
Sinds onze laatste nieuwsbrief (april 2003) is in de politieke situatie in Congo heel wat veranderd. Het land is herenigd onder één nationale regering, die bestaat uit president Joseph Kabila, vier vice-presidenten, Bemba (MLC), Ruberwa (RCD-Goma), Z'Ahidi Ngoma (politieke oppositie) en Yerodia Ndombasi (oude regeringsploeg), en wel liefst 60 ministers en onderministers. Terwijl in Kinshasa werd gedelibereerd over vrede en nationale eenheid, was daarvan in het Oosten van het land nog weinig te merken. We zullen daarover berichten, alsmede over onze eigen activiteiten als Congo-Ned.
Reden tot zorg geeft het feit dat velen in de regering rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor de dood van talloze Congolese burgers, zoals bijvoorbeeld vice-president Bemba tegen wie een aanklacht loopt vanwege massamoord en kannibalisme door zijn troepen in Ituri. Maar zelfs met betrekking tot degenen die geen bloed aan de handen hebben valt te twijfelen aan hun intenties. De Congolese geschiedenis sinds de moord op Lumumba en de zijnen laat zien dat de leden van de politieke klasse zelden andere interesse hadden dan zelfverrijking. Slechts weinigen van de huidige regeringsploeg zouden op een plaats daarin een kans maken als de bevolking zich daarover vrij zou kunnen uitspreken. Firmin Yangambi van de Fondation Paix sur Terre/Kisangani schreef ons dat hij daarin weinig vertrouwen heeft. Hij wil daarom snelle verkiezingen om te voorkomen dat het land twee jaar lang wordt geregeerd door egoïstische zakkenvullers.
In het gebied verblijven behalve de autochtone bevolking ook meer dan honderdduizend vluchtelingen die uit het Ituri-district zijn gevlucht voor de oorlogstoestand in dat gebied. Op 20 juni viel Lubero, een stad 20 km ten zuiden van Butembo, in handen van de RCD-Goma, een dag nadat in Bujumbura (Burundi) met internationale bemiddeling een wapenstilstand was overeengekomen.
Zoals steeds betaalt de bevolking het gelag. In een rapport aan ondermeer de VN en de EU vraagt het provinciale coördinatiecomité van de Société Civile van Noord-Kivu dringend aandacht voor wat de bevolking in het veroverde gebied te lijden heeft: vluchtelingen die aankomen in Butembo, Beni en Kyondo zonder opvang, systematische roof van vee en gevogelte die met duizenden tegelijk naar Rwanda worden afgevoerd, blinde moord op verscheidene burgers, verkrachting van meisjes en vrouwen door soldaten van de APR (het Rwandese leger) en RCD-Goma.

Ook de situatie in Zuid-Kivu blijft zorgwekkend. Niet alleen Congolese en Rwandese verzetsgroepen maar ook Burundese milities van de FDD en FNL houden zich er schuil, vooral in de bosrijke Ruzizi-vallei, een gebied dat men wel aanduidt als de "driehoek van de dood". Zij houden zich in leven door de bewoners van de dorpen te terroriseren: men overvalt een voertuig, plundert alle eigendommen van de inzittenden, neemt een aantal van hen mee als gijzelaars die de familie mag terugkopen voor $500. Komt het geld niet snel genoeg, dan wordt de gijzelaar vermoord. De gestolen goederen worden verpatst in winkels van handlangers in Burundi. Nog op 28 augustus vroeg de mensenrechtengroep Héritiers de la Justice aandacht voor de massamoord door de FNL waarbij 19 mensen de dood vonden en velen gewond.
Overigens is de totstandkoming van de overgangsregering in Kinshasa wel enthousiast gevierd in de grote steden van Zuid-Kivu, Uvira en Bukavu. Overal werd de nationale vlag gehesen en die van RCD-Goma verwijderd. Dit laatste gold ook voor de door de bezetter ingevoerde autokentekenplaten die suggereerden dat Kivu een provincie van Rwanda was.
