Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 5: Januari 2004

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Congo staat tegenwoordig meer dan vroeger in de internationale belangstelling. De EU-interventie in Ituri heeft hiertoe bijgedragen.
Het Nederlandse Afrika-beleid heeft het Grote-Merengebied als geheel als aandachtsgebied gekozen waardoor naast Rwanda en Oeganda ook Congo (evenals Burundi) in het zoeklicht is gekomen. Dit betekent niet automatisch dat het Nederlandse publiek over wat in Congo voorvalt goed wordt geinformeerd. Er zijn geen Nederlandse verslaggevers in Congo, laat staan in het gevaarlijke Oosten; de berichtgeving blijft dus fragmentarisch.
De Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, mw Van Ardenne, toont in uitspraken betrokkenheid bij het wel en, vooral, wee van bevolking van Oost-Congo. Daar zijn we blij mee, maar we beseffen dat de Nederlandse Afrika-politiek zich wat het Grote-Merengebied betreft niet te ver zal verwijderen van de Amerikaanse en Britse politiek, die sterk op Museveni en Kagame georiënteerd blijft.

Politiek

De ontwikkeling in Congo in de laatste maanden toont twee gezichten die moeilijk met elkaar te rijmen zijn. In Kinshasa zetelt een overgangsregering, compleet met dito parlement en senaat, waarin de voornaamste al of niet gewapende bewegingen vertegenwoordigd zijn. Begin november reisde President Kabila voor een officieel bezoek naar Washinghton. Over wat hij besproken heeft met Bush, Powell, Cheney en andere 'officials' is niets meegedeeld, maar waarnemers denken dat zeker gesproken is over de vorming van het Congolese nationale leger, aan de training waarvan Amerikaanse privé-ondernemingen zoals de MPRI graag zouden willen deelnemen, en over de olievoorraden die onderaards in Oost-Congo worden vermoed en die de Amerikanen liever via een pijp naar de Atlantische Oceaan zouden willen zien stromen dan naar de Indische Oceaan.

Soms laten andere leden van de regeringsploeg iets van zich horen, bijvoorbeeld als minister Mbusa Nyamwisi (voorheen rebellenleider in de regio Beni-Butembo) de staatshoofden van Oeganda en Rwanda bezoekt om de veiligheid in het grensgebied te bespreken of als vice-president Azarias Ruberwa (tot voor kort leider van RCD-Goma) diverse provinciehoofdsteden bezoekt om van de eenheid van het land te getuigen. Het is echter de vraag of deze activiteit meer is dan schone schijn.

Firmin Yangambi van onze partner-organisatie Paix-sur-Terre is daar somber over. In een balans van '4 maanden transitie' schrijft hij dat de regering geen sociaal-economisch plan bezit: iedere minister gaat op zijn/haar manier aan de gang zonder acht te slaan op collega's. Het staatsbudget gaat voor 70% naar het regeringsapparaat; voor onderwijs is 1,6% en voor gezondheidszorg 0,4% gereserveerd. Een actieplan om iets te doen aan de noden van de verpauperde bevolking bestaat niet.

Ook de CIAT, de internationale commissie die in opdracht van de VN de tweejarige transitie begeleidt, is uitermate kritisch. In een persbericht op 4 december zegt zij ondermeer bezorgd te zijn over de traagheid waarmee het verkiezingsproces wordt voorbereid en de vorming van het nationale leger plaatsvindt. Er worden geen beslissingen genomen over de centrale inning van belasting, over de inrichting van een apolitieke nationale magistratuur, de herziening van de rechtsstaat enzovoorts.

Voor internationale financiële instellingen, zoals het IMF en de Wereldbank, lijken deze twijfels geen doorslaggevende rol te spelen. Op 9 december werd met veel fanfare de totstandkoming van het Congolese Poverty Reduction Strategy Paper (franse afkorting DSRP) gevierd. Op basis daarvan kan Congo schuldverlichting en grote leningen krijgen om de economische ontwikkeling op gang te helpen. Over de prijs die de bevolking ervoor moet betalen wordt niet gerept, maar uit ervaringen in andere Afrikaanse landen weten we wat dit betekent: privatisering van overheidsbedrijven, opening van het land voor buitenlandse importen (ook als die concurreren met de eigen productie). In de neoliberale filosofie moet immers armoedebestrijding vooral komen van werking van de markt.

