Werkgroep Congo-Ned
Nieuwsbrief 8: april 2005
``````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````
Op 30 juni, 45 jaar geleden, kreeg het Congolese volk zijn onafhankelijkheid, maar dit jaar wordt naar de nationale feestdag met zorg uitgekeken. Op die dag verstrijkt namelijk de termijn die de onderhandelaars in Sun City (Zuid Afrika) hebben afgesproken voor de overgangsperiode van twee jaar. Er had dan een nieuwe grondwet klaar moeten zijn en er zouden vrije verkiezingen gehouden moeten zijn voor lokale en nationale volksvertegenwoordigingen en voor de president. Dat die datum niet wordt gehaald, staat nu wel vast. Op zichzelf behoeft de achterstand niet rampzalig te zijn want in de overgangsgrondwet wordt een verlenging van ten hoogste twee keer 6 maanden open gehouden. Bovendien is de verkiezingscommissie onder leiding van abbé Malu Malu, met steun van de internationale begeleidingscommissie CIAT, goed op weg om de practische organisatie van de verkiezingen althans voor 30 juni 2006 rond te krijgen. Maar Etienne Tshisekedi, leider van de UDPS, die vooral in volkswijken van Kinshasa en in zijn geboortestreek Kasai over aanzienlijke aanhang beschikt, heeft verklaard zich na 30 juni 2005 niet langer aan het akkoord van Sun City gebonden te achten. Hij heeft zijn achterban ingeprent over historische rechten op het minister-presidentschap te beschikken als de datum niet wordt gehaald. Ook vice-president Ruberwa (ex-RCD-Goma) wil van de overgangsgrondwet af. Hij wenst een onderhandse deal waarbij hem en de zijnen een aanzienlijk deel van de macht wordt overgedragen. Om deze wensen kracht bij te zetten wordt in Kivu al geducht met de wapens gerammeld. Maar ook De Gucht, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, en Condoleeza Rice, de Secretary of State van de VS, maken er geen geheim van dat politieke top in Kinshasa, in meerderheid gebiologeerd door macht en zelfverrijking, de leiding over een eventuele verlengde transitieperiode tot de verkiezingen niet kan worden toevertrouwd.
Nieuwe grondwet
Het verkiezingsproces omvat drie fasen: een referendum over een nieuwe grondwet, verkiezingen voor volksvertegenwoordigers en tenslotte het kiezen van een president. De tekst voor de goed te keuren grondwet moet worden opgesteld door de Senaat en de Assemblée gezamenlijk, waarbij de Senaat het eerste ontwerp maakt. Reeds bij de eerste discussies liepen de emoties hoog op. Soms gaat het om serieuze kwesties, zoals die of het land een unitaire of een federale staatsvorm moet hebben. Het land is groot en bestaat uit provincies met heel verschillende economieën. Het is niet gemakkelijk dit geheel vanuit één centrum, Kinshasa, te besturen. Bovendien roept het unitarisme kwade herinneringen op aan de 30-jarige Mobutu-periode. Anderzijds is de souvereiniteit van de staat over het hele grondgebied nog niet eens echt gerealiseerd en is de dreiging van afsplitsing van delen van land met steun van naburige staten verre van denkbeeldig. Onder zo'n omstandigheid is een unitaire staatsvorm zeker vooralsnog aangewezen. De Senaat stelt, bij wijze van compromis, een sterk gedecentraliseerde unitaire staat voor. Maar het is de vraag of de federalisten daarmee genoegen nemen. Veel opportunistischer is de kwestie van de leeftijdsgrens voor het ambt van 'president'. De huidige president, Joseph Kabila, is 33 jaar en is in de verkiezingsrace zeker een kanshebber. Reden genoeg voor zijn tegenstanders om, uiteraard met abstracte argumenten, een hoge grens, bijvoorbeeld 45 jaar, te bepleiten!
Welke concept-grondwet aan het volk zal worden gepresenteerd is op dit ogenblik nog onduidelijk.