Met de installatie van de overgangsregering is de dreiging van gewelddadige afscheiding van Kivu nog niet geweken. Diverse hoge politici en militairen van RCD-Goma hebben ernstige misdrijven op hun geweten en zijn daardoor onaanvaardbaar voor posities in de overgangsinstituties. Zo zijn gouverneur Chiribanya van Zuid-Kivu en generaal Bora Uzima bij verstek veroordeeld wegens betrokkenheid bij de moord op Laurent Kabila en worden de generaals Laurent Nkunda en 'Tango Fort' (Gabriel Amisi) verantwoordelijk geacht voor het bloedbad in Kisangani in mei 2002. Met Rwandese steun zijn zij bezig een nieuwe militie op te zetten die de kern zou kunnen gaan vormen voor een nieuwe zogenaamde rebellie.
In juli publiceerde Human Rights Watch een omvangrijk rapport onder de titel "Ituri, covered in blood", waarin het drama en de voorgeschiedenis ervan in detail worden beschreven. Op de VN werd een beroep gedaan het niet te laten bij een interventiemacht voor een beperkt gebied en een zeer beperkte tijd maar MONUC zelf te voorzien van een sterker mandaat. Hieraan is inmiddels voldaan.
De operatie Artemis heeft in zoverre effect gehad dat althans in Bunia geen confrontaties meer optreden tussen leden van milities, maar voor de burgers is het vooral s'nachts nog verre van veilig. Belangrijk is wel dat de in april onder auspiciën van de VN opgerichte Ituri Pacification Commission (IPC) haar werk heeft kunnen hervatten. De samenstelling van deze commissie is een afspiegeling van de bevolking van het gebied, en bevat ondermeer vertegenwoordigers van alle strijdende facties. Onder de bezielende leiding van mevrouw Petronille Vaweka probeert deze commissie met vreedzame overreding een stukje burgerlijk bestuur in het district te herstellen.
De RCD-autoriteiten, met steun van het nabij de stad gelegerde garnizoen, gaan ervanuit dat zij nog steeds de macht hebben. Dat leidde op 11 augustus tot een confrontatie bij de televisie van RTNC/Kisangani: de programmaverantwoordelijke Bwanapua weigerde nog langer RCD-propaganda uit te zenden omdat RCD/Goma als politieke partij geen recht had op gratis televisiezendtijd. Hij werd, volgens een bericht van Reporters-Sans-Frontières, uit zijn functie geschorst en pas na veel gesteggel op bevel van de provinciale gouverneur Bilusa daarin hersteld.
In de nacht van 30 op 31 augustus vond een incident plaats in de wijk Makiso bij de residentie van de (zojuist tot brigade-generaal gepromoveerde) majoor Bora Uzima, commandant van het RCD-leger in Oostprovincie. Er vond een schietpartij plaats waarbij, volgens een bericht van o.a. de Congolese mensenrechtenorganisatie ASADHO, twee lijfwachten van Bora en twee andere RCD-soldaten werden gedood.
Het schietincident veroorzaakte in Kisangani veel opschudding, wat tegen de achtergrond van de betrekkelijk recente moordpartijen in de stad begrijpelijk is. Volgens latere berichten had een andere hoge militair in het RCD-leger, lt.col. Mangura, op bevel uit Kinshasa getracht Bora in hechtenis te nemen omdat hij bezig was zogenaamde "kadogo's" (kindsoldaten) te werven voor een nieuw te vormen militie. Generaal Bora, is na het incident onder bewaking van MONUC naar Goma gebracht en daar vrijgelaten.
Het incident met Bora staat niet op zich. Er zijn berichten dat met steun van Rwanda een nieuwe zogenaamde rebellie wordt voorbereid die moet leiden tot de afscheiding van Noord-Kivu onder leiding van Serufuli en van Zuid-Kivu onder leiding van zijn huidige gouverneur Xavier Chiribanya.
