Congo komt in Nederland hoe langer hoe meer in de aandacht. Dit gebeurt doorgaans in het bredere kader van het Afrikaanse "Grote-Merengebied" (GMG). Dat blijkt wel uit een reeks bijeenkomsten die de laatste maanden is georganiseerd, ondermeer door AfroNeth, Cordaid e.a., en Amnesty International. Wat in publicaties onder het "GMG" wordt verstaan verschilt vaak nogal. De minimale opvatting is: Rwanda, Oeganda, Burundi en Congo (RDC), en van dit land speciaal het oostelijke deel. De Nederlandse regering voegt daar blijkens een notitie van Buitenlandse Zaken voor haar beleid graag haar 'partnerlanden' Kenya, Tanzania en Zambia aan toe. De maximale opvatting wordt gehanteerd in verband met de "Internationale Conferentie over Vrede, Veiligheid en Ontwikkeling in het GMG" die door de VN en de Afrikaanse Unie (AU) wordt georganiseerd. Dit is een serie besprekingen en onderhandelingen die op 19 november officieel is begonnen in Dar-es-Salam met een bijeenkomst van wel liefst 11 staatshoofden uit de regio en die pas in de loop van 2005 zal worden afgesloten.
Nederland (thans EU-voorzitter) besteedt samen met Canada veel geld en energie aan de begeleiding van dit proces. Ons land ziet vooral veel in economische samenwerking om de spanningen in het gebied te verminderen en de armoede te bestrijden.
Talloze groepen in de Congolese samenleving hebben het perspectief van de Conferentie aangegrepen om diepgaand en in grote openheid te discussiëren over problemen in de regio en over wegen naar vrede. Dit heeft ondermeer geresulteerd in een 'Cahier de Charge' van de Congolese société civile, een document dus dat namens de Congolese gemeenschap moet dienen als handleiding bij de besprekingen. Het is een helder document dat, hoewel verzoenend van toon, de werkelijke problemen niet toedekt. Helaas is de kans dat uit de buurlanden even openhartige bijdragen zullen komen erg miniem.
Tegenover dit enthousiasme klinken ook sceptische geluiden. De wetgeving die nodig is alvorens verkiezingen kunnen worden gehouden, loopt hoe langer hoe meer vertraging op. Er is nog steeds geen 'nationaliteitswet' (Wie is er Congolees?), geen concept-Grondwet (waarover de eerste ronde, het referendum, zal gaan), geen kies- en referendumwet, enz. En minstens zo belangrijk: de éénmaking van het leger vlot nog helemaal niet. Dat is ernstig, want nu hebben de vroegere rebellenleiders nog hun eigen gewapende achterban, die men bij een onwelkome verkiezingsuitslag gemakkelijk zou kunnen mobiliseren om de strijd om de macht te hervatten.
Dat die uitslag voor sommige van de huidige machthebbers in Kinshasa nadelig zal uitpakken is nauwelijks te betwijfelen, wat voor een belangrijk deel de vertraging in de wetgeving verklaart. De internationale gemeenschap die op de totstandkoming van de huidige regeringsploeg - ooit gekenmerkt als een stel elkaar beloerende leeuwen in één hok - heeft aangedrongen zal druk moeten blijven uitoefenen om het transitie-proces tot een aanvaardbaar einde te brengen!
Sinds juni is het Congolese nationale leger (FARDC) in Zuid-Kivu versterkt. Onder leiding van generaal Mbusa Mabe zijn de muiters van Mutebusi de Rwandese grens overgejaagd, maar een groep rond Nkunda maakt nog steeds de grensstreek tussen Noord- en Zuid-Kivu onveilig. Die is daar weer druk bezig met illegale winning coltan. Vliegtuigen vol verdwijnen volgens getuigen dagelijks naar Kigali om beladen met wapens en andere militaire goederen terug te keren.
In dit moeilijk toegankelijke gebied (ter grootte van de Benelux) houden zich ook gewapende groepen Rwandese Hutu op, die vaak worden aangeduid als Interahamwe, een benaming die ook wel (ten onrechte) wordt gebruikt voor de FDLR, het verzetsleger tegen de machthebbers in Kigali. Onder leiding van de VN wordt gepoogd in het kader van het DDRRR-programma deze soldaten (en hun gezinnen) te bewegen tot terugkeer naar Rwanda, wat maar matig succes heeft. Sinds kort werken MONUC-troepen samen met de FARDC om meer druk op de ketel te zetten. De Congolese regering wil het gebied pacificeren en onder regeringscontrole brengen, en tegelijk Kagame zijn motief ontnemen om steeds weer Rwandese soldaten het gebied in te sturen.
De VN-macht MONUC zal in de komende maanden worden uitgebreid van 10.000 tot 15.000 man. Helaas is de wijze waarop MONUC opereert vaak weinig gelukkig. Zo is van haar opdracht de bevolking te beschermen niets terecht gekomen toen Mutebusi c.s. Bukavu brandschatte. Ook zijn er veel communicatieproblemen met de bevolking: de manschappen komen merendeels uit Latijns-Amerika en Azie, en spreken geen frans, de omgangstaal in Congo. Hier wreekt zich dat Europese landen (die wel voor geld zorgen) geen soldaten voor MONUC willen leveren.
