Werkgroep Congo-Ned

Nieuwsbrief 9: augustus 2005

``````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````

Rond Congo wordt over het hoofd van de bevolking een gecompliceerd spel gespeeld met de immense bodemrijkdommen van het land als inzet. De spelers zijn politici in de hoofdstad Kinshasa, enkele Afrikaanse leiders, regeringen van EU-landen en van de VS; zelfs China meldt zich op het speelveld. De internationale gemeenschap is het erover eens dat na 4 miljoen burgerslachtoffers sinds 1998 aan de anarchie in het Oosten van land een einde moet komen. De inzet van de VN-vredesmacht MONUC, bezorgde uitspraken van de Afrikaanse Unie en de aanzienlijke financiële bijdragen van de EU aan het democratiseringsproces geven daarvan blijk. Maar daarmee houdt de eensgezindheid wel op. Voor Zuid-Afrika dat zich opwerpt als leider van dit deel van Afrika is een stabiel, economisch florerend Congo onontbeerlijk om de doelstellingen van NEPAD, het nieuwe partnerschap voor ontwikkeling van Afrika, waarvan de Zuidafrikaanse president Mbeki de voortrekker is, te halen. Zonder benutting van de energie van het Inga-complex, de delfstoffen of zelfs het water van de Congorivier is dit ondenkbaar. Maar de leiders Museveni van Oeganda en Kagame van Rwanda hebben een minder brede blik. De Oegandese handelaars en de Rwandese machtselite rond Kagame zijn verslaafd geraakt aan de uit Ituri en Kivu geroofde bodemschatten die ze als eigen productie op de wereldmarkt brengen, wat alleen bij voortdurende chaos mogelijk is. Europa en de VS steunen in de VN-Veiligheidsraad het herstel van eenheid en democratisch bestuur in Congo, maar de houding van de VS is op zijn minst dubbelzinnig. De VS blijven Kagame de hand boven het hoofd houden waardoor deze speelruimte behoudt voor zijn eigen machtspel en kan doorgaan het genocidedrama van 1994 tot eigen voordeel uit te spelen. Met deze rugdekking kan in Kinshasa vice-president en RCD-leider Ruberwa het herstel van Congo en dus in feite de inzet van de VN blijven frustreren.

'Recensement'

De streefdatum 30 juni 2005 voor de verkiezingen is, zoals allang verwacht, niet gehaald. De weerstanden bij de politici in Kinshasa om hun machtspositie afhankelijk te maken van de wil van het volk zijn groot; weinigen verwachten op hun plek te zullen terugkeren, ze proberen naar een lucratieve positie te manoeuvreren die niet afhankelijk is van de verkiezingsuitslag. Een mogelijkheid daartoe boodt de verdeling van bestuursfuncties in de staatsbedrijven, waarover maandenlang strijd is gevoerd tussen de fracties, met verwaarlozing van de belangen van het land.

Dat toch op 20 juni in Kinshasa de identificatie en inschrijving van kiezers ('recensement') begon, is vooral te danken aan het doorzettingsvermogen van de Onafhankelijke Kies-Commissie (CEI), met name haar voorzitter Malu-Malu, die, met steun van de CIAT alle obstakels wist te omzeilen. De CIAT, het internationale comite dat de transitie begeleidt, is de laatste maanden van steeds groter belang geworden. Meer dan regering en parlement in Kinshasa vertegenwoordigt de CIAT de wens van de bevolking om het proces echt uiterlijk juni 2006 met verkiezingen af te ronden.

Inmiddels zijn in Kinshasa 2.8 miljoen kiezers ingeschreven, en gaat de inschrijving voort in andere provincies. De moeilijkheden daarbij zijn enorm, vooral in de kleinere plaatsen, die amper vanuit de grotere centra te bereiken zijn. Het materiaal dat de recenseurs meenemen bestaat uit een 'kit' met onder andere een laptop, een fototoestel en een printer waarmee een identiteitskaart gemaakt wordt. De MONUC verzorgt het transport van de 'kits' en toebehoren naar de hoofdstad van elk kiesdistrict. Hoe het verder moet, is afhankelijk van de plaatselijke situatie.

Het enthousiasme van de bevolking is groot, al was het alleen om voor het eerst een echt identiteitsbewijs te krijgen. Maar niet alleen de verbindingen maken de 'recensement' moeilijk, ook de onveiligheid speelt een rol: overal in het land, vooral in Ituri en Kivu maar ook in Kasai en Katanga zijn groepen die uitbreiding van de macht van de staat verafschuwen en het proces desnoods met geweld willen frustreren. Bij de beveiliging speelt MONUC een onmisbare rol; tegen de tijd dat de verkiezingen zelf plaats vinden, dienen voldoende betrouwbare Congolese leger- en politie-eenheden beschikbaar te zijn om de zaak onder controle te houden.

