
Het is niet moeilijk pessimistisch te zijn als men ziet hoe moeizaam de transitie, die de RDC moet voeren naar een vrij en democratisch geregeerd land, vordert. Eigenlijk is de opgave ook bijna onmogelijk. Hoe kan men verwachten dat lieden die hun positie danken aan weerzinwekkend bloedvergieten - en verscheidenen behoren tot die categorie - nu opeens eendrachtig samenwerken tot zegen van de bevolking? Toch overheerst in gesprekken met Congolezen zelden somberheid: Congo is immers een groot land, rijk aan mogelijkheden. Alleen door van buitenaf geinspireerde obstructie kan het transitieproces stranden. Het is vooral aan de Congolezen zelf om daaraan voldoende weerstand te bieden. In deze nieuwsbrief bespreken we enkele ontwikkelingen van de laatste tijd. Vooral in Kivu is sinds de vorige editie veel gebeurd. Door ruimtegebrek kunnen we dat alles hier niet in detail weergeven. We verwijzen daarvoor naar het verslag van 30 april 2004 op onze website onder Kivu.
Politiek
Eindelijk is, op 16 mei, door de regering een besluit genomen over de verdeling van de gouverneursposten van de 11 provincies. In Congo hebben de provincies veel autonomie. De voormalige rebellenbewegingen - met name de aan Rwanda gelieerde RCD-Goma van vice-president Ruberwa en de door ex-mobutisten gedomineerde MLC van vice-president Bemba - eisten zonder meer de gouverneurszetels op van de provincies die ze in 1998 veroverd hadden. De discussies leidden tot een maandenlange patstelling, die pas werd doorbroken toen de CIAT, de internationale commissie die de transitie begeleidt, een beslissing afdwong. Het resultaat veroorzaakt onvermijdelijk pijn bij een deel van de Congolese bevolking, vooral in Kisangani waar de RCD-er Baruti, die verantwoordelijk is voor talloze doden bij gevechten in zijn stad, opnieuw gouverneur wordt en in Noord-Kivu waar de zittende RCD-gouverneur Serufuli in het zadel blijft. Toch heeft een gouverneur het niet alleen voor het zeggen: Hij heeft naast zich twee vice-gouverneurs, die komen uit andere composantes of entités (partijen bij de Inter-Congolese Dialoog). Ook de regionale legerchef is afkomstig van een andere richting dan de gouverneur. Een provincie is dus alleen bestuurbaar als deze mensen onderling samenwerken.
Bij velen in Congo bestaat zorg over het geringe tempo waarmee beslissingen worden genomen. Het meest dringend is het totstandkomen van wetten om het proces naar verkiezingen te regelen die immers in juni 2005 moeten plaats vinden. Daarvoor moet ondermeer inschrijving van kiesgerechtigden (recensement) plaats vinden, want een bevolkingsregister bestaat niet meer. Dat kan nog tot nieuwe spanningen leiden, want wie is eigenlijk Congolees, en dus stemgerechtigd? Maar de problemen zitten dieper: Van degenen die thans de macht hebben zouden de meesten bij vrije verkiezingen nimmer worden gekozen; en dat weten ze! Hun macht opgeven is echter wel het laatste wat ze willen. Gevreesd moet worden dat zulke individuen alles zullen doen om het nooit tot verkiezingen te laten komen. Er zijn genoeg tekenen dat dergelijke acties al aan de gang zijn. Juist daarom zou het voor de société civile reeds een enorme overwinning zijn als die verkiezingen hoe dan ook worden gehouden, zelfs met onvolkomenheden in de procedure. De bevolking ervaart dan tenminste dat de macht in het land niet noodzakelijk uit de loop van het geweer behoeft te komen.