Deze dette odieuse behoort (net zoals men bepleit voor die van Irak, aangegaan door Sadam Hussein) integraal te worden kwijtgescholden zonder in ruil daarvoor het Congolese volk allerlei concessies af te dwingen. Dit betoogde tijdens onze NSF-workshop onze Congolese gast Victor Nzuzi. Hij strijdt in eigen land voor bewustwording van het verkwanselen van de rijkdommen van zijn land aan multinationale ondernemingen en vraagt daarvoor ook aandacht op internationale fora. We deden deze workshop samen met leden van de Rwandese en Burundese diaspora. Een kort verslag staat op onze website
Maar hoe kwetsbaar de stad nog is bleek, toen op 14 november de bliksem insloeg in de hydro-electrische centrale in de Tshopo. Hierdoor kwam de gehele electriciteitsproductie en daarmee de waterzuivering van Kisangani stil te liggen; wat dat betekent voor een stad in de tropen van een half miljoen mensen laat zich raden. Pas na 4 dagen werd de productie hersteld.
* AFEDECO (Action Féminine pour le Développement Communautaire), is een organisatie in Kisangani die ondermeer kleine rurale gemeenschappen in de omgeving van de stad helpt hun voedselproductie te verbeteren. Onder leiding van AFEDECO zijn de boeren begonnen meer gezamenlijk te doen, zoals de aanschaf van zaden, het transport van goederen naar de stad, enz. De organisatie had samen met de boer(inn)en goede resultaten bereikt, toen het geweld in 2002 opnieuw losbarstte en hun land door de onveiligheid onbereikbaar werd. De meeste materiële voorzieningen, als gereedschappen en transportmiddelen, die ze gezamenlijk beheerden raakten ze kwijt. We willen hen helpen de draad weer op te pakken. Als eerste gebaar heeft Congo-Ned gezorgd voor fietsen waarmee landbouwproducten naar de stad kunnen worden vervoerd. [zie de foto]
* ADIMIR (Association pour le Développement Integré en Milieu Rural) beheert ondermeer een klein gezondheidscentrum in de volkswijk Kindele aan de buitenkant van Kinshasa. Het is opgezet als pediatrisch centrum maar op de medische staf wordt steeds vaker een beroep gedaan voor bevallingen en hulp aan zuigelingen. Daarvoor is het centrum echter onvoldoende geëquipeerd. We zijn bezig te proberen voor hen de noodzakelijke apparatuur te krijgen, waarvoor we de hulp hebben gevraagd van de organisatie MEDIC.
* Een meer ludieke actie verdient vermelding: Paul Mbikayi, sinds kort officiëel lid van Congo-Ned, liep de marathon van Amsterdam uit en verdiende daarmee ruim EUR 500,- en een aantal 'voetballen in natura' aan sponsorbijdragen ten behoeve van shegués (straatkinderen) in diverse Congolese steden.

De studie laat zien hoe de traditionele gezagsstructuren verdwijnen en vervangen worden door een hyperkapitalistische orde waarin jonge mensen in het graven naar delfstoffen hun fortuin zoeken, tussenhandelaren en (RCD)- militairen de opbrengsten afromen, maar waarbij de grootste voordelen buiten Congo worden behaald.
Andere jongeren zien geen alternatief dan zich aan te sluiten bij een militie die het agrarische land onveilig maakt dan wel dient om één van de mijnen tegen rivalen te beschermen. Voor deze jongeren heeft de traditionele orde afgedaan; ze maken deel uit van een proces van economische globalisering waarin een ongrijpbare wereldmarkt de dienst uitmaakt. Voor ouderen en zieken, en voor vrouwen met kinderen is in die nieuwe orde geen belangstelling of bescherming. Alleen de sterke overleeft.
De kern van het boek bestaat uit een viertal case-studies over de streek Beni-Lubero, Masisi, Goma-stad, en de omgeving van Kamituga. Opvallend is dat men zich, wat de Kivu's betreft, beperkt tot de sociale en politieke processen op micro-niveau, waarbij de Rwandese dominatie buiten beschouwing blijft, maar dat aan de ontwikkelingen in Ituri, waar Uganda de dienst uitmaakte, wel een kritische politieke analyse wordt gewijd. De Ugandese legerchefs hebben bestaande etnische rivaliteiten, die tussen Hema/Gegere en Lendu over landbezit en tussen Gegere en Nande over handelskanalen, aangewakkerd en uitgebuit om voordelig aan goud en diamant te komen. Nu zij noodgedwongen vertrokken zijn is het gebied een sociale ruïne, en zijn de verhoudingen binnen de regerende elite in Uganda zelf verscherpt.
Kerstactie
Bij wijze van Kerstactie willen we een beroep op u ten behoeve van AFEDECO in Kisangani. We willen zorgen dat elk van de vijf boeren-gemeenschappen de beschikking krijgt over een paar kruiwagens: onmisbaar voor iedere tuinbouwer! De apparaten zijn in Kisangani te koop, maar voor henzelf erg duur, namelijk ongeveer $ 50,- per wagen.
Helpt u mee? Een bijdrage kunt u storten op de girorekening 9263303 van de Stichting Amani ya Congo te Amsterdam met vermelding van 'Kisangani'.
Werkgroep Congo-Ned
Adres: 2e Oosterparkstraat 215 II
1092 BK Amsterdam
Tel. (0)20 6718773
Fax (0)20 4631984
Tekst: Nico Dekker
Logo en fotobewerking: NINO-kunstservice
Als u vragen of opmerkingen heeft naar aanleiding van deze nieuwsbrief, stuur ons dan een berichtje.
>
De Werkgroep Congo-Ned heeft als doel informatie te verspreiden over Centraal-Afrika, in het bijzonder de DR Congo, en bij te dragen aan de verbetering van de leefsituatie van de bevolking aldaar. Congo-Ned maakt deel uit van de Stichting Amani ya Congo, KvK 34168881.Gironummer 9263303 te Amsterdam.