De grootste oppositiepartij, de UDPS van Etienne Tshisekedi, heeft opgeroepen de verkiezingen te boycotten. Daarmee wordt gehoor gegeven aan de radicale vleugel van de partij, die vooral aanhang heeft onder studenten in de grote steden en in de diaspora, met name in Brussel. De vrees voor grootschalige opstand op 30 juni, volgens de UDPS automatisch het einde van de transitie, is niet bewaarheid. Wel waren er in Kinshasa en vooral in Mbuji Mayi harde confrontaties met politietroepen waarbij een aantal doden zijn gevallen. De partij heeft echter ook een pacifistische vleugel, waarvan de leden meer zien in deelname aan het politieke proces. Een koerswijziging van de partij tegenover het verkiezingsproces is dus wel mogelijk.

Kiezersregistratie in Aru (Ituri) en bezoek van MONUC-delegatie

Ituri

Door de inzet van MONUC en een vers opgeleide brigade van het leger (FARDC) is een deel van het verzet van etnische milities gebroken. Maar een ander deel zet de strijd voort. Dit geldt bij voorbeeld voor de FNI die de streek rond Mongbwalu beheerst, een gebied met rijke goudaders die door duizenden Congolezen met simpele werktuigen worden geexploiteerd.

De toestanden die daarbij heersen werden nog eens in het licht geplaatst door Human Rights Watch met een rapport "The curse of gold" (juni 2005). Via een keten van tussenhandelaren wordt het goud naar Oeganda gesmokkeld vanwaar het door handelskantoren op de wereldmarkt gebracht wordt. Hierbij gaat jaarlijks circa $ 60 miljoen om. Het FNI verdient aan het heffen van 'belasting' zowel op het geëxporteerde goud als op de goederen die ervoor in ruil worden geimporteerd.

Na het rapport heeft een belangrijk Europees goudraffinagebedrijf, Metalor in Zwitserland, zijn aankopen in Kampala gestaakt, tot grote verontwaardiging van de Oegandese handelaars die hun handen in onschuld wassen.
Een bedenkelijke ontwikkeling is dat FNI met rivaliserende milities een pakt heeft gesloten om gezamenlijk het grensgebied met Oeganda te blijven controleren. De nieuwe organisatie, de MRC, is in Kampala met medeweten van de Oegandese regering opgericht, in flagrante strijd met de verplichtingen van dat land in verband met het wapenembargo van de Veiligheidsraad.

Zuid-Kivu

Als men politieke problemen gaat oplossen men militair geweld, is de locale bevolking het slachtoffer. Dit is weer eens tragisch duidelijk bij het optreden van MONUC in Zuid-Kivu. Eerst enkele feiten: Op 23 mei vond in het plaatsje Nindja bij Bukavu een afschuwelijke moordpartij plaats. Er zijn tenminste 19 doden en talloze gewonden: mensen zijn bewerkt met hakmessen, vee en eigendommen zijn door de overvallers geroofd. Op 9 juli vond een overval plaats op het dorpje Ntulu-Mamba waarbij ondermeer 39 mensen, opgesloten in een huis, levend werden verbrand.

In beide gevallen werd als vanzelfsprekend gewezen naar de FDLR. Deze organisatie van Rwandezen in ballingschap heeft op 31 maart in Rome beloofd naar Rwanda te zullen terugkeren, maar lost deze belofte niet in omdat men eerst van Kagame toezeggingen wenst voor veiligheid en politieke vrijheid, eisen waarop Kagame niet wenst in te gaan. Daarbij komt dat door MONUC en de FARDC in het betreffende gebied een actie is gestart om de FDLR, die daar kampen heeft te verdrijven. Gaandeweg is echter het vermoeden gerezen dat anderen verantwoordelijk zijn voor de misdaden. Het zou gaan om bendes losgeslagen jongeren, zogenaamde 'Rastas', veelal van Rwandese origine, die zich in leven houden met goudzoeken, diefstal, afpersing, en ook voor moord niet terugschrikken. Er zijn berichten dat hun gelederen de laatste tijd zijn versterkt door Hutu die jarenlang in Rwanda gevangen hebben gezeten en na vrijlating naar Kivu gestuurd. Met hun optreden zouden ze de stabiliteit van het gebied ondermijnen en zo helpen de verkiezingen onmogelijk te maken.