Aanslag in Kinshasa
In de nacht van 28 op 29 maart werd de bevolking van Kinshasa opgeschrikt door het geluid van zware wapens dat geruime tijd aanhield. Twee weken ervoor was in de wijk Kingasani al een grote voorraad wapens ontdekt, wat aanleiding gaf tot speculaties over een op handen zijnde aanslag. Ook werd op 27 maart in de pers al bericht over een plan voor een couppoging. Er zou sprake zijn van een complot van de vice-presidenten Ruberwa en Bemba met het doel president Kabila uit het zadel te lichten. Ook werd gemeld dat familie van RCD- en MLC-officieren uit Goma en Bukavu naar Kisangani waren geëvacueerd, en uit Kinshasa naar Brazzaville. Het zou dus gaan om een gecombineerde actie in Kinshasa en in Kivu. De nachtelijke aanslag was gericht op vier militaire bases; ook werden raketten afgeschoten op de ambtswoning van de president. De actie stuitte echter op felle weerstand van het Congolese leger, waardoor hij uiteindelijk mislukte. Verscheidene coupplegers werden ingerekend, merendeels leden van de voormalige DSP, de voormalige elite-troepen van Mobutu, waarvan er nog ongeveer 4.000 in Congo-Brazzaville bivakkeren. Uit latere berichten is komen vast te staan dat Bemba in het complot de hoofdrol speelde en dat hij gebruik maakte van zijn goede relaties met president Sassou Nguesso van Congo-Brazzaville en president Khadafi van Lybië. Er is een officieel onderzoek aangekondigd, maar daarvan moet men niets verwachten: de hoofd-schuldigen gaan vrijuit.
Kivu
In februari vond in Bukavu, de hoofdstad van Zuid-Kivu, een ernstig incident plaats. Soldaten van het officiële Congolese leger troffen op privéterrein van kolonel Kasongo een grote partij wapens aan. In opdracht van de regio-commandant generaal Nabyolwa, in de militaire hiërarchie de superieur van Kasongo, worden deze in beslaggenomen en wordt Kasongo op het vliegtuig naar Kinshasa gezet om zich bij de hoogste legerleiding te verantwoorden. Kolonel Mutebusi, een collega van Kasongo, doet in de volgende nacht een aanval op de woning van zijn chef Nabyolwa. Enkele leden van diens garde vinden de dood, maar hijzelf weet te ontkomen. Onder druk van het hoofd van MONUC, de Amerikaan Swing, wordt Nabyolwa uit zijn functie ontheven (later vervangen door generaal Mbuza Mabe) en mag Kasongo terugkeren naar Bukavu. Deze voor de Congolese bevolking zeer onbevredigende afloop is in verscheidene documenten van de Société Civile van Zuid-Kivu en vanuit de kerken aan de kaak gesteld.
Een andere kwestie die veel emoties oproept is de aanwezigheid van Rwandese troepen in Kivu, ondanks stelselmatige ontkenningen vanuit Kigali, wat echter door MONUC nooit 'kon worden bevestigd'. Het mocht dan ook wel bijzonder heten dat een woordvoerder van MONUC eind april erkende op een grote eenheid van het Rwandese leger te zijn gestuit bij Bunagana in territoire Rutshuru. Op grond hiervan was de Congolese minister van Buitenlandse Zaken, Ghonda, in de gelegenheid een klacht in te dienen bij de Veiligheidsraad van de VN, tot ergernis van Kigali en RCD-vertegenwoordigers in Kinshasa. In een officiële verklaring van de voorzitter van de Veiligheidsraad worden de invallen van Rwanda in Congo veroordeeld.
Dat juist in Rutshuru Rwandese troepen werden aangetroffen is niet toevallig. Verscheidene berichten wijzen erop dat het Rwandese bewind bezig is grote aantallen Rwandezen uit Rwanda, mogelijk ook uit kampen in Tanzania, te verplaatsen naar Noord-Kivu, met name naar Rutshuru, Masisi en Nyiragongo. Vaak zijn het veehouders die komen met hun kuddes. Lokale bewoners worden verdreven, vaak gewapenderhand door militairen die 's nachts de Rwandese grens oversteken en in de vroegte weer vertrekken. Er worden ook wapenvoorraden aangelegd om het nieuw veroverde terrein te kunnen verdedigen. De eenmalige confrontatie met een MONUC-patrouille verandert hieraan niets.