Ituri
Terwijl in Kinshasa, in het parlement en in gewichtige commissies, de machtstrijd om de beschikking over de rijkdommen van het land voortgaat, sterven in het Oosten naar schatting van hulporganisaties 1.000 mensen per dag onnodig omdat er nog steeds gewapende anarchie heerst. Sinds de Nederlandse generaal Cammaert het bevel over de MONUC-strijdkrachten in het Oosten heeft overgenomen haalt wat daar plaats vindt in Nederland wat vaker de pers. Dat geldt met name voor het noordoostelijke district Ituri, waar op etnische basis samengestelde milities, aageduid met afkortingen als FAPC, UPC, PUSIC, FNI en FPRI, elkaar de controle over vindplaatsen van kostbare delfstoffen en over lucratieve grensovergangen betwisten.
MONUC heeft aan de leden van deze milities een ultimatum gesteld om voor 1 april gebruik te maken van het ontwapeningsaanbod van de VN, dat bovendien hulp biedt bij herinpassing in de burgermaatschappij. Volgens gegevens van de VN van 18 april hebben 10.644 strijders, waaronder 3.000 kindsoldaten, hieraan gehoor gegeven. Tegen de 2.500 nog overgebleven strijders treedt MONUC, bijgestaan door een nieuw gevormde brigade van het Congolese leger, nu veel assertiever op. Dat leidde tot de moord op 9 Bengaalse VN-soldaten door leden van het FNI op 25 februari, waarna op 1 maart 60 doden vielen door optreden van de MONUC bij het dorp Loga. Onder de bevolking heerst de mening dat de VN de zaken veel te lang op hun beloop heeft gelaten en nu ineens onnodig grof geweld heeft gebruikt. Met alleen militair optreden komt men er niet. De bevolking wil in meerderheid helemaal geen oorlog tussen etnische groepen; met haar actieve participatie, bij voorbeeld via de kerken, is verzoening wel degelijk mogelijk
Noord-Kivu
De macht in Noord-Kivu is nog steeds vast in handen van een Rwandeessprekende elite rond gouverneur Serufuli. Hij wordt gesteund door een legermacht bestaande uit een eigen militie, de zogenaamde Local Defense Force, en een deel van het voormalige rebellenleger van RCD-Goma. Dit laatste staat onder leiding van ex-generaal Nkunda, die ook in het centrum stond van de militaire confrontatie in begin december bij Kanyabayonga. Deze dissidente militairen weigeren inpassing in het Congolese nationale leger omdat ze vinden dat ze de belangen van het Rwandofone volksdeel moeten beschermen, een bescherming waarvan overigens een deel helemaal niet gediend is. Het gaat natuurlijk uiteindelijk vooral om de bodemschatten die onbelemmerd naar Rwanda worden geëxporteerd. Toen Kagame openlijk verklaarde militaire steun te leveren aan Nkunda c.s., zette Kabila het plan door om 10.000 man troepen naar het gebied te sturen. Het gevolg was dat MONUC in beweging kwam en een bufferzone instelde, een actie die in feite in het voordeel was van de dissidenten, die thans nog steeds de streek beheersen.
Inmiddels is wel een nieuwe militaire commandant voor Noord-Kivu aangetreden. Deze generaal Gabriel Amisi, die vroeger veel misdrijven begaan heeft, geeft nu wel blijk werk te maken van de 'brassage', de inpassing van soldaten van verschillende, voorheen vijandige, legers in het nieuwe nationale Congolese leger, waarvoor een viertal brassagecentra zijn ingericht.
Zuid-Kivu
Ook in Zuid-Kivu heeft de bevolking nog steeds veel te lijden van gewapende bendes die dorpen brandschatten, vrouwen verkrachten en de mensen op de vlucht drijven. De schuld ligt volgens de mensenrechtenorganisatie Heritiers de la Justice niet alleen bij Rwandese Hutu-bandieten maar ook bij militairen van de FARDC (het Congolese leger) die onvoldoende of helemaal geen soldij krijgen en daarom de bevolking afpersen. De bevolking, ook die in de provinciehoofdstad Bukavu, verwijt de regering in Kinshasa weinig oog te hebben voor hun benarde situatie. Van bemiddelingscomités, de zogenaamde 'barzas', die etnische groepen tot elkaar zouden moeten brengen, is men weinig gediend: "Betaal liever het overheidspersoneel en de onderwijzers en laat de officiele waarheid & verzoeningscommissie haar werk doen!" is de reactie.