De burgerbevolking betaalt de rekening: velen zijn alles kwijtgeraakt, de onveiligheid is toegenomen en de verjaagde FDLR-eenheden vestigen zich elders waar ze tot last zijn van de bewoners van dorpen die tot voor kort nog vreedzaam leefden.

Dezer dagen begint in Kivu de volkstelling met het oog op de verkiezingen. Alleen wie volgens de wet Congolees staatsburger is en zich niet in het buitenland bevindt mag meedoen. Rond Kigoma in Tanzania bevinden zich ongeveer 150.000 Congolezen in vluchtelingenkampen van de UNHCR, die willen terugkeren. En in Burundi en Rwanda verblijven duizenden Tutsi die zeggen uit Congo te zijn gevlucht en terug te willen; maar hoe bepaalt men of het hier om Congolezen gaat of om mensen die, bijvoorbeeld als vluchteling, een paar jaar in Congo hebben gewoond? In elk geval heeft president Kagame er belang bij zoveel mogelijk Rwandezen als Congolees te laten registreren

Noord-Kivu

De situatie in dit deel van Kivu is anders dan in Zuid-Kivu, maar niet rooskleuriger. In een rapport van Human Rights Watch van juli met als titel "DRC, aanvallen tegen burgers in Noord-Kivu", wordt met name de verspreiding van vuurwapens onder de Rwandeessprekende bevolking door de lokale overheid aan de kaak gesteld. HRW verwijt de pro-Rwandese gouverneur Serufuli onverantwoordelijk, en zelfs ronduit crimineel, optreden. Het rapport is voor een deel gebaseerd op onderzoek van de jurist en mensenrechten-activist Sheldon Hangi, die zelf inmiddels uit Goma gevlucht is uit vrees voor zijn leven.
Terwijl het transitieproces erop is gericht het land bestuurlijk te herenigen, doet Serufuli zijn best Noord-Kivu aan toezicht vanuit Kinshasa te onttrekken.

Een belangrijk facet, vooral ook met het oog op de verkiezingen, is de integratie van het leger. Er zijn op dit moment vier centra waar nieuwe brigades gevormd worden van soldaten uit de diverse voorheen vijandige legers: Kitona (Bas-Congo), Kamina (Katanga), Mushaki (Noord-Kivu) en Luberizi (Zuid-Kivu). Training geschiedt door Belgische en Zuidafrikaanse instructeurs. Delen van het ex-RCD leger onttrekken zich hieraan. Hun felste tegenstanders zijn de Mai-Mai, die formeel, net als de ex-RCD-brigades deel uitmaken van de FARDC.

Rond 12 juli vonden bij Ishasha en Nyankakoma in het Rutshuru-gebied zware gevechten plaats tussen een brigade van de FARDC onder leiding van colonel Mayanga, en een eenheid Mai-Mai onder leiding van commandant Jackson. Het is een grondstoffenrijk gebied dat reeds lang onder controle is van FDLR en Mai-Mai, tot ergernis van de pro-Kagame krachten. De brigade van Mayanga (een man die een actieve rol speelde bij de hierboven aangeduide wapendistributie onder burgers) verdreef zijn tegenstanders waarbij de dorpen werden platgebrand en geplunderd, en de bevolking massaal de vlucht nam. Op 6 augustus sloeg de Mai-Mai terug; een deel van de ex-RCD militairen vluchtte de grens met Oeganda over, waar ze door het Oegandese leger werden ontwapend. Vice-president Ruberwa haastte zich naar Kampala om 'zijn mensen' vrij te krijgen.

Staatsschuld

Zoals vrijwel alle Afrikaanse landen zit Congo met een enorme staatsschuld. In september 2002 bedroeg die ongeveer $ 14 miljard, waarvan $ 3,5 miljard multilateraal (dus aan Wereldbank, IMF, enz.) en $ 10,5 miljard bilateraal, merendeels aan Westerse landen, verenigd in de Club van Parijs. Het gaat om schulden gemaakt door Mobutu, plus de opgehoopte rente vanaf het moment dat Mobutu de betaling ervan staakte. Aflossing van de schuld is voor een verpauperd land, waar het gemiddelde inkomen minder dan $ 0,20 per persoon per dag bedraagt, uitgesloten.
Dit toch te eisen is bovendien immoreel: De leningen werden Mobutu verstrekt tijdens de Koude Oorlog om Zaire met zijn strategische ligging en grondstofvoorraden binnen het Westerse kamp te houden. De geldverschaffers wisten dat de president daarmee vooral zichzelf en zijn kliek verrijkte, of hoogstens onrendabele prestigeprojecten financierde. Vele miljarden staan trouwens nog steeds ongrijpbaar op bankrekeningen in het Westen. Het is onaanvaardbaar nu de rekening aan het Congolese volk te presenteren; het is een 'dette odieuse'!