Er is nog een ontwikkeling die het zicht op de situatie in Kivu compliceert. Kagame heeft de noodzaak van interventies in Oost-Congo steeds gerechtvaardigd met de aanwezigheid van Interahamwe en ex-FAR militairen (deels verenigd in het leger van de FDLR) die naar zijn zeggen de grenzen van Rwanda bedreigen. Deze bedreiging is de laatste tijd weinig overtuigend, temeer nu de commandant van de FDLR, generaal Rwarakabije, is overgelopen naar Kigali tegeliijk met verscheidene officieren en manschappen. Daar de RCD in Congo nu een politieke partij is geworden en dus geen eigen leger meer onderhoudt, heeft Kagame behoefte aan nieuwe motieven om met zijn leger in te kunnen grijpen in het buurland. Er zijn sterke aanwijzingen dat Rwarakabije, in opdracht van Kagame, onechte Interahamwe- of FDLR-eenheden opzet om in delen van Kivu een toestand van wanorde te scheppen. Deze groepen voeren aanvallen uit op dorpen in het grensgebied, ook in Rwanda zelf, die acties van het Rwandese leger kunnen rechtvaardigen. Misschien komt het daardoor dat nooit duidelijk kan worden vastgesteld wie de daders zijn van de massamoord bij Lukweti in Noord-Kivu (waarbij begin april 40 burgers gedood werden) en bij Kihinga in Zuid-Kivu (waar eind april 19 mensen de dood vonden}.
Ituri
Op dezelfde dag dat beslist werd over de gouverneursbenoemingen is ook een overeenkomst getekend door de zes in Ituri opererende rebellengroepen. Deze houdt in dat ze de wapens neerleggen en zullen samenwerken met de nationale regering. Hun manschappen, van wie de helft kindsoldaten, zullen via het DDR-ontwapeningsprogramma van de VN worden heringepast in de maatschappij. Dit kostbare VN-programma heeft jarenlange vertraging opgelopen, mede omdat de regering in Kinshasa het niet eens kon worden over het 'nationale DDR-actieplan'. Dit plan is echter nu aanvaard. De overeenkomst van de rebellen in Ituri heeft het mogelijk gemaakt het aantal VN-militairen in Ituri tot 4800 terug te brengen. In de Kivus wordt MONUC versterkt met een brigade en zal met name worden toegezien op het handhaven van het wapenembargo. Bovendien is de eerste door Belgische instructeurs in Kisangani getrainde gemengde Congolese brigade eind maart zijn werkzaamheden in Ituri begonnen.
'geef ons vrede'
Verschenen
* De Amerikaanse organisatie Refugees International heeft in september 2003 een rapport uitgebracht onder de titel "MONUC, Mandate to Succeed". De auteurs C.Bernath en N.Pearson geven een helder overzicht over het optreden van de Europese interventiemacht IEMF, MONUC-1 (met het aanvankelijke zwakke mandaat) en MONUC-2 (met het huidige sterkere mandaat) in Ituri. Zij concluderen dat door een te zwak mandaat, te weinig manschappen en te weinig technische faciliteiten MONUC jarenlang niet in staat is geweest zijn taak van vredeshandhaving te vervullen. IEMF heeft aangetoond dat een kleine goed-uitgeruste en van intelligence-faciliteiten voorziene interventiemacht al veel kan bereiken. Daarbij speelt ook een rol dat men met de bevolking kan communiceren in een taal die beiden verstaan. Men betwijfelt echter of MONUC-2 met slechts 10.800 manschappen in staat zal zijn rust te brengen behalve in Ituri ook nog in Noord-en Zuid-Kivu en Maniema.
* Artsen-zonder-Grenzen publiceerde op 1 april 2004 een document, getiteld "Words alone will not put an end to sexual violence". Met tekst en fotomateriaal wordt aandacht gevraagd voor het lijden van de talloze vrouwen in Oost-Congo die slachtoffer zijn van sexueel geweld door militieleden van allerhande soort. Het is gebaseerd op de eigen ervaring van AzG in Baraka (Zuid-Kivu) waar ze de afgelopen periode circa 600 vrouwen in de leeftijd tussen 4 en 70 jaar hebben behandeld. AzG doet een dringend beroep op de internationale gemeenschap om een einde te maken aan de straffeloosheid van de bedrijvers van deze misdaden.
