De plundering van Congolese grondstoffen gaat door.

(Dit artikel met kleine wijzingen is verschenen in Ravage nr. 15 november 2003 onder de titel: "VN-rapport Congo met een luchtje")

De plundering van grondstoffen uit Oost-Congo heeft volgens het laatste VN-rapport op dit moment vooral betrekking op goud en diamanten. Een tijdje terug ging het vaak over coltan, een grondstof die o.a. van belang is voor de productie van mobieltjes. Maar aangezien de prijs op de wereldmarkt voor deze grondstof in de loop van dit jaar daalde, nam de belangstelling voor de plundering van Congolese coltan, mede door de publiciteit erover, af. Goud en diamanten worden echter nog steeds via de buurlanden van Congo, Rwanda en Uganda, naar de Westerse en Aziatische markten gesmokkeld. (Zie voor het rapport de website van de VN-Veiligheidsraad onder 23 oktober 2003)

Het idee om VN-experts de grondstoffenroof te laten uitzoeken, en daarbij tevens de link aan te geven tussen deze roof en de voortwoekerende oorlog, ontstond een paar jaar terug. In april 2001 kwam het eerste rapport uit. Dit was geschreven onder leiding van een zeer voortvarende Afrikaanse deskundige, mevr.Safiatou Ba-N'Daw. Het rapport werd echter door Westerse landen, vooral ook door de Nederlandse regering, bekritiseerd en onderuit gehaald. Mevr. Safiatou waagde het om Westerse donorlanden aan te klagen die zij medeplichtig achtte aan de continuering van het conflict. De leiders van Uganda en Rwanda, Museveni en Kagame, werden genoemd als de "peetvaders" van de illegale exploitatie van Congo' s rijkdommen. Dit was natuurlijk tegen het zere been van het Westen, daar juist deze leiders goede betrekkingen hebben met het Westen en veel ontwikkelingshulp krijgen. Safiatou werd ontslagen en een nieuwe ploeg VN-experts werd benoemd onder leiding van de Egyptenaar Kassem.

Geheim

Meteen al na het verschijnen van het rapport van Kassem ontstond er rumoer omdat bekend werd dat een gedeelte van het rapport geheim bleef. Zo schreef de correspondent van de NRC dat in het geheime gedeelte beschuldigingen werden geuit aan het adres van Rwanda. Dit land zou namelijk voortgaan met wapens leveren aan milities in Oost-Congo. Een netwerk van regeringsfunctionarissen, hoge militairen en zakenlieden in Congo, Rwanda en Uganda is onverminderd bezig met het plunderen van Congo. Hierover wordt echter niets vermeld in het door Kassem gepubliceerde rapport. De NRC-correspondent meldde ons dat hij het geheime gedeelte, dat hij zelf wel bezat, niet kon toesturen omdat anders zijn bronnen gevaar zouden lopen. Wel is duidelijk dat met de inhoud van het VN-rapport enorm gemanipuleerd is om te voorkomen dat bepaalde bedrijven en regeringen in de beklaagdenbank terecht komen. Zie de tekst van het 'geheime rapport'

Zwarte lijst

In het rapport wordt niet ingegaan op de rol van naburige regeringen bij het voeden van de oorlog in Congo. Kassem en de zijnen hebben zich vooral beziggehouden met internationale bedrijven die iets met de grondstoffen in Congo te maken hebben. Er wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen bedrijven die de grondstoffen verwerken (vooral Westerse) en bedrijven of individuen die direct bij de exploitatie betrokken zijn. Wat de eerste categorie betreft gaat het om bedrijven uit landen als Groot BrittaniŽ, BelgiŽ, USA, Canada, IsraŽl, Duitsland. Bijvoorbeeld bij Duitsland gaat het om Starck, een dochter van Bayer, bekend geworden om dat ze coltan verwerken, en voor de USA gaat het om Cabot.
De VN-experts hebben met deze bedrijven gesproken en vervolgens hebben deze beloofd hun leven te beteren en te stoppen met het kopen van mineralen uit Congo of zich alleen met betrouwbare partners te zullen inlaten. Ze zouden echt niet geweten hebben wat voor gevolgen het gebruik van geroofde Congolese grondstoffen voor de Congolese bevolking heeft. Het gaat hierbij om 61 internationale bedrijven. Zij worden afgevoerd van de "zwarte lijst" van ondernemingen die zich niet aan de OECD-richtlijnen houden.(De OECD-richtlijnen geven aanwijzingen voor "ethisch" ondernemen)

Er zijn ook een aantal bedrijven en individuen waar de VN-experts nog niet helemaal mee klaar zijn, maar deze worden doorverwezen voor verder onderzoek. Dat zou dan moeten gebeuren door de zg. NCP's (de nationale contactpunten in m.n.Westerse landen voor controle op de toepassing van OECD-richtlijnen) of door regeringen, in landen waar geen NCP's zijn. Dat wil zeggen dat een groot aantal bedrijven en individuen door de VN-experts met rust gelaten worden. Op deze lijst komt een hele reeks Ugandesemilitairen en zakenlieden voor die direct betrokken zijn bij de plundering, maar dit volledig ontkennen.
Dan zijn er nog bedrijven en personen die niet met de VN-experts hebben willen praten. Hier horen een reeks Rwandezen bij, maar ook Ugandezen, en enkele Belgen. Voor Nederland wordt het bedrijf CPH (Chemie Pharmacie Holland) genoemd; verder komt Nederland in het rapport niet voor.

Wapenstroom

Wat leert ons dit onderzoek van VN-experts? Het panel concludeert dat nu is aangetoond dat er een link is tussen de illegale exploitatie van grondstoffen en de wapenleveranties aan gewapende groepen, waardoor de oorlog in Congo voortduurt. De internationale gemeenschap zou nu tenminste weten hoe erg de crisis in Congo is. Die slotconclusie klinkt niet erg overtuigend.

De plundering gaat door, aangezien vooral Ugandezen en Rwandezen niet meegewerkt hebben met het VN-panel. Het heeft daarom niet veel zin volgens ons om Westerse bedrijven aan te pakken. Men kan daar natuurlijk een succesje mee behalen, omdat deze bedrijven meestal wel gevoelig zijn voor de publieke opinie, maar de zaak wordt daar niet echt mee opgelost. De Westerse bedrijven kunnen gemakkelijk hun grondstoffen uit andere regionen van de wereld halen en hun banden met Rwandese of Ugandese plunderaars verbreken.

Maar er zijn andere bedrijven in de wereld, bv. in Kazakhstan, Thailand en andere landen waar geen actiegroepen actief zijn, die natuurlijk hun handel voortzetten. Ook lopen er nog heel wat schurken in de wereld rond die verdienen aan de illegale handel en die ook genoemd worden op de "zwarte lijst" van de VN-experts. Deze schurken zijn meestal tevens de leveranciers van wapens aan allerlei milities.

Wat in de eerste plaats moet gebeuren, is het doorbreken van de wapenstroom. Het is bekend dat de wapens waarmee in Oost-Congo gevochten wordt uit Rwanda en Uganda komen. Daarom is een internationaal embargo op wapens naar deze landen een begin om vrede te verkrijgen en wellicht een signaal dat de internationale gemeenschap het ernstig meent met haar bezorgdheid over het lot van de Congolese bevolking.

Nelly Koetsier

home