Congo heeft investeerders heel wat te bieden, vooral in grootschalige activiteiten zoals mijnbouw, hydro-electriciteit, e.d., waarvan de opbrengst voorzover in het land blijvend, de neiging heeft te blijven hangen bij een kleine elite. Alleen een sterke staat kan ervoor zorgen dat de inkomsten de hele bevolking ten goede komen, iets wat noch voor de regering, noch voor de Wereldbank op de voorgrond lijkt te staan.

Kivu

De geringe besluitvaardigheid van de overgangsregering in Kinshasa behoeft niet te verwonderen als men ziet wat er in provincies Noord- en Zuid-Kivu gaande is. "Transitie = vóór-de-transitie" vatte (met historisch gevoel) een lokale mensenrechtenorganisatie de situatie daar samen: dezelfde personen (die hun positie ontlenen aan de bezetting door Rwanda) trekken er aan de touwtjes en de centrale regering in Kinshasa heeft geen invloed. Dit wordt bevestigd door Irene Khan, algemeen secretaris van Amnesty International, die in de tweede helft van october een rondreis in het gebied maakte.

Te denken dat slechts sprake is van voortzetting van de status quo zou echter een onderschatting van de ernst van de situatie zijn. Op basis van alarmberichten van diverse grote en kleine Congolese mensenrechtenorganisaties die bronnen hebben in het gebied en van kerkleiders in Kivu, Maniema en Noord-Katanga, aangevuld met eigen onderzoek, komt het Observatoire Gouvernance-Transparence (OGT) tot de conclusie dat in Oost-Congo een nieuwe oorlog in voorbereiding is. Voor president Kagame van Rwanda heeft de RCD-Goma, die in 1998 werd opgericht om de Rwandese belangen in Congo veilig te stellen en die thans deel uitmaakt van de overgangsregering in Kinshasa, wegens gebrek aan succes afgedaan. In plaats daarvan zijn in beide Kivu-provincies onder Rwandese leiding nieuwe 'rebellenbewegingen' in opbouw, waarvan die in Noord-Kivu het verst is gevorderd.

Dat de situatie zeer ernstig is blijkt ook uit het eindrapport van het VN-Panel over de illegale exploitatie van Congolese bodemschatten dat op 16 october aan de Veiligheidsraad werd gepresenteerd. Opmerkelijk is dat het gedeelte van het rapport dat de militaire en politieke ontwikkelingen in Oost-Congo beschrijft, niet openbaar werd gemaakt, maar alleen aan de leden van de Veiligheidsraad werd verstrekt. In dit (nog steeds geheime, maar inmiddels wel uitgelekte) gedeelte wordt beschreven hoe drie elitenetwerken, geleid vanuit Oeganda, Rwanda en vanuit de hoofdstad Kinshasa, de afgelopen jaren de exploitatie van de Congolese bodemschatten hebben beheerst, maar dat die thans door de totstandkoming van de overgangsregering in hun positie worden bedreigd.

Terwijl Oeganda en Kinshasa met hun netwerken zich aan de nieuwe realiteit aanpassen en er vooral op mikken hun commerciële gewin veilig te stellen, vaart Rwanda een heel andere koers. Niet alleen economische overheersing maar ook feitelijke politieke macht over een groot deel van Congo, met name Noord- en Zuid-Kivu is de inzet. De economische belangen zijn ondergebracht bij de Congo Holding Development Company (CHDC), gevestigd in Rwanda, die zijn activiteiten ontplooit vanuit grote centra in het door Rwanda gecontroleerde gebied, zoals Kisangani, Goma, Bukavu, .. Die activiteiten omvatten zowel afvoer van in Congo illegaal gedolven bodemschatten als invoer van gebruiksgoederen, van water en auto-kentekenplaten tot cement. Zelfs het leasen van wapentuig (in ruil voor kostbare mineralen) aan milities behoort tot de commerciële activiteiten.

Het VN-rapport gaat speciaal in op de situatie in Noord-Kivu onder leiding van gouverneur Eugene Serufuli. Met hulp van het Rwandese leger heeft deze een strijdmacht opgebouwd van tenminste 18.000 man, de zogenaamde Local Defense, waarvan behalve (Rwandese en Congolese) Tutsi, ook veel Hutusoldaten deel uitmaken.