Enkele activiteiten van Congo-Ned
* Op 12 februari stuurde Congo-Ned een brief aan de leden van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer. Daarin werd aandacht gevraagd voor de ongerustheid van de bevolking van Bukavu voor het uitbreken van een nieuwe oorlog. De Commissie werd gevraagd een ferm standpunt in te nemen jegens het Rwandese bewind vanwege zijn politieke en militaire inmenging in Congo, en bij de regering aan te dringen op meer steun aan het transitieproces in de DRC. Ook werd de Commissie gewezen op de reis die president Kabila maakte naar enkele Europese hoofdsteden, en werd de vraag gesteld warom hij niet naar Den Haag was uitgenodigd.
* Op 19 maart zond Congo-Ned een brief aan de ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Deze was opgesteld naar aanleiding van een studiedag op 4 maart, georganiseerd in het Europarlement door de Alliance Libre Europe over de ontwikkelingen in Congo. In onze brief deden we aanbevelingen voor een goed EU-beleid onder het Nederlandse voorzitterschap voor het Grote-Merengebied Inspiratie daarvoor was ontleend aan een voordracht van de heer Lwabandji Lwasi, president van de ngo SimaKivu, tijdens de studiedag. Ze zijn te raadplegen op onze website onder Actualiteiten, 10 maart.
* Op 25 februari nam Congo-Ned deel aan een expertbijeenkomst die GroenLinks had georganiseerd met het oog op de bespreking in de Tweede Kamer van de Afrika-notitie van minister Van Ardenne.
* Op 26 maart hadden we een gesprek met een Congolese Katholieke delegatie die onder begeleiding van Justitia et Pax een lobby-tour in Europa maakte. We waren in de gelegenheid de opstelling van de Nederlandse politiek jegens de RDC, alsmede onze kritiek daarop, te verhelderen.
* Congo-Ned stuurt regelmatig berichten over schendingen van mensenrechten in Oost-Congo door naar het Internationale Strafhof. De Congolese regering heeft inmiddels ook zelf bij het hof een verzoek gedeponeerd om de misdaden, begaan in Oost-Congo, te onderzoeken en te vervolgen.
Laatste berichten
Tijdens het samenstellen van deze nieuwsbrief komen berichten binnen over muiterij in het leger in Bukavu. Na een incident aan de grens met Rwanda zijn op 26 mei gevechten uitgebroken tussen een groep van circa 400 opstandige militairen onder leiding van ex-kolonel Mutebusi en eenheden van het Congolese leger onder bevel van generaal Mbusa Mabe. Door tussenkomst van MONUC stopten de vijandelijkheden in het begin van de avond, maar laaiden de volgende dag weer op. Daaraan kwam pas een einde op vrijdag nadat commandant Isberg van MONUC aan Mutebusi een ultimatum had gesteld en vanuit een gevechtshelicopter diens manschappen had laten beschieten. Op zaterdag, 29 mei, werd bekend dat een andere opstandige officier, ex-generaal Nkunda, uit Goma oprukte met ruim 1.000 man en dreigde de door MONUC beveiligde luchthaven Kavumu te bezetten. Inmiddels is een zware ministeriele delegatie onder leiding van vice-president Ruberwa uit Kinshasa naar Kivu gereisd om te proberen aan de muiterij en het bloedvergieten en einde te maken. Er zijn tot vandaag, 1 juni, zeker 18 slachtoffers (maar mogelijk veel meer) en talloze gewonden gevallen, waarvan velen onder de burgerbevolking.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II,
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
Tekst: Nico Dekker
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

In het Tropenmuseum in Amsterdam is
een tentoonstelling van schilderijen van de
Congolese schilder Tshibumba Kanda Matulu
over de geschiedenis van Congo.