Naar voorbeeld van Serufuli die reeds een leger ter beschikking heeft van ongeveer 30.000 man, wordt nu gewerkt aan een soortgelijke strijdmacht in Zuid-Kivu, waarvan Bora is aangewezen als chef. Zijn pogingen om manschappen te werven wat in Kisangani blijkbaar mislukte hebben elders meer succes. Een bericht van eind augustus maakt melding van een drietal trainingskampen, in het natuurpark Kahuzi Biega, bij Bukavu en in de Ruzizivallei, waar inmiddels 2.700 soldaten zijn verzameld. Coordinator van deze activiteiten is de Rwandese generaal James Kabarehe, die een soortgelijke rol speelde in 1996 en in 1998. Onnodig te zeggen dat deze ontwikkelingen zeer bedreigend zijn voor de kansen op vrede in Congo.

Ook MONUC zal in de nabije toekomst wellicht meer gaan bijdragen aan het leven in Kisangani. De nieuwe speciale vertegenwoordiger van secretaris-generaal der VN voor de RDC, de Amerikaan William Lacy Swing, die zich op 14 augustus in Kisangani liet interviewen bij de afsluiting van het trainingsprogramma van 265 Congolese politiefunctionarissen, zei, dat Kisangani nu de belangrijkste logistieke basis van MONUC is, van waaruit de activiteiten in Goma, Bukavu, Kalemie, Bunia, Butembo, Beni en Kindu zullen worden ondersteund. In een rapport van de Wereldbank staat Kisangani vermeld als een van de steden waar infrastructurele projecten zullen worden opgestart met gebruikmaking van de aldaar aanwezige uitvoeringscapaciteit, wat belangrijk zou zijn voor de opbloei van het economische leven in de stad.
* Op 9 mei was Congo-Ned mede-organisator van een XminY-dag over Afrika en Globalisering. De dag werd goed bezocht. Een reader met achtergrond-artikelen is nog bij XminY te bestellen.
* Op 14 juni organiseerde Congo-Ned een ontmoeting van Rwandezen en Congolezen over de situatie in Oost-Congo. De Rwandezen vertegenwoordigen diverse sociale en politieke organisaties van Rwandezen in ballingschap. De gebleken eensgezindheid over veel zaken van gemeenschappelijke interesse is voor ons aanleiding om deze contacten voort te zetten en samen overleg te zoeken met andere organisaties.
* Naar aanleiding van de berichten over voordurende betrokkenheid van Rwandese militairen in Kivu drongen we in een brief op 22 juli aan de leden van de Tweede Kamer ondermeer aan op stopzetten van bilaterale steun aan Rwanda zolang dit land zich niet echt uit Congo heeft teruggetrokken.
* Congo-Ned was betrokken bij een tweetal t.v.-uitzendingen, bij TweeVandaag op 23 mei en bij Levi en Sadeghi van de VPRO op 25 april. Ook publiceerden we in enkele periodieken zoals Targets en VD/AMOK en op het internet (Uitpers). Onze pogingen de dagbladen te bereiken leden echter schipbreuk.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
Tekst: Nico Dekker
Foto's: Eelco de Groot
Logo en kaartje: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

CADI staat voor Centre d'Actions pour le Développement Integré. Het is een project in Kinshasa om straatkinderen in de leeftijd van 14-18 jaar op te vangen en met psycho-sociale hulp en practische cursussen betere kansen in de maatschappij te geven. Congo-Ned helpt CADI, ondermeer met het zoeken van fondsen in Nederland ten behoeve van het project. Daartoe is de Stichting CADI-Nederland opgericht. Giften aan de stichting zijn van harte welkom; ze zijn aftrekbaar voor de belasting. Het Postbank-nummer van CADI-Nederland is 9557413 in Venraij.