Bij deze laatsten zijn vaak ontwapende ex-FAR die na recyclage in een Rwandees trainingskamp, nu de Rwandese overheersing van Noord-Kivu moeten garanderen. Het Panel benadrukt dat Serufuli actieve steun heeft van de Rwandese legerleider James Kabarebe, en dat uit documenten blijkt dat (ruim na de officiële terugtrekking van de Rwandese troepen) eenheden van het Rwandese leger in Noord-Kivu operationeel zijn. De Local Defense van Serufuli valt, in tegenstelling tot het leger van RCD-Goma, buiten de overeenkomsten over de transitie en kan zich zo ongecontroleerd bezig houden met "destabiliseren, blokkeren van de effectieve eenwording en camoufleren van de inspanningen van het elite netwerk voor de controle over Oost-Congo", aldus het rapport.

Het OGT-rapport (dat wat Noord-Kivu aangaat in grote lijnen overeenstemt met dat van het Panel), beschrijft ook de ontwikkelingen in Zuid-Kivu, waar onder leiding van 'gouverneur' Chirhibanya een soortgelijk proces plaats vindt. De operatie wordt vanuit Rwanda geleid door generaal Kabarebe, bijgestaan door een comité van nog vier hoge Rwandese functionarissen, waaronder minister van buitenlandse zaken Muriganda en de vice-president van de Afrikaanse Unie, Mazimpaka. Hoofd van de nieuwe strijdmacht is generaal Bora Uzima, waarover we in de vorige Nieuwsbrief al wat schreven. Voor het nieuwe leger wordt in Rwanda speciaal geworven onder zojuist gedemobiliseerde soldaten van het Rwandese leger. Legerkampen waar de troepen worden getraind zijn bekend, maar de VN-vredesmacht MONUC wordt de toegang ertoe onmogelijk gemaakt. In Zuid-Kivu zelf hoopt Chirhibanya op steun vanuit de Bashi, de grootste bevolkingsgroep van het gebied, maar heeft vooralsnog weinig succes. Bij de bevolking bestaat veel verzet tegen de Rwandese overheersing, dat daar beter georganiseerd is dan in Noord-Kivu.

Wie kennis neemt van deze berichten kan moeilijk anders dan tot de conclusie komen dat er een tijdbom tikt die wacht op explosie. Dat kan niet anders dan leiden tot weer een bloedbad, vooral onder Congolese burgers. Alleen een doortastend beleid van de Congolese regering en loyale steun van de VN kan zo'n ramp voorkomen.

Ituri

Het beeld in Ituri is hoopgevender. Begin september heeft MONUC de taak van de EU-vredesmacht IEMF overgenomen. MONUC heeft nu een even sterk mandaat als IEMF, dat wil zeggen dat met wapens ingegrepen mag worden om de veiligheid van burgers te garanderen. De omvang van MONUC zal kunnen uitgroeien tot 10.800. Stap voor stap breidt de vredesmacht nu zijn invloed uit over het gehele gebied. Soms vinden nog incidenten plaats waarbij doden vallen, maar minder dan voorheen. Ook worden verbindingswegen heropend zodat de bevoorrading kan plaats vinden.De mensen moeten nu geholpen worden naar hun woonplaatsen terug te keren, hun leven weer op te pakken en voedsel te gaan verbouwen. Herstel van veiligheid is het belangrijkste om de mensen weer vertrouwen in de toekomst te geven.
Hartverwarmend is de inzet van onze collega's van Pygmee-Kleinood en De Zaaier die doen wat mogelijk is om bewoners van het gebied er bovenop te helpen. De laatste stuurde ons een verslag van een recent bezoek aan o.a. Oicha in Ituri. Buiten bereik van de VN vangen lokale gemeenschappen duizenden vluchtelingen op; met betrekkelijk geringe financiële middelen worden daar wonderen gedaan.

Kamervragen Naar aanleiding van het uitgelekte geheime deel van het VN-rapport en de daarin gedane beschuldigingen aan de Rwandese regering, werden op 15 december vragen gesteld in de Tweede Kamer door Koenders en Fierens (PvdA). Minister van Ardenne zegt in haar antwoord dat de inhoud haar zorgen baart "gezien de verontrustende informatie over acties die in zouden gaan tegen herstel van vrede, veiligheid, staatsgezag en ontwikkeling in de regio." Ze suggereert echter dat de geheimhouding te maken zou kunnen hebben met "twijfels aangaande de hardheid van de informatie" : Indien de beschuldigingen aan het adres van Rwanda vast zouden komen te staan, "dan zal dat directe gevolgen hebben voor de bilaterale relaties," aldus de minister. Wel is zij van mening dat geheimhouding van het rapport niet terecht is, omdat een open discussie over de inhoud beter is.

