft komt uit Congo. Hoewel het staatsbedrijf Gécamines bij de onafhankelijkheid de erfgenaam was van alle mijngebieden in Katanga, bezit het nu nog maar een klein deel van die rijkdommen: de mijnen zijn gaandeweg (dikwijls voor een fractie van de waarde) in handen gekomen van buitenlandse investeerders, waarbij miljoenen zijn blijven hangen bij Joseph Kabila en zijn elite. Een voorbeeld is de Mutanda-mijn die in handen is van de Fleurettegroep waarover de Israëlische zakenman Dan Gertler, de vaste zakenvriend van Joseph Kabila, de scepter voert. Kenmerkend voor de enorme zakelijke en geopolitieke belangen die er spelen is ook het steekspel dat plaats vind rond TMF: de Amerikaanse grootaandeelhouder Freeport-McMoran wil zijn aandelenpakket verkopen aan de meestbiedende, in dit geval het Chinese bedrijf China Molybdenum. Echter, Gecamines zelf wil gebruik maken van zijn contractuele recht van eerste (terug)koper; de zaak wordt nu uitgevochten bij een arbitragehof.

Kobalt wordt vooral duur betaald door de plaatselijke bevolking. Ruim 100.000 werkers en hun gezinnen zijn afhankelijk van de mijnen, een deel in industriële mijnbouw, maar ook tallozen - vaak nog kinderen - in wat 'artisanale mijnbouw' heet: met een schep en een hamer een gat graven en brokken erts eruit hakken, waarna deze bovengronds worden vermorzeld en later in een rivier ontdaan van verontreiniging. Het kobaltstof is giftig met gevolg dat velen longkanker krijgen en gezinnen kinderen krijgen met geboorteafwijkingen. Rapporten over deze wantoestanden van lokale en internationale ngo's (bijv. het rapport "Cobalt blues" van SOMO, april 2016) hebben weinig uitwerking: de gezinnen moeten eten, en ander werk is er niet! De belangrijkste opkoper van handmatig gewonnen kobalt is het Chinese bedrijf CDM (Congo DongFang Mining), zelf deel van het in China gevestigde Huangyou Cobalt. Zo komt de, vaak onder mensonwaardige omstandigheden in Congo gewonnen, kobalt terecht in onze batterijen van wereldnaam; reden waarom gepleit wordt voor plaatsing van kobalt op dezelfde lijst als de 3TG. Apple heeft, volgens een artikel in de Washington Post (30/9/2016) aangekondigd kobalt voortaan als 'conflictmineraal' te zullen beschouwen.

Firmin Yangambi

Rond oudjaar kregen we het bericht dat Firmin Yangambi was weggehaald uit zijn cel in de Makala gevangenis. Samen met een Belgische collega en Congolese vrienden lukte het uiteindelijk vast te stellen dat hij overgebracht was naar een bureau van de militaire veiligheidsdienst, waar hij onbereikbaar werd gehouden. Dat was verontrustend omdat Joseph Kabila erg op hem gebeten is, en hij mogelijk zou willen voorkomen dat Yangambi zou vrijkomen in het kader van de vrijlating van politieke gevangenen waarvan in het politieke akkoord sprake is. Een week later kwam via zijn medegevangene Eric het bericht dat Firmin, na 'zwaar' te zijn verhoord, in de gevangenis was teruggebracht. Of deze, relatief gunstige, afloop mede te danken is aan de snelle actie in ons gezamenlijk Congolees-Belgisch-Nederlandse netwerk zal wel nooit duidelijk worden.

Om te lezen

Begin 2016 verscheen van de Congolese journalist Nicaise Kibel'Bel Oka het boek: "RD Congo-Ituri" bij Editions Scibe. Nicaise Oka is een gedreven onderzoeksjournalist die zijn leven waagt om achter de waarheid te komen. In zijn boek over Ituri beschrijft hij de achtergrond van het etnisch conflict tussen de Hema en de Lendu. Het geloof in de eigen "identité nationale" heeft tot haat jegens anderen ("les étrangers") geleid en vervolgens tot een gewelddadige oorlog, die mogelijk werd door politieke en militaire inmenging van Uganda en Rwanda. De winnaars van een dergelijke oorlog zijn uiteindelijk de multinationals, de profiteurs van de grondstoffen, verkwanseld door het regiem in Kinshasa. Vermeld zij nog dat Nicaise Oka eind 2016 een volgend boek publiceerde, over Noord-Kivu, met name over Beni, getiteld: "L'avènement du Jihad en RD Congo" over het terrorisme van de ADF.

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
website www.congoned.dds.nl

Tekst: Nico Dekker, Nelly Koetsier
Logo: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.IBAN: NL39 INGB 0009 263303