Dit is echter niet de logica van het neoliberalisme. De geldschieters zijn wel bereid de schuld aanzienlijk te verminderen, maar gebruiken deze bereidheid tegelijk om de regering te dwingen het land maximaal open te zetten voor handel en exploitatie door internationale bedrijven. De overgangsregering heeft zich bij deze logica neergelegd en een reeks afspraken gemaakt en wetten aanvaard die passen bij de globalisering van 's lands economie: strenge regels ten behoeve van macro-economische stabiliteit, een investeringscode, een mijncode, een bosbouwcode, e.d.. Het bijbehorende keurslijf heet met een mooie naam: Armoede-Reductie Strategie-Programma.

Inmiddels maken Congolese economen zich zorgen, niet alleen over de armoedereductie waarvan nog weinig te merken is, maar vooral over het staatsbudget. De regering geeft smakken geld uit aan de leden van de regering, het parlement, commissies enz.. Ook verdwijnt veel geld door corruptie. Zo blijkt de $ 8 miljoen per maand voor soldij aan het leger tot verbijstering van de buitenwacht nooit bij de soldaten aan te komen, met alle gevolgen voor de discipline van de manschappen. Anderzijds lopen de staatsinkomsten terug omdat bijvoorbeeld douanegelden slechts voor een klein deel de Centrale Bank halen. Dit is reden tot zorg, want als de macro-economische doelstellingen niet gehaald worden, gaat de schuldkwijtschelding niet door, en was alles voor niets!

Een toenemend aantal Congolezen verwerpt evenwel deze fascinatie op buitenlandse schuld, die weinig van doen heeft met de dagelijkse zorgen van de bevolking die behoefte heeft aan voeding, onderwijs en medische hulp. Vanuit de "Société Civile" is men bezig met de oprichting van een Congolees Sociaal Forum (FSC): niet de belangen van internationale bedrijven en de ervan profiterende elite, maar die van de gewone mensen moet centraal staan. Bij de oprichting speelt Victor Nzuzi, die ook sprak op het laatste Nederlands Sociaal Forum, een hoofdrol. We zullen er zeker meer van horen.

Zakken met rijstzaad voor de boerengemeenschap van Km12, bij Ubundu, met hulp van AFEDECO/Kisangani

Publicaties

De voortdurende wantoestanden, vooral in Oost-Congo hebben aanleiding gegeven tot een reeks rapporten:

Ø ACTION SOCIALE POUR LA PAIX ET LE DEVELOPPEMENT: Rapport d'analyse sur les crimes de génocide etc. dans la province de Nord-Kivu (juni 2005)

Ø GLOBAL WITNESS: Under-Mining Peace (juni 2005)

Ø HUMAN RIGHTS WATCH: The Curse of Gold (juni 2005)
Ø Idem: Civilians Attacked in North Kivu (juli 2005)

Ø VN: Rapport van de Expertgroep over de RDC (juli 2005)

Ø AMNESTY INTERNATIONAL: Arming the East (juli 2005)

Enkele activiteiten

* Op verzoek van onze vrienden in Kisangani en Kinshasa proberen we wegen te vinden om aan boeren en kleine ondernemers 'micro-crediet' te laten verstrekken. Een Nederlandse medefinancieringsorganisatie heeft plannen in die richting.

* In overleg met ons heeft AFEDECO (vrouwenorganisatie voor rurale ontwikkeling in Kisangani) de $ 1.000 van onze 'kruiwagenactie' besteed voor de aankoop van dringend noodzakelijk rijst-zaaizaad voor het nieuwe seizoen. De bedoeling is dat de boeren/boerinnen na de oogst een dubbel deel zaad teruggeven, wat voor de volgende zaai kan dienen; een soort microkrediet-systeem dus.

* We hielpen het medisch centrum Phadispen in Kinshasa dat door huurschuld zijn kliniek dreigde te verliezen, zodat het werk voor kinderen en zwangere vrouwen kan doorgaan.

* Op 25 juni organiseerde Congo-Ned samen met Congolezen in Nederland een 'Journée de Réflexion' over de toekomst van Congo.

Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
e-mail congoned@dds.nl

Tekst: Nico Dekker
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice

Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.

De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.

25 juni: "Journée de Réflexion" in het Mozeshuis te Amsterdam

home