Het ziet er al met al naar uit dat, via de procedures van "in twijfel trekken" en "op de lange baan schuiven" ook dit rapport de vergetelheid zal ingaan.

Verschenen

Op 12 october 1998 valt Kindu, de hoofdstad van de provincie Maniema, in handen van het Rwandese leger en hun Congolese vrienden. Leonard N'Sanda woont dan in Kindu, waar hij directeur is van de Pedagogische Academie en tegelijk secretaris van de locale afdeling van de AFDL. Zijn ervaringen als kritische burger van de kleine gemeenschap van Kindu beschrijft hij in "La bataille de Kindu, ou le récit d'une défaite". Het is een persoonlijk relaas over wat een Congolese burger beleeft als de oorlogsmachine steeds naderbij komt en tenslotte als een reusachtig verwoestend onweer over de stad heentrekt. Ondanks het sombere onderwerp is het geen zwartgallig boek. Het schildert afstandelijk en met humor het doen en vooral laten van functionarissen die de stad voor de val hadden moeten behoeden, maar verblind door grootheidswaan of geldzucht hun plicht verzaken. [Het boek is uitgegeven bij L'Harmattan, Paris, als nr. 60 in de reeks Cahiers Africains van het Afrika Instituut in Tervuren.]

Enkele activiteiten van Congo-Ned

* In vervolg op de ontmoeting van in Nederland wonende Rwandezen en Congolezen op 14 juni jl. bemiddelde Congo-Ned tot een gesprek van een Rwandees/Congolese delegatie met vertegenwoordigers van Cordaid, Novib, Kerkinactie en BBO op 26 november. Van Congolese zijde werd uitdrukking gegeven aan de frustratie dat in de discussies over het Grote-Merengebied de belangen van Congo en zijn bevolking doorgaans als 'irrelevant' worden beschouwd, terwijl die van Rwanda en Oeganda steeds worden ontzien. Namens de Rwandezen werd gezegd dat de oorsprong van de problemen in Rwanda ligt, en dat alleen een vreedzame regeling daarvan nieuwe wraakacties in de toekomst kan voorkomen. Namens de Nederlandse ngo's werd gezegd dat men al geruime tijd, tegen de stroom in, ijvert voor een evenwichtiger benadering, inclusief een kritischer houding jegens Kagame. Men zei verheugd te zijn gesprekspartners te treffen die de inzichten van Congolezen in Nederland trachten te vertolken. Afgesproken is elkaar op de hoogte te zullen houden en de dialoog op een later moment voort te zetten.

* In december ontmoetten we Victor Nzuzi die lid is van een boerencooperatie in de buurt van Mbanza-Ngungu in Bas-Congo. Hij was uitgezonden door een platform van Congolese organisaties om deel te nemen aan het Europees Sociaal Forum dat in Parijs is gehouden, en om een seminar te volgen in Amsterdam. Hij vertelde hoe sinds kort de verkoopprijzen van de producten van de boeren zijn gedaald door goedkope importen uit Europa en Azie. Het platform waar hij lid van is heeft ten doel de mensen inzicht te geven in de gevolgen van de globalisering. We hebben Victor Nzuzi in contact gebracht met de mensen van XminY die zich bezig houden met Afrika. Ook bezochten we samen een boerderij in de Haarlemmermeer om een indruk te geven van de grootschalige landbouwproductie hier, waartegen voor hen onmogelijk te concurreren valt.

* We verleenden financiële steun aan een initiatief van Firmin Yangambi om in Kinshasa een 3-daags seminar te houden voor mensen die werken voor de media. Het doel is om mensen aan de basis van de Congolese samenleving te betrekken bij de democratisering en het herstel van de staat. De bevolking moet gaan beseffen dat verkiezingen kunnen leiden naar sociale vrede. De persmedia hebben een belangrijke taak bij dit bewustwordingsproces.

__________________________________________________________________________________________________________________________________________
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam

Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl

Tekst: Nico Dekker.
Logo en kaartje: NINO-kunstservice

Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

home