Een positief bericht is dat de FDLR, het verzetsleger tegen Kagame dat delen van Kivu beheerst, heeft aangekondigd voortaan af te zien van gewapende strijd en onder voorwaarden te willen terugkeren in Rwanda. Dit is het resultaat van overleg onder leiding van de San Egidio communiteit te Rome tussen de FDLR-leiding en de Congolese regering. Het leger van de FDLR (8 à 10.000 man) was allang geen bedreiging voor Rwanda, maar destemeer een last voor de Congolese bevolking. Bovendien was hun aanwezigheid een gemakkelijk alibi voor Kagame om legereenheden Kivu binnen te sturen, zonder dat die overigens de strijd met de FDLR aangingen. Onder druk van de VS zou de Rwandese regering beloofd hebben aan de repatriëring van de FDLR mee te werken.
tegen illegale wapenhandel wordt harder opgetreden
Wapenembargo
Voor Oost-Congo geldt sinds juli 2003 een wapenembargo. Een expertgroep van de VN-Veiligheidsraad die naar de uitvoering daarvan onderzoek heeft gedaan rapporteerde in januari 2005 dat dit niet effectief is: Uit Oeganda worden nog steeds wapens het land in gesmokkeld, de Rwandese regering blijft de dissidente troepen in Kivu met wapens en manschappen steunen. Ongeregistreerde vliegtuigen transporteren wapentuig moeiteloos naar kleine airstrips in de bossen, om terug te keren met kostbare delfstoffen.
In een nieuwe resolutie van 18 april jl. wordt het wapenembargo verscherpt. Het zal gelden voor heel Congo; alleen MONUC en het geïntegreerde Congolese leger en de politie mogen wapens ontvangen na toestemming van de VN. De regeringen in de regio moeten scherp toezien op handhaving van de internationale luchtvaartregels.
Internationaal recht
De beide in Den Haag gevestigde internationale Gerechtshoven, het Internationale Hof van Justitie (ICJ) en het
Internationale Strafhof (ICC) houden zich bezig met zaken die Congo betreffen. Bij het ICC wijdde het Hof op 15 maart voor het eerst een besloten 'hearing' aan het onderzoek dat de openbare aanklager mr Ocampo heeft gedaan naar ernstige misdrijven in Oost-Congo. Merkwaardig is dat dit tegen de wil van Ocampo geschiedde, die zei te twijfelen aan de competentie van het Hof ter zake.
Voor het ICJ is aan de orde de klacht die door Laurent Kabila reeds was gedeponeerd tegen Oeganda vanwege de agressie van dit land in 1998 en de daarmee samenhangende schade zowel op menselijk als materieel gebied. Congo eist een schadevergoeding van rond 10 miljard dollar.
Tenslotte heeft de Centraalafrikaanse Liga van de Mensenrechten een klacht gedeponeerd bij het ICC over misdrijven begaan door soldaten van de Congolese militieleider, thans vice-president, J.P.Bemba toen deze in october 2002 trachtte het bewind van zijn vriend Patassé in de Centraal- Afrikaanse Republiek te redden. Zijn soldaten, daar aangeduid als 'banyamulenge', worden 'kriminele daden van uitzonderlijke wreedheid' tegen de burgerbevolking verweten.
Kinshasa
De laatste weken geeft ook de situatie in de hoofdstad steeds meer reden tot zorg. De bevolking wordt zwaar getroffen door de stijgende brandstofprijzen waardoor de voedselbereiding en het vervoer per volkstaxi duurder wordt. Bovendien neemt de onveiligheid toe door bendes, die niet terugschrikken voor grof geweld, waartegen de politie niet schijnt opgewassen. De hierdoor groeiende ontevredenheid keert zich tegen de heersende politieke klasse, en deze vloeit samen met de frustratie over het dreigende uitstel van de verkiezingen.
Het gevoel van naderend noodweer wordt versterkt door de klaarblijkelijke onmacht van regering en parlement de noodzakelijke beslissingen te nemen en wetgeving af te ronden. Intussen verdwijnen miljoenen dollars onnavolgbaar uit de staatskas terwijl de staatsinkomsten achterblijven omdat belastingen en accijnzen niet aan de fiscus worden afgedragen. Het gevolg is een drastische daling van de waarde van de franc-congolais tegenover de dollar waardoor vooral gewone mensen worden getroffen.
Kisangani
De berichten die we uit Kisangani ontvangen maken een minder gespannen indruk. In de stad is een militair hoofdkwartier van MONUC gevestigd en de organisatie doet haar best haar imago te verbeteren. Daarvan profiteerde de met ons bevriende organisatie AFEDECO, die een lange fotorapportage stuurde van het bezoek van een officiële MONUC-delegatie aan haar dorpjes aan de linkeroever. De foto's tonen lachende mensen in blinkend-witte nieuwe T-shirts met het VN-logo.
In eerdere e-mails waren we al geïnformeerd over de nieuwe percelen die ze zaairijp hadden gemaakt met het oog op het nieuwe seizoen en over hun zorg door geldgebrek niet over voldoende zaad te beschikken. We hebben ermee ingestemd dat een deel van het geld van onze Kerstactie [zie onder] besteed wordt voor aankoop van zaden. Dat wil men doen in de vorm van een soort microkrediet: wie zaaizaad ontvangt uit de centrale voorraad moet beloven na de oogst een dubbele hoeveelheid terug te brengen, zodat externe financiering in de toekomst niet meer nodig is.
MONUC bezoekt boerinnen aan de linker oever van Kisangani
Enkele activiteiten
· Van de foto's die we hebben gemaakt tijdens onze Congo-reis hebben we een digitale dia-rapportage samengesteld die we inmiddels enkele malen vertoond hebben als uitgangspunt voor een informatief verhaal over de problemen van Congo en zijn bevolking.
· Een van ons hield op 26 maart een inleiding op een informatiedag in Eindhoven die was georganiseerd door de Rwandese vereniging Dusabane.
· De Kerstactie voor Kisangani onder het moto 'kruiwagens voor Kisangani' heeft 712 euro opgebracht, waarop we $ 1.000 naar AFEDECO hebben overgemaakt. Over de precieze aanschaffingen krijgen we nog bericht. De gevers hartelijk dank!
· Ook zonden we per luchtvracht een pakket goederen (vooral medische apparatuur) voor het medisch centrum Phadispen in Kindele (Kinshasa). Het grootste onderdeel was een couveuse, speciaal voor tropische omstandigheden ontworpen door de Nederlandse gynaecoloog Dr Van Hemel.
Verschenen
Het nieuwe boek van de Belgische auteur Walter Zinzen, "Kisangani, verloren stad", gaat over de geschiedenis van die stad en die van Congo, maar het is geen droge historische verhandeling. Het gaat om wat mensen zelf de afgelopen decennia hebben meegemaakt, mensen die er thans nog wonen of die er een groot deel van hun leven gewoond hebben. De kern bestaat uit interviews die Zinzen in 2002 en 2003 ter plaatse heeft afgenomen. Ondanks de in de stad nog aanwezige spanning - Zinzens eerste bezoek vindt slechts enkele maanden na de grootscheepse moord op burgers in mei 2002 plaats - uiten zijn gesprekspartners zich vrijmoedig, zowel over hun eigen levensverhaal als over de politieke actualiteit. Deze verhalen van Congolezen en die van Belgische oud- kolonialen worden geplaatst tegen de achtergrond van de geschiedenis van een stad die als geen ander in de geschiedenis van Congo voortrekker en martelaar is geweest, vanaf de stichting door Stanley en vanaf Tipo Tip tot de plundering en destructie door bezetters uit Rwanda en Oeganda.
Toch is het beslist geen somber boek, en er wordt tijdens de interviews ook veel gelachen. De veerkracht en inventiviteit van de Boyomais om steeds weer de draad op te pakken is ongeëvenaard; dat hebben wij zelf tijdens ons bezoek in 2004 kunnen bevestigen. Voor wie het Kisangani van nu wil leren kennen en er zelf niet heen kan reizen, hartelijk aanbevolen!
(Uitgeverij Van Halewyck, Leuven, 2004)
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl
Tekst: Nico Dekker.
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.
Kinderen in Amsterdam-Oost hielden op 16 april een optocht in het kader van de expositie Getekende Verhalen uit Congo. Deze expositie uit de collectie van Henny Weima werd in A'dam-Oost,, bij Outline en galerie Libbe-Venema, gehouden .Er waren tekeningen van kinderen en van kunstenaars afkomstig van de Plateau des Bateke.(foto: Thomas Lenden)
home